De brand in de Hoge Venen heeft 1 ding pijnlijk duidelijk gemaakt: Europa kampt met een tekort aan blusvliegtuigen. Daarom is een opvolger onderweg: de DHC-515 Firefighter. De eerste exemplaren worden vanaf 2028 geleverd. 5 interessante weetjes over het nieuwe blusvliegtuig dat een belangrijke rol moet spelen in de strijd tegen toekomstige natuurbranden.
Handgemaakt, 50 miljoen euro per stuk en klaar in 2028: dit is het nieuwe blusvliegtuig voor Europa
Meer dan 6 ton water in 12 seconden
In amper 12 seconden kan het vliegtuig van Canadese makelij 6.137 liter bluswater uit een meer, rivier of zee scheppen. Vandaar komt de bijnaam ‘superscooper’. Het toestel kan water scheppen bij golven tot 2 meter hoog.
De DHC 515, voluit de De Havilland Canada DHC-515, kan zowel zoet als zout water gebruiken: ze zijn speciaal beschermd tegen corrosie door zout.
Piloot opent 4 waterkleppen
Boven de brandhaard is het tijd om het water te lossen. Dat gebeurt via de 4 waterkleppen aan de onderkant van de DHC-515. De piloot kan de waterdrop zo aansturen dat het water in 1 keer of in meerdere, snel opeenvolgende drops wordt gelost. Welke manier het meest geschikt is, hangt onder meer af van de situatie en het soort brand.
De DHC-515 neemt niet alleen water mee, maar ook tot 680 liter blusschuim. Dat schuim wordt aan het water toegevoegd en versterkt de werking ervan bij het blussen van de brand.
Trager vliegen is nauwkeuriger
Opvallend aan dit nieuwe blusvliegtuig is dat het veel trager kan vliegen op een veilige manier dan grote transportvliegtuigen die als blusvliegtuig worden ingezet. Daardoor kan het veel preciezer water afwerpen.
De DHC-515 kan veilig blijven vliegen tot ongeveer 126 kilometer per uur, terwijl een Airbus A400M ongeveer 240 kilometer per uur nodig heeft om stabiel te blijven.
Elke 2 à 3 minuten een nieuwe lading water
Zodra het water is gedropt, keert de DHC-515 terug naar het wateroppervlak voor een nieuwe lading. Als er dicht bij de brand een geschikt wateroppervlak ligt, kan het vliegtuig al na 2 à 3 minuten opnieuw een lading water boven de brand afwerpen.
Op die manier kan het zo'n 4 uur onafgebroken blussen. Daarna is de brandstof op en moet het toestel terugkeren om te tanken.
Tijdens zo'n missie zijn 40 tot 50 waterdrops gebruikelijk. In uitzonderlijke gevallen werden met de voorganger, de CL-415, zelfs 70 tot 80 drops in 4 uur uitgevoerd.
Handgemaakt maar duur
De DHC-515 wordt in een fabriek in Canada volledig met de hand gebouwd. Robots komen er niet aan te pas. De fabriek produceert jaarlijks 10 tot 12 toestellen.
Dat maakt de 'superscooper' ook duur. De Europese Unie betaalde in 2024 600 miljoen euro voor de 12 nieuwe toestellen, 50 miljoen euro per stuk dus. Ook Canada, Indonesië, Marokko, Kroatië, Spanje, Italië, Griekenland, Portugal en Frankrijk plaatsten al een bestelling. De eerste leveringen worden verwacht in 2028.
De Belgische overheid heeft zelf geen blusvliegtuigen en is ook nog niet van plan om er een aan te kopen. Om een natuurbrand vanuit de lucht te blussen, doet ons land voorlopig een beroep op de helikopters van de federale politie met bluszakken (ofwel een 'bambi bucket'). Voor grote branden kan België blusvliegtuigen van buurlanden laten overkomen.
Wel stonden er tot deze week enkele (oudere) blusvliegtuigen in België, op de regionale luchthaven Zwartberg in Genk. Die zijn van een privéspeler: de Luxemburgse vrachtmaatschappij Cargolux. Vanuit Genk worden ze elders in Europa ingezet en trainen bluspiloten. Maar gisteren liet de eigenaar weten dat ze de vliegtuigen permanent verhuizen naar Turkije.

