De Verenigde Arabische Emiraten plannen een nieuwe haven aan de oostkust van het land om de afhankelijkheid van de Straat van Hormuz te verkleinen. Dat meldt The Financial Times. Het project past in een strategie om de economie minder afhankelijk te maken van de zeestraat en beter bestand te maken tegen toekomstige spanningen met Iran.
Verenigde Arabische Emiraten plannen nieuwe haven aan oostkust om Straat van Hormuz te omzeilen
Sinds 28 februari, bij het begin van de oorlog tussen Iran, de Verenigde Staten en Israël, wordt het scheepvaartverkeer door de zwaar verstoord. De nauwe zeestraat tussen Iran en Oman is een cruciale vaarroute voor de wereldwijde energiebevoorrading: ongeveer 20 procent van de wereldwijde olie- en gasleveringen passeert er.
Ook voor de Verenigde Arabische Emiraten (VAE) heeft de situatie grote gevolgen. De verstoring van het scheepvaartverkeer en de aanhoudende Iraanse luchtaanvallen op olie- en haveninfrastructuur wegen op de economie. In de haven van Jebel Ali, de grootste haven van de Emiraten en een van de grootste containerhavens ter wereld, zouden tot 40 procent minder schepen aanmeren.
De haven is ook de thuisbasis van DP World, een van de grootste havenexploitanten van de VAE. De onzekerheid rond de Straat van Hormuz dwingt het bedrijf om alternatieven te zoeken voor de aanvoer van goederen.
Volgens The Financial Times plant DP World daarom de bouw van een nieuwe haven en containerterminal in Fujairah, aan de oostkust van de VAE. Zo wil het bedrijf de afhankelijkheid van de strategische zeestraat verkleinen.
Verschuiving naar oostkust
Sinds het begin van de oorlog verplaatsen DP World en andere bedrijven al een deel van hun vrachtverkeer van Jebel Ali naar havens aan de oostkust. De extra toestroom van vrachtverkeer zet die havens onder druk. Bedrijven in de regio investeren daarom fors in uitbreiding van hun capaciteit.
De verschuiving past in een bredere strategie van de Verenigde Arabische Emiraten om minder afhankelijk te worden van havens aan de westkust. Die liggen voorbij de Straat van Hormuz en zijn daardoor kwetsbaar voor verstoringen van het scheepvaartverkeer.
De VAE willen daarom meer inzetten op bestaande havens aan de oostkust, waaronder Fujairah en Khor Fakkan. Eerder kondigde het land ook aan de bouw van een tweede oliepijpleiding naar de haven van Fujairah te versnellen.
Ook het Emiratische bedrijf Gulftainer wil zijn activiteiten aan de oostkust uitbreiden, in Khor Fakkan. Het bedrijf is momenteel gevestigd in Sharjah, aan de westkust van de Emiraten, en wil 2 miljard dollar investeren om de capaciteit van de haven uit te breiden.
Nooit meer op oude niveau
Volgens Emiratische autoriteiten betekent de verschuiving naar het oosten niet dat Jebel Ali en andere havens aan de westkust volledig vervangen zullen worden. Jebel Ali speelde een centrale rol in de ontwikkeling van Dubai als wereldwijd logistiek en herexportcentrum, vooral voor de handel tussen China en Afrika.
Toch blijft de haven door haar ligging afhankelijk van de smalle zeeroute tussen Iran en Oman. De recente verstoringen hebben volgens experts duidelijk gemaakt dat die afhankelijkheid een risico vormt.
"De impact op Jebel Ali zal waarschijnlijk aanzienlijk en blijvend zijn", zegt Lars Jensen, topman van adviesbureau Vespucci Maritime.
"Iedereen weet nu dat Iran een machtig wapen heeft", zei professor internationale energiepolitiek Thijs Van de Graaf (UGent) eerder tegen VRT NWS. "Ze kunnen met wat drones, patrouilleboten en mijnen de straat afsluiten of het scheepvaartverkeer verstoren. Dat leidt tot blijvende onzekerheid en risico's voor handel via die route."
Kwetsbare alternatieven
Ook andere landen in de regio zoeken naar manieren om hun economie minder afhankelijk te maken van het scheepvaartverkeer door de Straat van Hormuz. Zo plant Saudi-Arabië de bouw van nieuwe oliepijpleidingen om olie vanuit havens buiten de zeestraat te kunnen exporteren.
Voor landen zoals Qatar, Koeweit en Bahrein, die niet beschikken over havens buiten de Straat van Hormuz, zijn de opties beperkter. Zij blijven daardoor afhankelijk van routes door de zeestraat of van alternatieven via andere , bijvoorbeeld via pijpleidingen over land of via nieuwe spoorverbindingen. Maar de capaciteit van zulke routes is beperkt en het transport is vaak duurder.
Experts waarschuwen bovendien dat de aanleg van nieuwe infrastructuur tijd zal kosten. En ook pijpleidingen en spoorwegen blijven kwetsbaar voor mogelijke aanvallen.
Bovendien is meer samenwerking tussen de Golfstaten niet vanzelfsprekend. Nationale belangen kunnen gezamenlijke projecten bemoeilijken. Door de economische druk van de oorlog bestaat bovendien het risico dat landen zich nog sterker op hun eigen belangen gaan richten.
