Op 1 september treedt het nieuwe strafwetboek in werking. Het vervangt het bestaande strafwetboek dat teruggaat tot 1810, de tijd van Napoleon. Deze dag kan dus zonder meer beschouwd worden als historisch. Voor ons fel geplaagd justitiesysteem betekent de overgangsperiode wel een pak bijkomend werk: advocaten en magistraten zullen nog jarenlang moeten schakelen tussen beide wetboeken.
Nieuw strafwetboek treedt in werking: "Diep ademhalen en veel zuchten is de enige optie"
Samenvatting:
Op 1 september treedt in België een nieuw strafwetboek in werking, dat het wetboek uit 1867 vervangt – een historische stap voor justitie.
Het onderscheid tussen misdaden, wanbedrijven en overtredingen verdwijnt. Voortaan is er één begrip – misdrijf – met 8 strafniveaus als sanctiekader.
Gevangenisstraf geldt voortaan als laatste optie. Rechters moeten eerst alternatieven overwegen, zoals een werkstraf, elektronisch toezicht of een geldboete.
Het nieuwe wetboek voert ook nieuwe misdrijven in, zoals ecocide, en schrapt verouderde, zoals nachtrumoer. Wie crimineel voordeel haalt, kan een geldstraf krijgen tot 3 keer dat bedrag.
Duizenden lopende dossiers vallen nog onder het oude wetboek. Advocaten en magistraten moeten jarenlang schakelen tussen beide wetboeken, wat voor extra werklast en juridische discussies zorgt.
Waarom hebben we hier meer dan 150 jaar op moeten wachten?
Het oude gaat terug tot de tijd van Napoleon en werd goedgekeurd in 1867. Het is duidelijk dat de samenleving ondertussen grondig veranderd is. En hetzelfde geldt voor de criminaliteit, denk aan alle vormen van cybercrime.
Om die reden is het strafwetboek in de loop van al die jaren natuurlijk wel op een aantal punten al geactualiseerd. Maar dat gebeurde - zeg maar - op z’n Belgisch, met veel koterijen. Het was dus nodig het strafwetboek globaal te herschrijven om het aan te passen aan de tijd.
Daar is een pak werk aan voorafgegaan met uitgebreide consultaties van magistraten, advocaten, academici en andere betrokkenen.
Na bijna 50 jaar wetgevend werk werd het nieuwe Strafwetboek gepubliceerd in het Staatsblad van 8 april 2024.
In principe was het de bedoeling om 2 jaar later, op 8 april van dit jaar, te starten, maar die datum werd op het laatste moment verplaatst naar 1 september.
Wat zijn de belangrijkste vernieuwingen?
Een van de belangrijkste vernieuwingen is dat het onderscheid tussen misdaden, wanbedrijven en overtredingen verdwijnt.
Onder het oude systeem werden verschillende soorten feiten behandeld door verschillende rechtbanken. Zo kwamen misdaden in principe voor het , wanbedrijven voor de en overtredingen voor de politierechtbank.
Voortaan wordt er gewerkt met één begrip: misdrijf.
Het nieuwe Strafwetboek werkt met 8 strafniveaus. Elk misdrijf wordt ondergebracht in een van die niveaus, waaraan een bepaald sanctiekader is gekoppeld.
Het lijkt eenvoudiger, maar in de praktijk blijft er ruimte voor interpretatie, want er kan van het niveau afgeweken worden.
Wanneer er verzachtende omstandigheden zijn, kan een rechter een lager strafniveau toepassen. Omgekeerd kunnen verzwarende bestanddelen aanleiding geven tot een hoger strafniveau. Juristen verwachten dat vooral die interpretaties de komende jaren aanleiding zullen geven tot veel discussie in de rechtszaal.
Wat mag de samenleving verwachten?
Verouderde misdrijven geschrapt, nieuwe toegevoegd
Er zijn een aantal verouderde misdrijven geschrapt. Voor "een adellijke titel geven aan iemand die daar geen recht op heeft" kan je voortaan niet meer vervolgd worden. En dat geldt ook voor het misdrijf nachtgerucht en nachtrumoer.
Daartegenover staat de invoering van nieuwe misdrijven. Zo is er bijvoorbeeld het nieuwe misdrijf 'ecocide'. Mensen die de natuur ernstige en onomkeerbare schade toebrengen, kunnen voortaan zwaar worden bestraft met celstraffen van 15 tot 20 jaar.
De toegenomen gevoeligheid voor , denk aan of partnerdoding, is duidelijk ook vertaald in het nieuwe strafwetboek.
Celstraf als ultieme straf
Een belangrijk principe is ook dat de gevangenisstraf beschouwd wordt als het ultimum remedium. Met andere woorden: deze gevangenisstraf wordt beschouwd als laatst te overwegen straf. Een rechter mag deze alleen geven als het niet anders kan.
Die andere straffen zijn: straffen onder elektronisch toezicht, werkstraf, probatiestraf (bijvoorbeeld een cursus agressiebeheersing volgen), geldboete of een eenvoudige schuldigverklaring.
Nieuwe soorten straffen
Daarnaast zijn er ook nog een aantal bijkomende straffen, zoals verbeurdverklaring, ontzetting uit burgerlijke en politieke rechten of een beroepsverbod.
Opvallend is ook de invoering van een nieuwe financiële sanctie: de geldstraf gebaseerd op het verwachte of behaalde voordeel van een misdrijf.
Wie bijvoorbeeld via oplichting een miljoen euro heeft verdiend, kan een geldstraf opgelegd krijgen die kan oplopen tot 3 keer dat voordeel. In dat voorbeeld zou dat dus 3 miljoen euro kunnen bedragen. De bedoeling is om criminelen niet alleen strafrechtelijk, maar ook financieel te treffen.
Soms ook strenger
Hoewel het nieuwe Strafwetboek expliciet inzet op meer maatwerk en een humanere bestraffing, wijzen verschillende deskundigen erop dat het op veel punten ook strenger wordt.
Er zijn nieuwe misdrijven ingevoerd, bepaalde strafmaxima zijn verhoogd en het systeem van verzwarende bestanddelen is uitgebreider geworden. Het valt dan ook sterk te betwijfelen of het nieuwe strafwetboek een positieve impact zal hebben op bv. de overbevolking in onze gevangenissen.
Tegelijk moet het nieuwe wetboek justitie overzichtelijker en coherenter maken. Of het daardoor ook efficiënter zal functioneren, moet nog blijken. Zeker in een eerste fase dreigt er veel extra werk.
Wat betekent dat in de praktijk?
Schakelen tussen oud en nieuw strafwetboek
Alle feiten die vanaf 1 september worden gepleegd, vallen onder het nieuwe Strafwetboek. Maar duizenden oudere dossiers zijn nog in onderzoek of wachten nog op een uitspraak.
Het kan ook zijn dat een zaak in eerste aanleg al uitgesproken is maar waar beroep is aangetekend.
Voor die zaken geldt het overgangsrecht. Daarbij speelt een fundamenteel juridisch principe: de rechter moet de wet toepassen die voor de verdachte het gunstigst is.
Dat betekent dat het oude Strafwetboek van 1867 nog jaren relevant zal blijven. Advocaten en magistraten zullen de komende jaren dus voortdurend moeten schakelen tussen het oude en het nieuwe strafwetboek. Telkens zal moeten worden nagegaan welke wet het mildst is.
Dat is niet altijd eenvoudig. Ook al omdat er niet altijd objectieve criteria zijn. Is 2 jaar gevangenisstraf strenger dan 2 jaar onder elektronisch toezicht? Is één dag cel zwaarder dan een verbeurdverklaring van 100.000 euro? Is een korte gevangenisstraf met een hoge geldboete zwaarder dan een lange gevangenisstraf met een beperkte geldboete?
Overgang kan lang aanslepen
Advocaten en magistraten verwachten dat deze overgangsvragen lange tijd stof zullen opleveren voor nieuwe procedures. Uiteindelijk zullen het Hof van Cassatie, mogelijk het en in sommige gevallen zelfs het Europees Hof voor de Rechten van de Mens richting moeten geven.
Per definitie is dat een tijdelijk probleem. Maar in een Belgische context waar justitie niet bepaald de reputatie heeft snel te werken, kan dat overgangsrecht weleens lang aanslepen.
De conclusie komt van 3 onderzoekers van het Instituut voor Strafrecht van de KU Leuven. "Bij de geboorte van een nieuw wetboek zijn barensweeën onvermijdelijk. Helaas kunnen we de rechtspractici geen epidurale pijnstilling aanbieden. Diep ademhalen en veel zuchten is de enige optie."

