Vanaf wanneer geef je je kind een smartphone? Die discussie woedt online sinds jeugdwerkorganisatie Kazou aankondigde dat tijdens zomerkampen een gsm-verbod geldt voor kinderen tot 12 jaar. 4 vragen beantwoord.
Na discussie over smartphoneverbod bij Kazoukampen: vanaf wanneer geef je je kind een gsm?
Vanaf wanneer is een kind klaar voor een smartphone?
Volgens Andy Demeulenaere, coördinator van het team Mediawijsheid bij het Vlaamse Kenniscentrum Digitale en Mediawijsheid, mogen we daar geen vaste leeftijd op plakken. Toch ziet hij een algemene tendens in de cijfers. "De meeste kinderen krijgen rond het 6e leerjaar een gsm van hun ouders."
In het Apenstaartjarenonderzoek, dat tweejaarlijks de digitale leefwereld van kinderen en jongeren in kaart brengt, blijkt dat 6 op de 10 van de Vlaamse kinderen in het 6e leerjaar inderdaad een smartphone heeft. Vanaf het 1e middelbaar stijgt dat percentage naar 94 procent.
Pedagogisch gezien is er weinig reden om je kind voor het 6e leerjaar een telefoon te geven
Andy Demeulenaere, Mediawijs
Volgens Demeulenaere moeten die cijfers genuanceerd worden. "Er is geen wetenschappelijk bewezen leeftijdsgrens om een gsm te gebruiken. Pedagogisch gezien is er weinig reden om je kind voor het 6e leerjaar een telefoon te geven. Daarvoor hebben ze er weinig nood aan."
"Er zijn natuurlijk kinderen die al in het 1e leerjaar een smartphone gebruiken. Het hangt er allemaal vanaf wat ze ermee doen. Als een kind van 8 een gsm gebruikt om naar een ouder te bellen om hen op te halen van school, is dat wel een goede reden", klinkt het.
Hoe bereid ik mijn kind het beste voor?
"Het is belangrijk om concrete afspraken te maken. Zeker onder de 12 jaar", zegt Demeulenaere. "Geef je je kind een gsm om te bellen vanop school? Spreek dan af dat die alleen daarvoor dient. Verder is het cruciaal om op jonge leeftijd af te spreken wat kan en wat niet, en met wie. Afspreken welke apps er geïnstalleerd worden en met wie je kind in contact mag komen, zijn absoluut geen overbodige stappen."
Opmerkelijk is dat minder dan de helft van de lagereschoolkinderen in het Apenstaartjarenonderzoek aangeeft dat er thuis regels zijn over schermtijd en het moment van gebruik. Over de locatie en de inhoud van het schermgebruik zijn er met 30 procent en 36 procent nog minder afspraken.
Volgens Demeulenaere is het iets minder belangrijk om af te spreken hoe lang kinderen hun gsm gebruiken, maar wel in welke situaties. Ouders kunnen bijvoorbeeld vragen om geen gsm te gebruiken in de slaapkamer. Zo kunnen ze zien wat hun kinderen doen.
Wat als mijn kind zich buitengesloten voelt zonder smartphone?
"Dat speelt inderdaad mee", zegt Demeulenaere. "Het is een fenomeen van alle tijden, niet alleen van het smartphonetijdperk. Ouders maken zich altijd zorgen over hun kinderen. Het is onze taak om hen op te voeden. Ik begrijp dat er sociale druk bestaat, maar een smartphone geven omdat andere kinderen er ook een hebben? Dat is wellicht de slechtste reden die er is."
Op welke gevaren moet ik letten als mijn kind een smartphone gebruikt?
Ouders moeten zich volgens Demeulenaere bewust zijn van een paar specifieke gevaren. "Het is belangrijk om te weten dat YouTube Shorts hetzelfde werkt als TikTok. Ouders denken vaak dat het beter is om TikTok te verbieden en in plaats daarvan YouTube te gebruiken, maar de 2 hebben dezelfde verslavende korte filmpjes en a."
"Daarbij kun je beter wel een tijdslimiet stellen", klinkt het. "Het is moeilijker voor kinderen om hun gsm weg te leggen als ze daarnaar kijken. Net als bij volwassenen."
Kinderen die veel bezig zijn met hun zelfbeeld, kunnen gemakkelijker content tegenkomen die anorexia of andere eetstoornissen promoot
Andy Demeulenaere, Mediawijs
Daarnaast moeten ouders ook letten op het zelfvertrouwen van hun kind. "Rond de leeftijd van het zesde leerjaar verandert ons lichaam enorm. Er zijn best wel wat kinderen die daarmee worstelen. Als je kind daar wat nerveus over is, let je best op de content die je kind bekijkt. Kinderen die veel bezig zijn met hun zelfbeeld, kunnen gemakkelijker content tegenkomen die anorexia of andere eetstoornissen promoot", luidt het. "Daar zijn wij momenteel het meest bezorgd om."

