Naar hoofdinhoud

Zestig jaar na zware busramp: Duits dorp herdenkt 28 verongelukte kinderen uit Brussel

Een Duits dorp herdenkt zaterdag een grote busramp uit 1966, waarbij 28 kinderen uit Brussel om het leven kwamen. Ze kwamen toen terug van een zomerkamp in Oostenrijk. Annie Cuypers, de zus van een van de slachtoffers, organiseert de herdenking aan de brug waar de bus naar beneden stortte.

BRUZZ Eva Christiaens
Gepubliceerd:

De broer van Cuypers, Paul, was nog geen 18 jaar op het moment van de ramp. Daarom organiseert Annie deze zaterdag, exact 60 jaar na het ongeluk, een herdenkingsplechtigheid aan de brug van Niederbrechen, een deelgemeente van de Duitse plaats Limburg an der Lahn.

Bij de herdenking zal ook een brandweerman uit Niederbrechen aanwezig zijn die de kinderen destijds mee heeft gered. Verder komen ook de jongere zus van Cuypers en haar eigen kinderen langs, net als een kleine delegatie van bevriende brandweerlieden uit Edingen. "Daarnaast heb ik niet veel overlevenden meer gevonden", zegt Cuypers. "Ook hun familie is vaak al gestorven. Iedereen blijft natuurlijk welkom. Ik ben zelf al 75 jaar, dus het is misschien de laatste keer dat we dit kunnen doen."

Meer slachtoffers dan Sierre

Niederbrechen ligt ongeveer halverwege tussen de Duitse steden Frankfurt en Bonn. Op 25 juli 1966 reed een bus met 43 Belgische inzittenden vanuit Oostenrijk door het dorpje, op de terugweg van een vakantiekamp in Tirol. De bus kwam in de reling terecht, wellicht door een geklapte band, en stortte uiteindelijk twaalf meter naar beneden.

Het zou 1 van de zwaarste busrampen worden die ons land heeft gekend: van de 43 inzittenden overleefden uiteindelijk 36 mensen het ongeval niet, waaronder de chauffeur, reisbegeleider en 28 kinderen uit Brussel en de omliggende gemeenten. Dat is méér dan bij de grote busramp in het Zwitserse Sierre uit 2012, toen 22 kinderen en 6 volwassenen het leven lieten.

Voormalig verzetsstrijder

De jongeren in de bus waren allemaal tussen de 12 en 18 jaar oud en namen deel aan een kamp van Jeugd en Vakantie.

"Dat kamp was georganiseerd voor kinderen van ouders die bij de overheidsinstellingen werkten, zoals de politie, ministeries of luchtvaartmaatschappij Sabena. Een oud-commissaris van de Brusselse politie organiseerde die natuurreizen al enkele jaren", vertelt Cuypers. Het ging om Leopold Ceuster, een voormalig verzetsstrijder die na de Tweede Wereldoorlog allerlei activiteiten voor kinderen van "weerstanders" bleef organiseren, zoals een krantenartikel uit de Brusselse archieven het omschrijft, en in het bijzonder voor gezinnen die het niet erg breed hadden.

"Mijn eigen ouders waren in 1966 conciërge in het . In ons bureau kwam regelmatig geheime politie langs. Zo raakte mijn vader bevriend met enkele agenten", vertelt Cuypers. "Dat jaar hadden ze nog enkele plaatsen vrij voor de reis. De politie vroeg of mijn broer en ik graag mee wilden." Annie paste voor het aanbod, want zij kon met een vriendinnetje op CM-kamp. Paul ging wel mee. "Hij zou in december dat jaar 18 worden."

Herdenking

Paul Cuypers ging in Brussel naar school in het Sint-Jorisinstituut en was misdienaar in de Sint-Michielskathedraal. "Hij heeft nooit helemaal zijn weg gevonden in Brussel", zegt zijn jongere zus, want het gezin verhuisde pas 3 jaar voor zijn dood naar de hoofdstad. "Hij ligt dus niet begraven in Brussel, maar in onze geboortestreek Testelt bij Scherpenheuvel-Zichem."

Langs Brusselse straten kwamen in juli 1966 honderden mensen rouwen om de overleden kinderen.

Van de overige inzittenden is de meerderheid wel in en rond Brussel begraven, al zijn enkele graven inmiddels verjaard. Op het kerkhof van Evere is nog altijd een gedenksteen te zien voor 4 jonge slachtoffers uit die gemeente. Daarnaast kenden Molenbeek, Schaarbeek, Sint-Lambrechts-Woluwe en Etterbeek elk meerdere doden bij de busramp.

Na het ongeval werd op 26 juli 1966 een periode van nationale rouw afgekondigd. Archieffoto’s tonen hoe honderden mensen langs Brusselse straten stonden terwijl de kisten de hoofdstad binnenreden. In het atheneum van Etterbeek werd een tijdelijke rouwkapel ingericht. Ook reisbegeleider Leopold Ceuster, 57 jaar op dat moment, en zijn echtgenote Sophie Van Messem stierven in Niederbrechen.

Gedenkstenen

Aan de brug in het Duitse dorp is kort na de ramp een gedenksteen voor alle slachtoffers geplaatst, die er nog altijd staat. "In de eerste 20 jaar na de ramp organiseerde Niederbrechen daar elk jaar een eigen herdenking. Voor dit jubileumjaar heeft mijn schoondochter, die Duitstalig is, er zelf om gevraagd", vertelt Annie Cuypers. "Het is fijn dat de lokale brandweer nog mee aanwezig zal zijn. Zij hebben zelfs een hoekje in hun kazerne gewijd aan het ongeval."

In die kazerne loopt namelijk een overzichtstentoonstelling over het lokale korps, die na de herdenking bezichtigd kan worden. "Het oude brandweerkostuum van mijn nonkel, die ook de echtgenoot van Pauls doopmeter was, heeft daar een plekje gekregen", besluit Cuypers.

Dit artikel is gemaakt door de redactie van BRUZZ. Meer artikels over Brussel vind je op www.bruzz.be.

LUISTER

Regionaal nieuws uit Brussel en Vlaams-Brabant

Radio 2
Gepubliceerd:
3min

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"