Een grote toestroom van migranten vanuit Marokko zet de Spaanse exclaves Ceuta en Melilla opnieuw op de (nieuws)kaart. De gebeurtenissen leggen wederom de gevoelige relatie tussen Spanje en Marokko bloot. Maar wat zijn Ceuta en Melilla eigenlijk? Waarom zijn de 2 steden Spaans, terwijl ze op het Afrikaanse continent liggen? En waarom spelen ze zo'n belangrijke rol in de migratie- en diplomatieke relatie tussen Spanje en Marokko?
Wat zijn Ceuta en Melilla?
Ceuta en Melilla zijn 2 Spaanse autonome steden aan de noordkust van Afrika, volledig omringd door Marokko. Het zijn Spaanse : gebieden die wel bij Spanje horen, maar niet aan het Spaanse vasteland grenzen.
Ceuta ligt aan de Straat van Gibraltar, op slechts enkele tientallen kilometers van de Spaanse kust. De stad is ongeveer 18,5 km² groot en telt zo'n 83.000 inwoners.
Melilla ligt ongeveer 400 kilometer verder naar het oosten, aan de Middellandse Zee. De stad is ongeveer 13 km² groot en telt ongeveer 87.000 inwoners.
Beide steden hebben een bijzondere bestuurlijke status binnen Spanje. Sinds 1995 zijn ze officieel autonome steden. Ze hebben daarmee meer bevoegdheden dan een gewone Spaanse gemeente, maar minder autonomie dan de 17 autonome regio's van Spanje.
Ook binnen de Europese Unie hebben Ceuta en Melilla een bijzondere positie. Ze behoren tot het , maar vallen bijvoorbeeld niet onder het Europese btw- en douanegebied. Daarom zijn er bijvoorbeeld grenscontroles tussen het Europese vasteland en de steden.
Ceuta en Melilla zijn belangrijke vrijhavens. Door hun bijzondere belasting- en douaneregime kunnen bepaalde goederen, zoals tabak en alcohol, er goedkoper zijn dan op het Spaanse vasteland.
Bovendien vormen Ceuta en Melilla de enige landgrenzen tussen de Europese Unie en het Afrikaanse continent.
Waarom zijn Ceuta en Melilla Spaans?
Door de strategische ligging aan de Straat van Gibraltar is Ceuta al lang een belangrijk militair en commercieel knooppunt. Daardoor kwam de stad door de eeuwen heen in handen van verschillende machthebbers.
In 1415 werd Ceuta veroverd door Portugal. De stad bleef onder Portugees bestuur tot 1580, toen Portugal en Spanje onder één kroon kwamen. Nadat Portugal in 1640 opnieuw onafhankelijk werd, koos Ceuta ervoor om onder de Spaanse kroon te blijven. Dat werd in 1668 formeel bevestigd met het Verdrag van Lissabon, waarbij Portugal de stad officieel aan Spanje afstond.
Melilla kwam in 1497 in Spaanse handen. Ook deze stad had door haar ligging aan de Middellandse Zee een belangrijke strategische functie.
Ook na de onafhankelijkheid van Marokko in 1956 gaf Spanje de controle over de steden niet op, iets wat Marokko tot vandaag betwist. Want in die periode van dekolonisatie droegen andere Europese landen wel veel van hun Afrikaanse gebieden over aan nieuwe onafhankelijke staten. Ceuta en Melilla bleven daardoor als enige gebieden op het Afrikaanse vasteland in Europese handen.
Ceuta en Melilla zijn trouwens niet de enige Spaanse 'plazas de soberanía' (soevereine plaatsen, red.) aan of voor de Marokkaanse kust. Spanje bezit er nog enkele kleinere eilandjes en rotsen in de regio. Die zijn grotendeels onbewoond of worden alleen door militairen bemand.
Wat is het huidige belang van de exclaves voor Spanje?
Voor Spanje zijn Ceuta en Melilla vooral belangrijk vanwege hun strategische en economische ligging. De nabijheid van de Straat van Gibraltar geeft Spanje een strategische positie aan een belangrijke doorgang voor internationale scheepvaart en handel.
Ook de belastingvrije handel via de eigen havens en over de grens met Marokko speelt een belangrijke rol in het economische belang van de steden.
Daarnaast is er een politieke en culturele dimensie. Ceuta en Melilla staan al meer dan 600 jaar onder Europees en uiteindelijk Spaans bestuur. Daardoor is er al eeuwenlang een sterke Spaanse culturele invloed en zijn er door de jaren heen veel Spanjaarden naar de steden verhuisd.
Tegelijk is de bevolking ook heel divers. In beide steden wonen mensen met verschillende religieuze en culturele achtergronden, waaronder inwoners met Spaanse, Marokaanse en -wortels. Daarnaast zijn er onder meer joodse en hindoeïstische minderheden.
Ondanks die verschillende achtergronden wil de meerderheid van de inwoners bij Spanje blijven. Ook juridisch gezien zijn de meeste inwoners van Ceuta en Melilla Spanjaarden.
Waarom eist Marokko de gebieden op?
Marokko erkent de Spaanse over Ceuta en Melilla niet. Het beschouwt de 2 steden als gebieden die tot Marokko zouden moeten behoren en ziet ze als overblijfselen van het Europese koloniale verleden in Noord-Afrika. Marokko claimt ook de kleinere Spaanse gebieden voor de kust.
Spanje verwerpt die claims, net als veel andere landen. Het wijst daarbij op de eeuwenlange Spaanse aanwezigheid in de gebieden. Het land is dan ook niet bereid om over de soevereiniteit over de 2 steden te onderhandelen.
Hoewel Marokko de Spaanse controle betwist en de kwestie geregeld opnieuw op de politieke agenda zet, heeft het land nooit geprobeerd om Ceuta of Melilla militair in te nemen. Dat komt vooral door de belangrijke handelsrelaties en diplomatieke banden tussen beide landen.
Waarom speelt migratie zo'n grote rol in de relatie tussen Spanje en Marokko?
Ceuta en Melilla vormen de enige landgrenzen van de Europese Unie op het Afrikaanse continent. Dat maakt de twee steden bijzonder belangrijk voor het Europese migratiebeleid.
De twee Spaanse steden maken deel uit van de Schengenzone, maar er geldt een bijzondere regeling. Wie vanuit de exclaves naar het Spaanse vasteland of een ander Schengenland wil reizen, moet opnieuw door een grenscontrole. De oversteek betekent dus niet automatisch dat migranten zich vrij door de rest van Europa kunnen verplaatsen.
Maar wie erin slaagt de grens met Ceuta of Melilla over te steken, bevindt zich wel op Spaans grondgebied en komt daarmee in een Europese migratie- en asielprocedure terecht.
De route via Ceuta en Melilla is daardoor minder populair dan andere migratieroutes naar Spanje, zoals die naar de Canarische Eilanden. Bovendien zijn de grenzen rond de exclaves zwaar beveiligd met hoge hekken, camera's en andere beveiligingsmaatregelen.
Migranten die de exclaves proberen te bereiken, zijn daarom vaak aangewezen op de zee. Zo proberen migranten vanaf de Marokkaanse stad Fnideq, vlak bij Ceuta, de exclave zwemmend te bereiken. Daarbij moeten ze meer dan 5 kilometer open zee overbruggen.
Hoewel de spanningen over de controle van de steden meestal beperkt blijven tot diplomatieke claims, speelt migratie wel een belangrijke rol in de relatie tussen beide landen. Marokko controleert immers de toegang tot de exclaves. Door de grensbewaking te versoepelen, kan het in korte tijd grote groepen migranten richting Spaans grondgebied laten trekken. Zo kan Marokko migratie als diplomatiek drukmiddel inzetten om eigen buitenlandse beleidsdoelen te bereiken.
Dat bleek bijvoorbeeld in mei 2021, toen Marokko de grenscontroles rond Ceuta versoepelde. In amper 2 dagen tijd staken zo'n 10.000 mensen vanuit Marokko en andere delen van Afrika de grens over naar Spaans grondgebied.
De massale toestroom werd gezien als een reactie op de beslissing van Spanje om de leider van het Polisario Front in een Spaans ziekenhuis te laten behandelen. Het Polisario Front strijdt voor onafhankelijkheid van de Westelijke Sahara, een gebied waarover Marokko de controle claimt.
Die diplomatieke crisis eindigde pas in 2022, nadat Spanje zijn standpunt over de Westelijke Sahara had bijgesteld en zijn steun uitsprak voor het Marokkaanse autonomieplan voor het gebied.
Wat is de Westelijke Sahara?
De Westelijke Sahara was tot 1975 een Spaanse kolonie en wordt sindsdien door Marokko gecontroleerd maar wel hevig betwist. De Verenigde Naties beschouwen het als een autonome regio.
Al 50 jaar woedt er een conflict tussen Marokko en het Polisario Front, een militaire onafhankelijkheidsbeweging die gesteund wordt door Algerije. Daarbij vielen de afgelopen 16 jaar zeker 9.000 doden.
