Op 1 oktober 1966 moest de steenkoolmijn van Zwartberg als eerste van de 7 Limburgse mijnen sluiten. Na de bewogen sluiting bleef er bijna niets van de gebouwen overeind. 60 jaar later is dezelfde plek dan ook nauwelijks nog te herkennen. Waar ooit steenkool werd bovengehaald, vind je vandaag bedrijven, natuur en kunst, met Labiomista als blikvanger.
60 jaar na sluiting eerste Limburgse mijn: kunst en bedrijven bloeien op oude mijnsite van Zwartberg
Samenvatting:
Op 22 december 1965 werd aangekondigd dat de mijn van Zwartberg als eerste van de zeven Limburgse koolmijnen moest sluiten, waardoor 4.500 mijnwerkers zonder werk vielen.
Eind januari 1966 kwamen bij protesten tegen de sluiting in Waterschei twee mijnwerkers om het leven door ingrijpen van de Rijkswacht.
Na de sluiting verdwenen de meeste gebouwen en kwam er op de site een bedrijventerrein, dat volgens burgemeester Wim Dries (CD&V) een succesvolle omschakeling was.
Op de plek van de vroegere directeurswoning en de latere Zoo van Zwartberg ligt nu Labiomista, het kunst- en natuurpark van Koen Vanmechelen, dat jaarlijks 35.000 bezoekers trekt.
De Limburgse steenkoolmijnen bepaalden ruim 70 jaar lang het economische en sociale gezicht van de provincie. Vanaf het begin van de 20e eeuw openden 7 mijnzetels, die samen uitgroeiden tot een industriële motor.
Tijdens de hoogdagen waren er samen tot 60.000 mensen tegelijk aan het werk, afkomstig uit verschillende Europese landen. Tussen de jaren 1920 en 1990 werd in Limburg meer dan 400 miljoen ton steenkool bovengehaald.
Vanaf de jaren ’60 begon de neergang door goedkopere energiebronnen, strengere veiligheidsnormen en dalende vraag. De mijnen sloten één voor één, tot Zolder in 1992 als laatste de deuren sloot.
Wat achterbleef, zijn unieke erfgoedsites die vandaag een nieuwe toekomst krijgen als cultuur-, natuur- en belevingsplekken, en de duizenden gezinnen die Limburg mee vormgaven.
125 jaar geleden werd steenkool gevonden in de Limburgse grond. Er werden 7 koolmijnen opgericht, waar arbeiders uit heel Europa in zware omstandigheden werkten.
60 jaar geleden sloot Zwartberg als eerste mijn, in 1992 sloot de laatste mijn in Zolder. Daarna werden de sites herbestemd en kwamen kunst, economie en toerisme in de plaats. Dat lange reconversieverhaal is vandaag bijna afgerond. VRT NWS zoekt alle locaties opnieuw op.
Begin van het einde
Op 22 december 1965 viel het verdict: de mijn van Zwartberg moest als eerste dicht. Aanleiding waren de goedkope Amerikaanse steenkool en de opkomst van gas en stookolie als nieuwe energiebronnen. 4.500 mijnwerkers vielen plots zonder werk.
Voor veel kompels kwam het nieuws als een schok. Eind januari 1966 mondde het protest zelfs uit in zware rellen aan de mijn van Waterschei. Daarbij kwamen de mijnwerkers Valère Sclep en Jan Latos om het leven en raakten verschillende anderen gewond.
Ex-mijnwerker Jean Ooms was toen 23 jaar en herinnert zich die periode nog heel goed.
"Wat daar is gebeurd, was onmenselijk. Ik werkte toen in de mijn van Eisden, maar ben die maandag naar Waterschei gereden, want daar werd toen gestaakt. De solidariteit was adembenemend. De burgemeesters van de mijngemeenten, de ingenieurs en directeurs van de koolmijnen liepen ook mee in de optocht tegen de sluiting."
De dodelijke mijnrellen zijn op zijn netvlies gebrand. "Ik zie nog altijd het traangas vertrekken. Het geweld van de Rijkswacht was buiten proportie. Het leek bijna oorlog. Voor mij was dat een keerpunt. Ik ben daarna actief geworden bij de vakbond en heb mij altijd verzet tegen de sluiting van de mijnen."
60 jaar na dodelijke mijnrellen in Waterschei: "Dat was bijna oorlog"
Niet alleen de mijn verdween
Na de sluiting bleef er van de mijnsite nauwelijks iets overeind. Schachtbokken, industriële installaties en productiehallen werden gesloopt. Op dat moment was er nog niet veel belangstelling voor industrieel erfgoed en de blik was gericht op de toekomst. Enkel sommige gebouwen en monumenten herinneren vandaag nog aan het mijnverleden.
Voor burgemeester van Genk Wim Dries (CD&V) betekent Zwartberg dan ook meer dan de sluiting van één mijn.
"De sluiting van Zwartberg was eigenlijk een kantelpunt voor heel Limburg. Na de gebeurtenissen in Zwartberg werd er afgesproken dat toekomstige mijnsluitingen anders moesten verlopen, met aandacht voor reconversie en nieuwe werkgelegenheid."
Die aanpak zou later dan ook de blauwdruk worden voor de reconversie van alle Limburgse mijnsites.
Van steenkool naar ondernemerschap
De reconversie weerspiegelde de visie van de jaren 60: oude industrie moest plaatsmaken voor nieuwe economische activiteit. Waar vroeger duizenden mijnwerkers ondergronds werkten, ligt vandaag een van de grotere kmo-zones van Genk.
"In Zwartberg is die omschakeling wel goed gelukt", zegt Dries. "Op en rond het voormalige mijnterrein groeide een bedrijventerrein uit met heel wat kleine en middelgrote ondernemingen. Ook vandaag is daar nog ruimte voor verdere ontwikkeling."
Op die manier bleef de site een belangrijke werkgever, al gebeurt dat vandaag bovengronds.
Een tweede leven voor het erfgoed
Van de oorspronkelijke mijnsite bleven slechts enkele herkenbare gebouwen bewaard.
Het voormalige administratiegebouw kreeg jarenlang een nieuwe bestemming als Provinciaal Opleidingscentrum voor Politie en Brandweer (PLOT). Nu zoekt de stad daarvoor opnieuw een invulling.
Maar misschien nog opvallender is wat er gebeurde op het domein van de voormalige directeurswoning.
Van Zoo naar Labiomista
Na de mijnsluiting opende daar de Zoo van Zwartberg, die tussen 1970 en 1998 heel wat bezoekers trok. De zoo was erg bekend in de regio. Je kon er een enorme en zeer uiteenlopende verzameling dieren vinden, zoals leeuwen, olifanten, beren en apen.
De dierentuin kwam later onder vuur te liggen vanwege het dierenwelzijn en sloot uiteindelijk de deuren.
Vandaag bevindt zich op dezelfde plek Labiomista, het levend kunst- en natuurpark van kunstenaar Koen Vanmechelen. "Dit is mijn plek", zegt Vanmechelen. "Tussen de bewoonde wereld en het nationaal park. Op Labiomista denken we na over de wereld en onze toekomst."
Dieren spelen er vooral een symbolische en ecologische rol. Er leven tegenwoordig kamelen, alpaca's, tapirs en ook heel wat vogelsoorten, zoals verschillende soorten kippen. Het gaat daar vooral om kruisingen uit het Cosmopolitan Chicken Project, het bekendste werk van Vanmechelen.
"Labiomista wil meer zijn dan een museum", zegt Vanmechelen. "Via LaVieBreede proberen we ook de buurt mee te betrekken. De slogan luidt: 'We zijn van ver gekomen om hier te zijn'. Dat geldt voor heel de multiculturele buurt en dat geldt ook voor de bezoekers van Labiomista en bij uitbreiding de bezoekers aan heel Limburg."
Het park ontvangt jaarlijks ongeveer 35.000 bezoekers.
Multiculturele buurt
Voor Koen Vanmechelen is Labiomista ook een katalysator voor de kleurrijke multiculturele buurt.
"Het gaat om een unieke plaats scheppen, die verder gaat dan Labiomista zelf. LaVieBreede is ons buurtproject, het gebroede leven. Dat is hoe de mensen hun leven zelf zien, hoe ze verder kunnen broeden op het leven."
"Er is heel bewust geen horeca op het terrein, in de buurt kunnen bezoekers wel terecht. Ondernemers beginnen er ook een kunstgalerij, een B&B en er komt een hotel dat vertrekt vanuit de gemeenschap. Het gaat om mensen samenbrengen, een unieke plaats creëren die verder gaat dan Labiomista zelf."
Van zwarte naar groene long
De transformatie van Zwartberg toont hoe de Limburgse mijnstreek zich opnieuw uitvindt. Waar vroeger stof, lawaai en steenkool het beeld bepaalden, liggen vandaag nieuwe bedrijven, natuur en cultuur op dezelfde grond. Zwartberg is 60 jaar na de sluiting een voorbeeld van hoe een voormalige mijnsite een 2e leven krijgt.
Volgende week trekken we naar Houthalen-Helchteren, waar er gekozen werd voor een economische invulling van de oude mijnsite.
Regionaal nieuws uit Limburg





