Het aantal kinderen dat noodgedwongen in een ziekenhuis belandt omdat er geen plaats is in de jeugdhulp, blijft stijgen. In 2025 ging het om 167 kinderen, tegenover 120 het jaar ervoor. Dat blijkt uit cijfers die Vlaams Parlementslid Egbert Lachaert (Anders) opvroeg bij minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit).
Opnieuw meer kinderen in ziekenhuis door gebrek aan opvangplaatsen in jeugdhulp
Het Kinderrechtencommissariaat trok vorig jaar al aan de alarmbel over het nijpende plaatsgebrek in de jeugdzorg en de gevolgen daarvan. Ziekenhuizen vangen kinderen en jongeren zonder medische noodzaak op om hun veiligheid te garanderen.
In 2024 ging het om 120 kinderen, maar in 2025 steeg dat aantal verder naar 167. De grootste groep bestaat uit baby's en peuters jonger dan 2 jaar. "Het gaat om kinderen in een problematische opvoedingssituatie of baby's die door hun ouders worden afgestaan", geeft Lachaert als voorbeeld.
Geen centrale opvolging
Wat er met hen gebeurt zodra ze het ziekenhuis verlaten, houdt de overheid nergens centraal bij. "Baby's en peuters liggen soms wekenlang in een ziekenhuisbed. Niet om medische redenen, maar bij gebrek aan een alternatief. En niemand volgt systematisch op wat er daarna met hen gebeurt", hekelt het Vlaams Parlementslid.
Bovendien laat de begeleiding in het ziekenhuis volgens Lachaert te wensen over: "Ziekenhuizen zijn hier eenvoudigweg niet voor uitgerust." Afhankelijk van hun situatie horen die kinderen tijdelijk thuis in een gespecialiseerd centrum of in een pleeggezin, volgens hem.
Kinderen horen op te groeien in een veilige en warme plek. Dat is niet het ziekenhuis, ook al doet het personeel daar zijn uiterste best om kinderen in nood zo goed mogelijk op te vangen, erkent ook Minister van Welzijn Caroline Gennez (Vooruit).
Plan mist focus
Daarom investeert ze deze legislatuur 120 miljoen extra in jeugdhulp en 64 miljoen euro daarvan gaat naar extra opvangplekken.
"Met het nieuwe plan voor de jeugdhulp zetten we in op maatregelen waarbij we sneller kunnen ingrijpen als er sprake is van een verontrustende thuissituatie. Dat begint al met extra hulp en begeleiding voor de geboorte, zodat we crisissituaties – en dus eventuele ziekenhuisopnames – kunnen voorkomen", stelt Gennez.
Lachaert noemt het een goede start. "Maar haar plan mist focust", stelt hij ook.
Hij pleit daarom uitdrukkelijk voor prioriteit voor de allerkleinsten. "We moeten focussen op de meest schrijnende situaties. Laten we prioriteit geven aan die 167 kinderen die bij de start van hun leven extra aandacht verdienen."
Vangnet beter inzetten
Pleegzorg en specifieke opvangvoorzieningen kunnen die aandacht bieden, maar volgens Lachaert blijven die mogelijkheden nu nog te vaak onbenut.
Uit de sector krijgt hij signalen dat initiatieven zoals het crisisplatform pleegzorg niet optimaal draaien. "Sommige kandidaat-pleegouders wachten heel lang, terwijl ze staan te springen om te helpen."
Naast extra middelen moeten we dus vooral de bestaande instrumenten beter inzetten
Vlaams Parlementslid Egbert Lachaert
"Ook organisaties die kinderen in het ziekenhuis geborgenheid kunnen bieden, worden nog te weinig ingeschakeld", merkt hij op. "Naast extra middelen moeten we dus vooral de bestaande instrumenten beter inzetten."
Lachaert pleit daarom voor een betere opvolging van het traject dat de kinderen afleggen en een efficiëntere inzet van pleeggezinnen. "Zodat de allerkleinsten een warm nest krijgen."
Iets waar Gennez wel mee bezig is. "Door de recente aanpassingen aan het capaciteitsbeheerssysteem krijgen we een beter beeld van waar er een plek is in de jeugdhulp", geeft ze als voorbeeld.
"Ook het versterkte crisisnetwerk en de nieuwe crisis-app voor pleeggezinnen moeten ervoor zorgen dat er sneller een plek wordt gevonden voor kinderen die niet langer thuis kunnen blijven." Al deze maatregelen worden nu en de komende maanden stelselmatig uitgerold.


