Satellieten van het Copernicus-programma worden momenteel ingezet in Colombia, na de zware aardbeving. De satellieten scannen het aardoppervlak en brengen schade in kaart om te helpen bij reddingsoperaties. "Het is een internationale samenwerking", legt seismoloog Koen Van Noten uit, ook andere commerciële satellieten werken mee.
Europees satellietsysteem Copernicus brengt schade in kaart bij aardbeving Colombia
De aardbeving in het westen van Colombia heeft een zware tol geëist. Er zijn al zeker 132 doden en meer dan 500 gewonden. Hulpverleners zoeken onder het puin naar overlevenden.
Verschillende landen en internationale organisaties zoals de Verenigde Naties en de Europese Unie bieden hun steun aan. De EU gaat bijvoorbeeld het satellietsysteem Copernicus inzetten om reddingsoperaties te ondersteunen. Dat liet Europees Commissievoorzitter Ursula von der Leyen weten op X.
"Copernicus is het aardobservatieprogramma van de EU", zegt Koen Van Noten in De Ochtend op Radio 1. Hij is seismoloog bij de Koninklijke Sterrenwacht van België. "Dat programma heeft Sentinel 1- en Sentinel 2-satellieten."
"Die satellieten vliegen rondom de aarde en scannen continu het aardoppervlak. Om de paar dagen vliegen ze over hetzelfde gebied en dus ook over Colombia."
Hoe Europees satellietsysteem Copernicus helpt bij reddingsoperaties in Colombia
In het getroffen Colombia kunnen die satellieten nu de schade scannen die door de aardbeving werd veroorzaakt. "Een aantal experts gaat nu met die satellietgegevens aan de slag om in te zoomen op de schadegebieden en welke gebouwen wel of niet beschadigd zijn."
Internationale samenwerking
Via het Copernicus-programma kan je dus gedetailleerd in kaart brengen waar er in Colombia schade is. Al gebeurt dat niet enkel door de satellieten van Copernicus zelf. "Die satellieten hebben vaste routes die toevallig Colombia passeren. Die gaan zich niet zelf verplaatsen naar het gebied."
"Je hebt ook veel commerciële satellieten, waarvan Copernicus aan die diensten gaat vragen of ze daarover zijn gevlogen en of ze die beelden mogen gebruiken. Het is dus eigenlijk een internationale samenwerking."
Het Copernicus-programma is dan ook niet uniek. "Je hebt ook 'Sentinel Asia' en de Verenigde Naties hebben ook een satellietprogramma. Maar ik denk dat de EU het meest omvattende en meest gefinancierde systeem heeft."
Experts achter het Copernicus-programma verzamelen dan alle data om die de volgende dag al openbaar te maken. "Het rampenmanagement kan dan met die kaarten aan de slag gaan."
Ook aandacht voor klimaat
Het satellietsysteem van de EU wordt niet alleen voor aardbevingen gebruikt. "Het is echt voor alle rampenscenario's", aldus Van Noten.
"Maar een ander deel van het programma kijkt op lange termijn ook naar klimaatopwarming en zeespiegelstijging en CO₂ en dergelijke. Het doet dus ook andere dingen dan enkel rampenbestrijding."


