In Nederlands-Limburg is een team van 8 onderzoekers volop bezig de vegetatie in en langs de Maas in kaart te brengen. Dat gebeurt in opdracht van Natura 2000. Over 6 jaar wordt dat nog eens gedaan, zodat er een vergelijking kan worden gemaakt.
Onderzoekers brengen vegetatie langs 47 km Maas in kaart, over 6 jaar doen ze dat opnieuw
"De Maas verschilt van andere rivieren in Nederland", vertelt ecoloog Bruno Jonge-Poerink. "Het is een regengevoede rivier met kalk en grind. We doen onderzoek over een afstand van 47 km, een gebied van 9.000 ha. Voor mij is zo'n groot onderzoeksgebied een primeur. Dat het gebied zich over 2 landen uitstrekt, maakt het nog specialer."
"We onderzoeken met ons team wat de vegetatie is in dat hele gebied, van in de rivier tot aan de grenzen van de dijk", gaat de ecoloog verder. "Het gaat dan om de variatie in planten, het voorkomen en de samenstelling."
"Momenteel kan je staan op plaatsen waar je in de winter tot je middel in het water zou staan", vertelt Jonge-Poerink. "In dat gebied, een slikkige oever met grindkarakter, vind je veel perzikkruiden- en ganzenvoetensoorten. We noemen dat pioniervegetatie, vegetatie die eenjarig is."
"Er staan hier ook heel wat exoten", voegt de ecoloog er nog aan toe. "De minst welkome exoot is de duizendknoop, een invasieve soort die alles overwoekert en waartegen je moeilijk iets kan doen. Je hebt ook de reuzenberenklauw en exoten die uit Australië komen."
"Die Australische exoot is afkomstig van wol uit Australië, die werd gewassen in de buurt van de Maas. Het afvalwater stroomde de rivier in en liet de grasachtige planten daar kiemen. Het gaat om heel zeldzame planten die nergens anders voorkomen. Gelukkig gaat het hier niet om een probleemsoort."
Weinig verschil tussen België en Nederland
"We zien weinig verschil in vegetatie tussen de Belgische en Nederlandse zijde van de Maas", zegt Jonge-Poerink nog. "Er is wel een duidelijk verschil tussen buiten- en binnenbochten. Voorlopig kunnen we nog geen conclusies trekken. We maken nu een nulmeting om de huidige situatie te kunnen vergelijke met die over 6 jaar."
"We zijn ons onderzoek in januari al begonnen, achter onze computer", lacht de ecoloog. "We hebben namelijk een tijdlang luchtfoto's bestudeerd zodat we wisten waar we ons ter plaatse aan konden verwachten. In mei zijn we dan naar hier gekomen en nu zijn we volop bezig met ons onderzoek. Dat duurt zeker nog tot half oktober. Voor echte resultaten moet je over 7 jaar nog eens terugkomen. Dan hebben we een nieuwe meting gedaan en de resultaten met elkaar vergeleken", besluit Jonge-Poerink.

