Zwemmen in open water mag binnenkort op veel meer plaatsen. Vanaf 1 juni 2027 draait de Vlaamse regering de regels namelijk om: een duik in open water is overal toegelaten, behalve waar het uitdrukkelijk verboden is. De verantwoordelijkheid komt daardoor wel meer bij de waterbeheerders en bij de zwemmers zelf te liggen.
Zwemmen in open water vanaf volgende zomer overal toegelaten in Vlaanderen, tenzij het expliciet verboden wordt
Momenteel is zwemmen in rivieren, vijvers en meren standaard verboden, tenzij het uitdrukkelijk mag. Dat principe gaat volgend jaar op de schop. Vanaf 1 juni 2027 mag je in alle publieke wateren zwemmen, behalve als veiligheidsredenen dat verhinderen.
In het Vlaams regeerakkoord was daar al sprake van, en nu is ook duidelijk hoe het recht op zwemmen in open water vorm krijgt.
"We willen Vlamingen meer kansen geven om te zwemmen", zegt Vlaams minister van Omgeving Jo Brouns (CD&V). "De vraag neemt jaar na jaar toe. Het is hoog tijd voor een inhaalbeweging in Vlaanderen."
Aan de kust verandert er niets: daar blijft de huidige regeling met reddingsdiensten gelden.
140 extra zwemplekken
Door de logica om te draaien en zwemmen automatisch toe te laten, verwacht Brouns dat er heel wat nieuwe zwemlocaties bijkomen. "Ik schat dat het in Vlaanderen om zo'n 140 extra plekken gaat."
Ann De Ceulaer van de vereniging Outdoor Swimming Belgium is tevreden. De vereniging vraagt al 6 jaar lang om de regels te veranderen. "Goed dat er meer open zwemwater toegankelijk zal zijn voor iedereen."
Lokale verboden en vrees voor overlast
Zwemmen kan dus overal, tenzij de waterbeheerders - zoals de Vlaamse Milieumaatschappij, De Vlaamse Waterweg, het Agentschap voor Natuur en Bos of lokale gemeenten - anders beslissen. Zij kunnen een lokaal zwemverbod opleggen wegens bijvoorbeeld drukke scheepvaart, gevaarlijke stroming of infrastructuurwerken.
De Vlaamse Reddingsfederatie vindt het goed dat er meer zwemplekken komen, maar vreest wel dat er meer nood is aan algemene regels om het waterbeheerders niet onnodig moeilijk te maken. "Om een voorbeeld te geven: is het niet veel eenduidiger om te zeggen dat zwemmen verboden is overal waar sluizen zijn?", stelt Karel Logghe.
Bovendien zullen sommige steden en gemeenten de verantwoordelijkheid liever niet dragen om te bepalen of het veilig genoeg is of niet, beseft Brouns. Ze kunnen daarom opteren om preventief een totaalverbod in te voeren. "Ik merk inderdaad wat koudwatervrees", zegt de minister.
Ook overlast houdt steden en gemeenten tegen. Toch ziet Brouns de nieuwe regeling net als een oplossing voor die overlast: "Brusselse jongeren hebben nu te weinig plekken om te zwemmen, waardoor ze massaal naar de weinige locaties trekken die er wel zijn. Door overal in Vlaanderen zwemgelegenheid te creëren, spreid je de drukte en beperk je de overlast."
Toch vreest ook Logghe voor overlast. "Mensen brengen hun picknick mee, maar als er nergens toiletten of vuilnisbakken voorzien zijn, blijft het afval vaak achter."
Gezond verstand gebruiken
Redders of toezichters komen er niet op de nieuwe plekken, dat is praktisch en financieel onhaalbaar. De overheid rekent daarom op het gezond verstand van de zwemmers zelf.
Brouns gelooft dat mensen die verantwoordelijkheid kunnen dragen. Hij verwijst daarvoor naar Nederland: "Onze noorderburen hebben bijna duizend zwemlocaties op 18 miljoen inwoners. Toch gebeuren daar in verhouding veel minder incidenten."
We mogen in het water niet alle risico's overboord gooien
Karel Logghe, Vlaamse Reddingsfederatie
Volgens De Ceulaer zullen mensen er al doende verantwoordelijk mee leren omgaan. Ze vergelijkt het met autorijden: "Dat leer je ook pas echt door je in het verkeer te begeven. Mits een goede opleiding, heb je bij het zwemmen ook gewoon praktijkervaring nodig."
Logghe nuanceert die vergelijking. "Je mag inderdaad overal autorijden, maar er zijn wel rijbewijzen en verkeersborden. We mogen in het water niet alle risico's overboord gooien. Er blijven regels nodig."
Inzetten op meer zwemvaardigheden
Regels, maar ook een goede zwemvaardigheid is nodig. En laat dat net een pijnpunt zijn in Vlaanderen. "Onze jongeren zwemmen minder goed dan vroeger", geeft Brouns toe. "Maar deze extra locaties kunnen net een stimulans zijn om meer in te zetten op zwemvaardigheden."
Bovendien vindt De Ceulaer dat scholen meer moeten inzetten op zwemlessen. "De lat moet veel hoger gelegd worden in het lager onderwijs. Ook in het middelbaar moet dat opnieuw in het lessenpakket van lichamelijke opvoeding zitten", vindt de vereniging Outdoor Swimming Belgium.
Doe genoeg onderzoek voor je in het water springt
Ann De Ceulaer, Outdoor Swimming Belgium
Zwemmen in open water is bovendien veel complexer dan baantjes trekken in een zwembad. "Als je in de problemen komt, sta je niet meteen weer aan de kant", waarschuwt Logghe. "Je moet rekening houden met waterplanten, stromingen en langere afstanden. Om daarmee om te kunnen, moet je al een betere zwemmer zijn."
Hoe dan ook geeft Outdoor Swimming Belgium al enkele nuttige tips. Zo benadrukken ze om nooit alleen te gaan zwemmen in open water. "En als je niet zo goed kan zwemmen, ga dan vooral niet te diep. Doe genoeg onderzoek voor je in het water springt."
Wat met waterkwaliteit?
Tot slot is er de waterkwaliteit. Volgens recent onderzoek is de helft van de grote Vlaamse waterlopen momenteel schoon genoeg om in te zwemmen. De andere helft scoort nog onvoldoende.
Extra metingen staan er voorlopig niet gepland, maar de ambitie is er wel om de waterkwaliteit elke twee weken te testen, net zoals in de huidige vrije zwemzones. "Door openwaterzwemmen nu te stimuleren, hopen we dat de roep om propere waterlopen luider klinkt en de waterkwaliteit hoger op de maatschappelijke agenda belandt", besluit Brouns.




