Waterschei was ooit een van de plekken waar Limburg zijn rijkdom uit de grond haalde. Duizenden mijnwerkers daalden er dagelijks honderden meters af om steenkool te ontginnen. Vandaag ziet de site er helemaal anders uit: onderzoekers werken er aan nieuwe energietechnologie, bezoekers vinden er de weg naar de natuur en de oude mijngebouwen krijgen een nieuwe bestemming. Maar tussen die nieuwe toekomst en het mijnverleden ligt een lange en soms moeilijke reconversie.
"Van stoflong naar groene long": hoe de mijn van Waterschei uitgroeide tot innovatief energiepark en natuurpoort
Samenvatting:
Op de oude mijnsite van Waterschei in Genk werken onderzoekers nu aan energietechnologie in Thor Park, onder meer in EnergyVille. Daar werken VITO, KU Leuven, imec en UHasselt samen.
Het mijnverleden blijft bewaard in het Mijndepot, in monumenten en in een jaarlijkse herdenking. Ook de fusie van Waterschei en Winterslag tot KRC Genk in 1988 en de natuur van de Hoge Kempen zijn deel van de omschakeling.
Waterschei sloot in 1987, de laatste Limburgse mijn in 1992. Vandaag is de reconversie bijna afgerond en kijken delegaties uit onder meer Polen, Zuid-Korea, Zuid-Afrika en Mongolië hoe Limburg dat deed.
Genk telde maar liefst 3 mijnen: Zwartberg, Winterslag en Waterschei. Op de oude mijnsite van Waterschei wordt al decennialang mijnerfgoed bewaard in het Mijndepot.
Wie Jean Ooms zoekt, kan hem in het depot vinden. De 27 jaar dat de oudmijnwerker onder de grond werkte, hebben hem nooit meer losgelaten.
"Als ik sterf, steek me niet in een oven, maar terug in de grond", zegt Ooms vastberaden. "Dat is de plek waar ik al die jaren met mijn collega’s heb gewerkt. Ik kan de mijn niet loslaten."
Het Mijndepot is het levenswerk van verschillende ex-mijnwerkers. Ze bewaren er het erfgoed van een industrie die Limburg bijna een eeuw lang bepaalde.
125 jaar geleden werd er steenkool gevonden in de Limburgse grond. Er werden 7 koolmijnen opgericht, waar arbeiders uit heel Europa in zware omstandigheden werkten.
60 jaar geleden sloot Zwartberg als eerste mijn, in 1992 sloot de laatste mijn in Zolder. Daarna werden de sites herbestemd en kwamen kunst, economie en toerisme in de plaats. Dat lange reconversieverhaal is vandaag bijna afgerond. VRT NWS zoekt alle locaties opnieuw op.
Van steenkool naar reconversie
Waterschei groeide uit tot een van de grote mijnsites van Limburg en sloot in 1987 de deuren.
Daarmee begon een nieuwe, moeilijke periode: wat doe je met een enorme industriële site als de industrie waarvoor ze gebouwd werd, verdwenen is?
Jean Ooms zag tot zijn grote spijt hoe in Nederland de meeste mijnsites volledig verdwenen. Ze wilden komaf maken met het verleden en de sites omvormen tot een moderne economische bestemming.
"Ik heb gezien hoe men daar alles met de grond gelijkmaakte. Dat deed pijn. Daarom wilde ik me inzetten voor het behoud van de mijnen."
In Waterschei bleef een deel van dat verleden ook bewaard. In het Mijndepot, maar ook in monumenten en jaarlijkse herdenkingen voor de overleden mijnwerkers. "Ieder jaar, de derde zondag van september, houden we nog een herdenking", zegt Ooms. "Daar ben ik fier op."
Moeilijke zoektocht naar nieuwe bestemming
De sluiting van de mijn betekende niet dat de toekomst van Waterschei meteen vastlag. Verschillende plannen voor de voormalige mijnterreinen haalden de eindstreep niet.
"Toen ik in 1995 in de gemeenteraad zat, lag het ERC-project, later het Fenix-project, op tafel", vertelt burgemeester van Genk Wim Dries (CD&V).
Het ambitieuze plan combineerde onder meer filmstudio’s, een groot winkelcentrum en ontspanning. Na een – het eerste dat in België werd georganiseerd – werd het hele plan afgevoerd.
Daarna koos de stad Genk ervoor om de mijnterreinen zelf aan te kopen. Een belangrijke beslissing, die uiteindelijk de weg vrijmaakte voor een nieuwe bestemming: Thor Park.
Van mijnindustrie naar kennis en energie
Op de plek waar vroeger steenkool werd ontgonnen, werken vandaag onderzoekers aan de energie van de toekomst.
Een van de blikvangers is EnergyVille, waar , KU Leuven, en UHasselt samenwerken rond energieonderzoek. Honderden onderzoekers werken er aan technologieën voor de en bedrijven kunnen zich rond die kennis ontwikkelen.
"EnergyVille is een mooi voorbeeld van kennisontwikkeling", zegt Dries. "Genk heeft altijd iets met energie gehad. Eerst was er het plaggen van de heide, waarbij de grond gebruikt werd om te verwarmen, en dan de steenkoolproductie. Vandaag staan we opnieuw op de eerste rij met onderzoek naar hernieuwbare energie."
Zo ligt er een thermisch netwerk, dat gebouwen met elkaar verbindt, zodat warmte en koude kunnen worden uitgewisseld, opgeslagen en hergebruikt. Onlangs werd er nog een simulatielab geopend om het elektriciteitsnet van de toekomst te onderzoeken. Er ligt een testveld voor zonneceltechnologie, er wordt onderzoek gedaan naar hoogspanningsleidingen, er wordt gekeken naar duurzame productie van waterstof en er staan zelfs testwoningen waar warmtepompen en verwarming kunnen worden uitgetest in verschillende situaties.
KRC Genk
De reconversie van Waterschei speelt zich niet alleen af op de voormalige mijnterreinen. Ook het voetbal draagt de geschiedenis van de mijnen mee.
Voor de mijnsluiting was de rivaliteit tussen de voetbalploegen van Waterschei en Winterslag jarenlang erg groot. Maar in 1988, kort na de sluiting van de mijnen, fuseerden de 2 clubs. De mijnsluiting had die fusie in de hand gewerkt. Er werd gekeken naar nieuwe economische activiteiten.
Voetbal kon daarbij helpen om Genk een herkenbare identiteit en een sterke club te geven. De fusie werd mede door de Kempische Steenkoolmijnen gestimuleerd en er werd een nieuw stadion in het vooruitzicht gesteld. Die kreeg de naam Thyl Gheyselinckstadion, genoemd naar de manager die de mijnsluitingen moest begeleiden.
KRC Genk was daarmee geboren en is nu een groot uithangbord van de stad.
Voor burgemeester Dries is die fusie een van de meest geslaagde voorbeelden van hoe Genk met zijn mijnverleden is omgegaan.
"Het heeft de mensen verbonden. Vroeger waren er 2 kampen, vandaag is iedereen blauw-wit. Het verhaal van de voetbalclub is een succesverhaal."
Groene long
Maar de transformatie van Waterschei gaat verder dan economie en technologie. De voormalige mijnsite ligt aan de rand van een van de belangrijkste natuurgebieden van Vlaanderen.
Voor Ignace Schops, directeur van het Nationaal Park Hoge Kempen, is de omslag duidelijk: van stoflong naar groene long.
Schops groeide op als zoon van een mijnwerker. Na de mijnsluitingen zag hij een nieuwe toekomst in de Limburgse natuur.
"40 procent van de natuur in Vlaanderen ligt in Limburg en 90 procent van alle soorten die in Vlaanderen voorkomen, vind je ook in Limburg. We hadden na de mijnsluitingen een grote uitdaging. Ik wilde samen met anderen die mooie Limburgse natuur bewaren."
Het Limburgse fietsroutenetwerk werd een van de eerste grote projecten om natuur en recreatie met elkaar te verbinden. Vandaag zijn fietsen en wandelen uitgegroeid tot een belangrijke economische activiteit.
"Ik heb me gefocust op het verbinden van ecologie en economie", zegt Schops daarover. "Fietsen en wandelen in Limburg zijn vandaag goed voor een markt van 250 miljoen euro omzet."
Volgens Schops is net die combinatie de sleutel tot de Limburgse reconversie: natuur beschermen, maar er tegelijk economische activiteit rond ontwikkelen.
Een model dat de wereld rondgaat
De Limburgse aanpak trekt intussen ook internationale belangstelling. Delegaties uit onder meer Polen, Zuid-Korea, Zuid-Afrika en Mongolië kwamen kijken hoe Limburg omging met de sluiting van zijn mijnen.
"Ook daar moeten mijnen sluiten", zegt Schops. "We hebben hier een model ontwikkeld om de samenleving en bedrijven opnieuw met de natuur te verbinden."
Waterschei is daarmee nog lang niet af. De voormalige mijnsite blijft zich ontwikkelen. Maar de richting is duidelijk.
Waar ooit duizenden mijnwerkers diep onder de grond naar steenkool zochten, werken vandaag onderzoekers aan nieuwe energie, komen bezoekers voor de natuur en houden ex-mijnwerkers het verleden levend.
Jean Ooms kan de mijn nog altijd niet helemaal loslaten. "De put krijg je immers nooit meer uit de mijnwerker."
Regionaal nieuws uit Limburg


