Er steekt veel meer uranium in de grond van Congo dan vermoed. Dat blijkt uit een rapport van de krant New York Times en Lighthouse Reports. Dat maakt Congo nog interessanter voor grootmachten als China, maar tegelijk vergroot dat het gevaar op radioactieve besmetting door de mijnbouw voor de lokale bevolking.
Waar gaat het uranium van Congo naartoe?
Elke dag schuiven vrachtwagens aan bij de grensovergang tussen Congo en Zambia, in de zogenoemde Kopergordel in de provincies Haut-Katanga en Lualaba. De Democratische Republiek Congo is de grootste producent van kobalt, een essentieel onderdeel van batterijen en andere producten van de elektrische revolutie.
Maar die vrachtwagens zouden beter stuk voor stuk met stralingsdetectoren worden gecontroleerd, schrijven de journalisten van New York Times en Lighthouse Reports. Want er gaat veel meer uranium mee de grens over dan tot nu toe gedacht.
Uranium zit in de bodem, samen met het geoxideerde kobalterts. Tot in 1960 werd het ook apart gedolven in de beroemde mijn van Shinkolobwe. Het is met dat uranium dat de Amerikaanse atoombommen werden gemaakt die grote verwoesting aanrichtten in de Japanse steden Hiroshima en Nagasaki.
De mijn werd in 1960 bij de Congolese onafhankelijkheid verzegeld door het Belgische bedrijf Union Minière. En in 2002 werd door een nieuwe mijncode de uitvoer van uranium strikt aan banden gelegd. Maar de smokkel van het uranium ging door, ook al bleef het jarenlang onder de radar.
Een lugubere geschiedenis
De mijn van Shinkolobwe werd opgericht in 1925. Ze was winstgevend tijdens de kolonisatie door België, toen het staatsbedrijf Union Minière er actief was. Eerst werd dat uranium en radium gedolven en naar de hoofdzetel in Olen gebracht voor verwerking.
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd een deel ervan opgeëist door de Nazi-bezetters. De Duitsers kregen hun kernwapenprogramma niet op de been. Maar de toenmalige baas van de Union Minière in Congo, Edgar Sengier, sluisde 1200 ton uraniumerts naar de VS, nog eens 3000 ton werd opgekocht door het Amerikaanse leger. Dat gebruikte het wél succesvol, voor hun kernwapenprogramma, het Manhattan Project, onder leiding van natuurkundige J. Robert Oppenheimer. Het Congolese uranium werd als lading gebruikt van de atoombommen die op Hiroshima en Nagasaki zijn gedropt aan het eind van de Tweede Wereldoorlog.
Na de oorlog volgde de Koude Oorlog en bleef dat uranium van Shinkolobwe interessant voor de nucleaire wapenwedloop tussen de Verenigde Staten en de Sovjetunie. Bij de Congolese onafhankelijkheid in 1960 trokken de Amerikanen weg en werd de mijn gesloten en verzegeld door Union Minière.
Tijdens de opeenvolgende burgeroorlogen en instabiliteit in Congo bleef de mijn in het vizier van opkomende kernmachten Israël en ook Iran, die hun geheime diensten inzetten om uranium te smokkelen. Congo sloot de mijn officieel in 2004. Maar de uraniumsmokkel ging al die jaren nog door. Al bleef het wat onder de radar. Tot er nu volop een nieuwe wedloop op die kritieke aardmetalen is begonnen en de mijnen opnieuw in het middelpunt van de belangstelling staan.
Ondergronds netwerk
In het rapport van de New York Times en Lighthouse Reports zijn geologische kaarten samengevoegd met chemische data en officiële handelsdocumenten. Zo ontdekten de onderzoekers dat er de afgelopen kwarteeuw 2.000 tot 5.000 ton uranium mee is verscheept met de ladingen kobalt-hydroxide en met mijnafval. Minder dan 10 procent daarvan is aangegeven en onder internationaal toezicht geplaatst.
De ophoping van ongecontroleerde voorraden natuurlijk uranium kan leiden tot heel gevaarlijke situaties
David Albright, expert kernwapens (Institute for Science and International Security, Washington ) aan FT
Als dat uranium verrijkt wordt, volstaat het om 600 kernwapens mee te maken, of een grote kernreactor 10 jaar lang te laten draaien. Satellietfoto's tonen ook aan dat de lagen uranium van de oude, gesloten uraniummijn van Shinkolobwe, ondergronds uitlopen tot ver buiten de veiligheidsperimeter en tot onder de grote kobaltmijnen in de regio.
Gevaren
Dat er uranium in de grond zit in een instabiel land als Congo, noemen de onderzoekers gevaarlijk. In de eerste plaats voor de volksgezondheid. Naast de industriële mijnen zijn er ook veel artisanale mijnen. Als de bodemstalen vaak bestaan uit een mix van koper, kobalt en uranium in verschillende concentraties, dan kunnen mijnwerkers worden blootgesteld aan radioactiviteit. De voorbije jaren waren al heel wat kinderen van mijnwerkers geboren met afwijkingen.
De bedrijven zelf springen niet altijd even scrupuleus om met de veiligheid. Zo blijkt uit interne documenten van het Chinese CMOC in Tenke Fungurume, dat de straling vaak ver boven de limiet ligt. Het uranium op een propere manier scheiden van het kobalt- en kopererts is wel mogelijk, maar gebeurt in dat bedrijf nog niet. Twee andere bedrijven, Glencore en ERG, pasten wel technieken toe, ze gebruikten fosforzuur om de grondstoffen uit elkaar te halen.
Wat mag er wettelijk?
Uranium uitvoeren uit Congo mag niet, en de Congolese overheid probeert ook de smokkel te verhinderen. Gemakkelijk is dat niet, de grenscontroles zijn niet aangepast aan de realiteit.
Maar ook de ladingen die door de vooral Chinese bedrijven worden uitgevoerd, zijn niet waterdicht. Experts achten het goed mogelijk dat China eerst de ruwe ladingen kobalterts weghaalt, en er dan in China het uranium uit haalt.
China is een kernmacht, maar weigert te onthullen waar het uranium voor zijn kernkoppen vandaan haalt. Officiële bewijzen dat China doelbewust het Congolese uranium uit zijn kobalt haalt en voor militaire doeleinden gebruikt, zijn er wel niet.
Het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken zegt dat het zich houdt aan de internationale afspraken, en zijn nucleaire energie alleen voor vredelievende doelen gebruikt.
De Belgische link
Naast China azen nog andere (groot)machten op de kostbare grondstoffen van Congo. Er waren en zijn ook spelers uit de VS en Canada, een beroemde naam is Glencore van de omstreden Israëlische zakenman Dan Gertler, en de Amerikaanse president Donald Trump heeft al een deal gesloten met Congo en Rwanda, met de toekomstige uitbating van de mijnen als pasmunt.
Maar ook ons land weet Congo opnieuw liggen, na de turbulente oorlogsjaren onder vader en zoon Kabila, toen alleen zakenmannen als George Forrest zich waagden in de risicovolle Congolese mijnbouw. Vorig jaar nog bezocht minister van Buitenlandse Zaken Maxime Prévot de terrils van STL (Société Terril Lubumbashi, een dochter van het Congolese staatsbedrijf Gécamines), in het kader van een samenwerking met het Belgische bedrijf UMICORE.
Heel recent kreeg UMICORE nog een staatswaarborg van 26,4 miljoen euro via Credendo om zijn investering in STL te garanderen. UMICORE wil het kostbare metaal germanium uit het slakkenafval van de terrils halen en in België verwerken. Germanium is cruciaal voor industrieën zoals de halfgeleiderproductie, de glasvezelfabricage, defensie en ruimtevaart.
De toegang tot kritieke grondstoffen is uitgegroeid tot een strategische uitdaging voor Europa. De Belgische staatswaarborg blijkt ook van belang, omdat de Chinezen op de loer liggen bij STL.
Maxime Prévot, minister van Buitenlandse Zaken
Congo is, zo bewijst dit rapport opnieuw, een draaischijf van belangrijke grondstoffen, voor de elektrificatie, voor de nucleaire ontwikkeling, voor de wapenwedloop. Een reden te meer om de politieke en militaire situatie in het land nauwgezet te blijven volgen.


