Wie Antwerpen zegt, zegt diamant. De stad is immers al 600 jaar de wereldhoofdstad van de diamanthandel, met de bekende diamantwijk vlak bij het Centraal Station. Maar achter dat succes schuilt een minder bekend verhaal. Want de motor van de Antwerpse diamantindustrie lag lange tijd niet in de stad zelf, maar tussen de akkers en bossen van de Kempen. Hoe dat precies zit, zocht Els Broekmans van Radio 2 in Antwerpen uit.
"Iedereen begon achter in zijn tuin diamanten te slijpen": hoe de Kempen diamantstreek werden
Radio 2 zoekt voor de 6e zomer op rij naar antwoorden op merkwaardige vragen en onverklaarbare volksverhalen uit Vlaanderen. In de Mysteries volg je de regioreporters op hun zoektocht. Soms komt de waarheid boven, soms blijft het een mysterie. Beluister elke aflevering van de podcast op VRT MAX .
Op de vraag hoe de diamanten ooit in Antwerpen zijn terechtgekomen, en bijvoorbeeld niet in Brussel of Gent, antwoordt stadsgids Maarten Gillis dat we daarvoor moeten teruggaan naar de middeleeuwen.
"Toen was Brugge het handelscentrum van Europa, en dus ook de plek waar diamanten verhandeld werden. In de 14e en 15e eeuw verschoof die handel echter naar Antwerpen, waardoor de Scheldestad de wereldhandelshoofdstad van West-Europa werd. En de diamanthandel, die verhuisde mee, en is er altijd gebleven."
Toch was het pas op het einde van de 19e eeuw dat Antwerpen echt groot werd in diamant. De reden was een spectaculaire ontdekking in Zuid-Afrika.
"Daar werd plots 10 keer meer ruwe diamant gevonden dan ooit tevoren", vertelt Gillis. "Dat betekende dus ook 10 keer meer werk om al die ruwe stenen te slijpen."
"Amsterdam was op dat moment de belangrijkste slijpstad, maar de Amsterdamse slijpers konden die plotse toevloed niet aan. Men zocht naar plekken in de buurt waar ze de juiste expertise hadden. Omdat er een treinverbinding was met Antwerpen, was de keuze snel en logisch gemaakt. Er waren in Antwerpen immers nog altijd slijperijen actief."
De trein was als een levensader voor de diamanthandel, en zo kwamen ook de Kempen in beeld
Maarten Gillis, stadsgids in de Antwerpse diamantwijk
Ook in Antwerpen zagen de diamantslijpers op de duur het werk boven hun hoofd uitgroeien. En ook hier bood een treinverbinding naar de Kempen de oplossing.
De Kempen was van oudsher een landbouwstreek met weinig vruchtbare grond, waardoor veel boeren er in armoede leefden. Zij zagen de diamantnijverheid als een manier om bij te verdienen, en veel boerengezinnen grepen die kans dan ook met beide handen.
"De trein tussen Antwerpen en de Kempen, met stations in onder meer Nijlen en Grobbendonk, werd de levensader van de hele sector", vertelt Gillis.
"Slijpers namen de trein naar Antwerpen om hun geslepen stenen af te leveren, en handelaars gaven ruwe diamanten mee terug naar de Kempen. In de hoogdagen hebben er 40.000 mensen in Antwerpen en de Kempen zo samen diamant geslepen. Die 2 hielden elkaar in evenwicht en konden ook niet zonder elkaar."
Laatst volledig bewaarde diamantslijperij
In Nijlen, op wandelafstand van het station, bevindt zich het Kempens Diamantcentrum. Het is gevestigd op de site van Slijperij Lieckens, de laatste volledig bewaarde diamantslijperij uit de streek, zorgvuldig gerestaureerd. Aan de muren hangen foto's, op de tafels liggen de werktuigen nog zoals ze er toen lagen.
Hier ontdek je de nog voor velen verborgen geschiedenis van het diamantslijpen in de Kempen, hoe die ontstaan is, hoe de regio uitgroeide tot een onmisbare schakel voor Antwerpen als werelddiamantstad, en hoe er dan toch een einde kwam aan de diamantnijverheid in de Kempen.
Jan Eduard Claes als grondlegger
Gids Luc Buyens begint zijn rondleiding bij de man die aan de wieg stond van het diamantverhaal in de Kempen. "In 1876 verhuist Antwerps diamantair Jan Eduard Claes met zijn gezin naar Nijlen. Zijn vrouw is van daar afkomstig en omdat hun zoon gezondheidsproblemen heeft, lijkt de Kempense lucht hen beter dan de stadslucht. Jan werkt in Nijlen aan zijn diamanten en levert ze met de trein in Antwerpen."
Van Heist-op-den-Berg tot bijna in Turnhout begon iedereen vanachter in zijn tuin een klein gebouwtje te zetten en daar diamanten te slijpen
Luc Buyens, gids
Veel boerengezinnen in de buurt sprongen figuurlijk mee op de trein van Jan Eduard Claes.
"Het waren goedkope en betrouwbare arbeidskrachten, en ze waren het gewoon hard en nauwgezet te werken", legt Buyens uit. "Op die manier werd Nijlen al snel het epicentrum van de Kempense diamantnijverheid. Jan Eduard Claes heeft trouwens een eigen straat en standbeeld gekregen in Nijlen."
In 1972 telde Nijlen alleen al meer dan 200 slijperijen. En het bleef niet bij Nijlen alleen. "Van Heist-op-den-Berg tot bijna in Turnhout begon iedereen vanachter in zijn tuin een klein gebouwtje te zetten en daar diamanten te slijpen", voegt Buyens er nog aan toe.
Demonstraties in Kempens Diamantcentrum
Jef Moorkens uit Vorselaar en Frans Veraert uit Nijlen geven tot op de dag van vandaag demonstraties in het Kempens Diamantcentrum. Jef begon in 1975 met slijpen en stopte pas in 2020. Frans deed het van zijn 14e tot zijn 60e. Beiden komen uit een boerengezin, allebei rolden ze van vader op zoon in het vak.
"Mijn vader, mijn broer en mijn zus, allemaal hebben ze diamant geslepen" , vertelt Jef. Hij was de jongste in het gezin en zijn vader stuurde hem naar de diamantschool, die ondertussen was opgericht in Nijlen. De studie duurde 4 jaar.
Vrouwen deden het ook, al waren ze in de minderheid. "Zij maakten dikwijls de steentjes rond", vertelt Jef, "want zij hadden wat fijnere vingers".
Geen moppen tappen
Diamanten slijpen vergde veel concentratie. Een moment van onoplettendheid, lachen om een mop van een collega, een blik opzij, en je liet een steen te lang op de slijpschijf liggen.
"Dan was er een groot stuk te veel weggeslagen", herinnert Jef zich. "Dan moesten wij die steen helemaal opnieuw gaan bijwerken. Lappen noemen we dat. En dan is er natuurlijk gewichtsverlies. En daar kon de baas absoluut niet mee lachen."
Het einde van de Kempense diamantnijverheid kwam niet met een klap, maar sloop er langzaam in. Einde jaren 70, begin jaren 80 zette het verval in.
"De lonen in de Kempen stegen", legt gids Luc Buyens uit. Net zoals Antwerpen goedkope werkkrachten vond in de Kempen, vonden de Kempen goedkope arbeidskrachten in India en China.
"Kempense slijpers trokken zelfs naar India om er hun kennis over te dragen. En zo verdween het vak dat ze zelf hadden geleerd, via hun eigen handen, naar de andere kant van de wereld. In 1994 sloot de diamantschool van Nijlen definitief haar deuren."
Iets dat je graag gezien hebt zo zien verdwijnen, dat is heel erg
Frans Verhaert, diamantslijper
Diamantslijper Frans Verhaert zoekt even naar woorden als hij terugdenkt aan het einde van het Kempens diamanttijdperk. "Vergane glorie noem ik het. Iets dat je graag gezien hebt, graag gedaan hebt, en je ziet dat zo voor uw ogen verdwijnen. Dat is heel erg."
Regionaal nieuws uit Antwerpen


