Terwijl het aantal doden na de aardbevingen in Venezuela elke dag blijft oplopen, schatten de Verenigde Naties de kosten van de wederopbouw al op minstens 32 miljard euro. Een enorme uitdaging die Venezuela met de eigen beperkte middelen nooit aankan. Meer dan 100 economen en andere academici roepen daarom op om de sancties tegen Venezuela op te heffen, bevroren tegoeden vrij te maken en internationale financiering toe te laten. "Dit is in de eerste plaats een menselijke kwestie, geen politieke."
VN schat kosten heropbouw Venezuela op 32 miljard euro, economen eisen opheffing Amerikaanse sancties
UNDRR, het agentschap van de Verenigde Naties voor de risicobeperking van rampen, schat de kosten voor de heropbouw van Venezuela op minstens 32 miljard euro. Volgens het VN-agentschap is er voor zo'n 21 miljard dollar schade aan residentiële gebouwen, commerciële gebouwen en schoolgebouwen.
Daarbovenop schat het de kosten van de impact op watervoorziening, telecommunicatie, wegen, energie, havens, luchthavens en olie- en gasinfrastructuur op nog eens 11 miljard euro. De totale kosten zouden nog meer oplopen als je indirecte verliezen meerekent, zoals bijvoorbeeld de verstoring van de productie en diensten en de vertraging van investeringen.
Een enorm bedrag. En dat terwijl Venezuela al met een economische crisis kampt, met hoge inflatie en tekorten. Bovendien zijn de voorbije jaren ook miljoenen mensen het land ontvlucht, onder wie heel wat hoogopgeleide mensen.
De vraag is niet alleen waar Venezuela het geld vandaan zal halen, maar ook wie de heropbouw zal uitvoeren. Venezuela zal nood hebben aan een groot aantal professionals, van ingenieurs, architecten en bouwvakkers tot gezondheidswerkers.
"Eerst de mensen, dan de politiek"
Gianluca Rampolla, humanitair coördinator voor de VN in Venezuela, waarschuwt in een interview met de Spaanse krant El País dat Venezuela's eigen middelen niet zullen volstaan. Hij wijst erop dat Venezuela toegang tot internationale financiering nodig zal hebben, dat er naar schuldherstructurering zal moeten worden gekeken en naar het vrijmaken van in het buitenland bevroren tegoeden.
Ook meer dan 100 economen en andere academici benadrukken in een brief aan onder meer de Amerikaanse regering dat Venezuela internationale steun nodig zal hebben. Zij roepen het Amerikaanse ministerie van Financiën op om alle sancties tegen Venezuela op te heffen, waaronder die tegen de Centrale Bank, overheidsinstellingen, de oliesector, openbare financiële instellingen, telecommunicatie en de reissector.
De maatregelen die de Amerikaanse regering nu al heeft genomen om de regering van interim-presidente Delcy Rodríguez te helpen met de aanpak van de gevolgen van de aardbevingen, vinden ze onvoldoende. De Amerikaanse regering bood 300 miljoen dollar (260 miljoen euro) aan financiële steun en stuurde gespecialiseerd personeel en materieel naar Venezuela om mensen vanonder het puin te halen.
De academici richten zich ook tot andere landen met de vraag om bevroren tegoeden vrij te maken, zoals het Verenigd Koninkrijk en Portugal. Dat zou al enkele miljarden opleveren. Aan het Internationaal Monetair Fonds vragen ze om geld vrij te maken uit speciale fondsen en snel andere financiering goed te keuren.
"De noodsituatie is in de eerste plaats een menselijke kwestie en pas daarna een politieke", schrijven ze. "Elk uur vertraging verandert een natuurramp in een vermijdbare maatschappelijke catastrofe. De bevolking van Venezuela mag niet twee keer worden gestraft: eerst door een ramp en daarna door sancties, bevroren reserves en onhoudbare schuldaflossing."
De aardbevingen in Venezuela vonden plaats op 24 juni. In 1 minuut volgden 2 krachtige bevingen elkaar op, met een kracht van respectievelijk 7.2 en 7.5. Vandaag, exact 2 weken na de ramp, staat het officiële aantal doden op 3.685. Meer dan 16.700 mensen raakten gewond en tienduizenden mensen zijn ontheemd.
Niet alleen de heropbouw kost geld, ook de opvang van de slachtoffers. In totaal zouden zeker 1,3 miljoen Venezolanen getroffen zijn door de bevingen. Tom Fletcher, het hoofd van de humanitaire hulpverlening van de VN, riep de internationale gemeenschap daarom gisteren op om zo'n 260 miljoen euro te doneren om hen te helpen.
