De abdij van Maredsous, bekend van haar kazen en bieren, destilleert en verkoopt tegenwoordig ook gin en whisky en organiseert festivals, onder meer met een Portugese priester als dj. De nieuwe initiatieven moeten helpen om de harde economische realiteit het hoofd te bieden.
De abdij als businessmodel: waarom Maredsous verder kijkt dan kaas en bier
Een abdij en een goed glas whisky: het is misschien niet de combinatie waar je spontaan aan denkt. Toch gaat de abdij van Maredsous vandaag een stuk verder dan religieuze beleving, kaas en bier.
Achter die nieuwe activiteiten zit een heel praktische reden: de abdij, nochtans een sterk merk, moet financieel het hoofd boven water zien te houden. Dat schreef De Standaard gisteren in een reportage over de abdij.
En zo zijn er wel meer abdijen die op zoek moeten naar extra inkomsten om hun toekomst veilig te stellen. "Dat is het gevolg van een evolutie die al decennia aan de gang is", zegt Kristien Suenens in De Ochtend op Radio 1. Zij is onderzoekster bij KADOC, het Documentatie- en Onderzoekscentrum voor Religie, Cultuur en Samenleving (KUL).
Minder monniken, maar oplopende kosten
Abdijen hebben het al even niet gemakkelijk in het veranderende klimaat, zegt Suenens. Sinds de 2e helft van de 20e eeuw is het aantal monniken, paters en zusters in abdijen sterk teruggelopen, terwijl de kosten voor die grote gebouwen – oorspronkelijk berekend op veel grotere groepen - blijven doorlopen. Onderhoud, verwarming en andere infrastructuur wegen zwaar op de begroting.
Van kaas en bier naar gin en festivals: hoe ver gaan abdijen om financieel te overleven?
Daar komt volgens Suenens nog de vergrijzing van de gemeenschappen bij. Een grote groep zorgbehoevende paters en zusters brengt extra kosten met zich mee, terwijl de gebouwen daar vaak niet op voorzien zijn.
Hoe worden abdijen gefinancierd?
Abdijen hebben nochtans traditioneel verschillende manieren om hun werking te financieren. "Als we teruggaan naar de middeleeuwen, dan zie je dat abdijen heel veel van hun inkomsten halen uit grootgrondbezit", zegt Suenens. In de 19e en 20e eeuw veranderde dat en gingen abdijen hun activiteiten steeds meer diversifiëren.
Zo kwamen er onder meer scholen, drukkerijen en uitgeverijen. En ook de productie van bier, kaas en brood werd belangrijk. Dat sluit volgens Suenens nog aan bij de agrarische geschiedenis van de abdijen.
De vraag is hoe ver abdijgemeenschappen willen gaan om zich in de picture te brengen
Daarnaast waren er giften en erfenissen van gelovige families, maar ook inkomsten uit lonen en pensioenen van de monniken en monialen zelf. Nu het aantal nieuwe intredes sterk is gedaald, valt ook die geldstroom grotendeels weg.
"Overheidssteun is trouwens alleen mogelijk wanneer gebouwen beschermd zijn", legt Suenens uit. "Maar voor het grootste deel moeten abdijen zichzelf financieel zien te redden."
Hoe identiteit behouden?
Nieuwe inkomstenstromen, hoe verrassend ook, zijn dus cruciaal. Maar gin, whisky en festivals roepen ook de vraag op hoe ver een abdij kan gaan in het zoeken naar inkomsten zonder haar eigen identiteit uit het oog te verliezen.
"De vraag is hoe ver die abdijgemeenschappen willen gaan om zich in de picture te brengen", zegt Suenens. Volgens haar probeert Maredsous daarbij wel aansluiting te zoeken bij waarden die bij de abdij passen. Ze wijst onder meer op duurzame productie, samenwerking met lokale producenten en sociale tewerkstelling. "Maar ik denk dat daar ook wel een spanningsveld op zit tot hoever zij kunnen gaan."


