Wie door Wetteren rijdt, kan niet om het Scheppersinstituut heen. De school telt meer dan 1.000 leerlingen en haar reputatie reikt tot ver buiten de gemeentegrenzen. Hoe komt een school van dat kaliber in een gemeente als Wetteren terecht? Wouter Landuyt van Radio 2 duikt in de ontstaansgeschiedenis van 'het Scheppers' en stoot op een ontvlambaar verhaal.
De school die zonder rampspoed nooit had bestaan: het explosieve verhaal achter het Scheppersinstituut in Wetteren
Radio 2 zoekt voor de 6e zomer op rij naar antwoorden op merkwaardige vragen en onverklaarbare volksverhalen uit Vlaanderen. In de Mysteries volg je de regioreporters op hun zoektocht. Soms komt de waarheid boven, soms blijft het een mysterie. Beluister elke aflevering van de podcast op VRT MAX .
Met zijn bijna 27.000 inwoners is Wetteren een doorsnee Oost-Vlaamse gemeente. Toch staat er een school die je in veel grotere steden niet snel zal tegenkomen. Het Scheppersinstituut is een begrip in de regio, met een breed aanbod aan technische en praktijkgerichte richtingen. Sommige daarvan bestaan al meer dan een eeuw. Maar het verhaal achter de school is allesbehalve gewoon.
De weesjes van Wetteren
In 1876 vroeg de toenmalige bisschop van Gent de Broeders van Scheppers naar Wetteren te komen. Dat was geen evidente stap. Alle andere scholen van de congregatie lagen op de as Brussel-Antwerpen en Wetteren lag daar een heel eind buiten. "Maar de bisschop had er een goede reden voor", vertelt oud-directeur Armand De Lepeleire. "In Wetteren waren er uitzonderlijk veel weeskinderen en die hadden opvang en begeleiding nodig."
De broeders richtten een weeshuis op, maar ook een boerderij, zodat de kinderen in hun eigen onderhoud konden voorzien. Al snel begonnen de broeders hen ook te onderwijzen. Uit de moestuin groeide een tuinbouwopleiding. Andere praktijkgerichte richtingen volgden. "Sommige ervan, zoals onze richting schrijnwerkerij, bestaan vandaag nog altijd", zegt De Lepeleire.
De gezusters Teichmann en hun erfenis
Maar waarom waren er in Wetteren zoveel wezen? Het antwoord is te vinden in het gemeentearchief, in stapels documenten uit de 19e eeuw. "Dat weeshuis kwam er dankzij 4 zussen", weet archivaris Jeroen Trio.
"De gezusters Teichmann, de achterkleinkinderen van de Antwerpse handelaar en salpeterfabrikant Jan-Frans Cooppal. Hij was dan weer de stichter van de buskruitfabriek hier in Wetteren."
De familie had een fortuin vergaard met de productie van 'poer', zoals buskruit in het Wetters heet. Maar de rijkdom kwam met een zware tol: in de 19e eeuw vielen er bij ontploffingen in de fabriek heel wat doden. De zussen Teichmann wilden iets terugdoen voor de kinderen van de slachtoffers. Uit naastenliefde richtten ze samen met de Broeders van Scheppers het weeshuis op.
"Het was een wrede geschiedenis met enorm veel slachtoffers", zegt Trio. "Maar tegelijk is het ook een belangrijk aspect van onze industriële geschiedenis. Het verhaal spreekt zo hard tot de verbeelding, dat er vandaag in Wetteren nog altijd gidsbeurten over bestaan."
Buskruit voor de Amerikaanse vrijheidsoorlog
Gids Juliana D'hondt van de Scheldelandse Gidsen neemt haar publiek graag mee naar de poorten van kasteel Valois, waarachter ooit de beruchte buskruitfabriek stond. Het 'poerkot', zoals de plek in de volksmond heette, lag achteraan in de kasteeltuin, op een paar honderd meter van het huidige Scheppersinstituut.
"Cooppal had zijn fabriek bijna in Gent gebouwd, vlak bij de Sint-Pietersabdij. Maar dat zag de toenmalige abt niet zitten", zegt Juliana. Daarom trok de zakenman verder langs de Schelde, tot hij in Wetteren een geschikte plek vond. "De gemeente bleek de ideale locatie: de grond was er niet erg vruchtbaar, dus veel mensen zochten werk. De ligging aan de Schelde maakte transport mogelijk."
De buskruitfabriek groeide al snel uit tot de grootste werkgever van de gemeente. Maar er werken was geen sinecure. Knopen aan de kledij waren verboden. Schoenen met metalen nageltjes in de zolen ook, want die konden vonken veroorzaken. Iedere werknemer moest klompen aan.
Wie de tonnetjes buskruit per boot over de Schelde vervoerde, liet iemand vooroplopen om te controleren of er nergens vuur brandde langs de dijken. "Men brandde die indertijd vaak af tegen het onkruid", legt Juliana uit, "maar 1 vonkje was genoeg om de volledige lading te doen ontploffen."
Het buskruit van Cooppal reisde ver. Zelfs de Amerikaanse vrijheidsoorlog werd ermee gevochten. Maar voor de arbeiders in Wetteren was het dagelijks leven een oefening in overleven.
Lokaal historicus Rocco Leplae dook in oude kranten en reconstrueerde de donkerste bladzijden uit de geschiedenis van de fabriek. "Hier waren tientallen ontploffingen", weet hij, "Soms met enkel materiële schade, maar vaak ook met gewonden en dodelijke slachtoffers."
De gevaarlijkste afdelingen van de productie-eenheid waren onderverdeeld in afzonderlijke compartimenten om bij een mogelijke ontploffing een kettingreactie te vermijden. Maar zelfs dat kon niet altijd een ramp voorkomen. In februari 1866 vielen er bijvoorbeeld 8 doden en 4 zwaargewonden. In 1901 kwamen in 1 klap 5 arbeiders om het leven. In 1910 opnieuw 8 doden.
"Maar de allerergste ontploffing gebeurde op 29 mei 1880", weet Leplae. "Een werknemer verschoof vermoedelijk een bak met buskruit - iets wat absoluut verboden was." De ontploffing die volgde, ontketende een doemscenario.
Brandende brokstukken vielen op andere gebouwen, die op hun beurt ook ontploften. Muren werden omvergeblazen. Daken verdwenen, de pannen lagen 400 meter verderop. Tientallen bomen waren verkoold of volledig ontworteld. Het volledige bedrijventerrein veranderde in een rampgebied.
Overal waar je keek, lagen er lijken
Rocco Leplae, Lokaal historicus
Overal lagen lijken. Arbeiders smakten dood tegen boomstammen of borstweringen. "Sommige lichamen waren compleet aan stukken gereten", weet Leplae. "De knal moet enorm geweest zijn: er werden zelfs brokstukken teruggevonden op een kilometer afstand. De knallen waren tot ver in de streek hoorbaar en er sneuvelden zelfs ruiten in Aalst en in Gent - een kleine 20 kilometer hiervandaan."
Het bedrijf van Cooppal was niet meer te herkennen. En wat volgde, kennen we ook vandaag nog: ramptoerisme. "Van overal kwamen mensen naar Wetteren om de ravage met eigen ogen te zien. De spoorwegen legden extra treinen in en de politie kwam eraan te pas om de toestroom in goede banen te leiden", zegt Leplae.
Verboden terrein
Op het terrein van de oude fabriek, achter het oude kasteel van de ondernemersfamilie, vind je vandaag het Japanse chemiebedrijf Ajinomoto OmniChem. Normaal is dat verboden terrein voor buitenstaanders, maar manager Francis Vanackere opent uitzonderlijk de poorten.
"Buskruit wordt hier al lang niet meer gemaakt: ons bedrijf produceert farmaceutische producten." Maar achteraan in het bedrijfspark zijn nog enkele sporen te vinden van wat er ooit stond.
"Je ziet nog enkele muren en de contouren van enkele oude opslagplaatsen", zegt Francis, terwijl hij enkele funderingen aanwijst. "Maar alles is intussen overwoekerd en met bomen begroeid."
De daken van de gebouwen zijn volledig verdwenen. "Die waren ook bewust zwakker gebouwd, zodat de kracht van de explosie naar boven zou gaan en niet opzij. Helaas haalde dat bij zware ontploffingen niet altijd veel uit", besluit Rocco Leplae.
1.000 leerlingen in vooral technische richtingen
Ondertussen stappen nog geen halve kilometer verderop in de Coopallaan zo'n 1.000 leerlingen nietsvermoedend het Scheppersinstituut binnen. Weinig herinnert hen nog aan de bewogen geschiedenis van hun school. Vandaag leren ze er vooral toekomstgericht te denken in een van de vele, vooral technische richtingen.
Maar het verhaal van 'het Scheppers' begon met een reeks verwoestende explosies, met kinderen die alleen achterbleven, en met 4 vrouwen die besloten dat het anders moest. Zonder de buskruitfabriek waren er nooit zoveel wezen geweest. Zonder de wezen was er nooit een weeshuis. En zonder het weeshuis stond een van de bekendste technische scholen van Oost-Vlaanderen vandaag niet in Wetteren.
Regionaal nieuws uit Oost-Vlaanderen


