Naar hoofdinhoud

Valt er iets te vieren met 50 jaar OCMW? "Voortdurend gevoel dat je enkel het minimum kan doen"

Artikel luisteren
14min
Meer info

Al 50 jaar moet er in elke gemeente in ons land een OCMW zijn, met minstens 1 maatschappelijk werker. Elke inwoner moet er terechtkunnen voor steun. Maar op deze 50e verjaardag staan de OCMW's zwaarder onder druk dan ooit. "Het recht op een menswaardig bestaan – artikel 1 van de OCMW-wet – wordt nog steeds geschonden.”

Sanne Baeck
Gepubliceerd:

Sinds de coronacrisis hangt er in de OCMW’s een permanente crisissfeer: tijdens de covidperiode bleef het OCMW als zowat enige organisatie open voor mensen die extra ondersteuning nodig hadden.

Nadien volgden de toestroom aan vluchtelingen uit Oekraïne en de energiecrisis. Dit jaar is het alle hens aan dek nu mensen na maximaal 2 jaar hun werkloosheidsuitkering verliezen. 

Begin dit jaar kregen meer dan 170.000 mensen in België een leefloon. Door de beperking van de werkloosheid in de tijd verliezen een kleine 200.000 mensen op 1,5 jaar tijd hun werkloosheidsuitkering.

Vermoedelijk zal ongeveer een derde van deze mensen naar het OCMW gaan om een leefloon aan te vragen. 

“Het waren heftige jaren, maar de laatste hervorming rond de werkloosheid vind ik de meest ingrijpende op de werkvloer,” zegt Annemie Wauman, voorzitter van de Federatie van Vlaamse OCMW Maatschappelijk Werkers. “De voorbereidingstijd was beperkt en ook andere diensten waren niet klaar.” 

“OCMW’s begeleiden al langer mensen naar werk, maar nu wordt er nog meer resultaat verwacht. Dat botst met de realiteit: werkgevers staan niet te springen om kwetsbare profielen aan te nemen, en veel cliënten hebben eerst nood aan ruimte en ondersteuning voor ze kunnen werken.” 

Het waren heftige jaren, maar de laatste hervorming rond de werkloosheid vind ik de meest ingrijpende op de werkvloer

Annemie Wauman, voorzitter van de Federatie van Vlaamse OCMW Maatschappelijk Werkers

Daarnaast groeit de druk om te controleren en sanctioneren. “Het plan bijvoorbeeld om aan je verslaving te werken als voorwaarde voor een leefloon heeft geen zin als er lange wachtlijsten zijn. Bovendien doe je mensen zo afkeren van eventuele hulp waardoor de maatschappelijke kost nadien nog groter is.”

“Sociaal werkers zijn geen geitenwollensokkentypes die hopen dat cliënten jarenlang blijven terugkomen”, vult Nathalie Debast aan van de Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten, die de lokale besturen vertegenwoordigt.

“Er moet vaak iets veranderen aan de persoonlijke situatie en het gedrag van cliënten, maar wel op maat van die persoon. Dat kan je moeilijk in een keurslijf gieten, maar dat lijkt politiek wel de teneur."

"Activering is een nobel doel, maar er zullen altijd mensen zijn die je niet naar een job kan toeleiden. Maatschappelijk werkers maken dan het verschil door op zoek te gaan naar vrijwilligerswerk of maatwerk om een zinvolle tijdsbesteding te vinden en mensen weer eigenwaarde te geven.”

Al wijzen armoedeorganisaties op structurele problemen op de arbeidsmarkt die eerst moeten worden aangepakt, zoals een tekort aan kinderopvang of toegankelijk openbaar vervoer, voordat het zin heeft om aan de persoonlijke situatie van een cliënt te werken. 

50 jaar evolutie

Doorheen die 50 jaar is de werkwijze van OCMW's wel grondig veranderd: “Door mensen enkel geld te geven, los je hun problemen niet op. Die paternalistische manier om naar hulpverlening te kijken is eruit gegroeid”, zegt Wauman.

Katty Creytens van het Belgisch Netwerk Armoedebestrijding en van de Coalitie Humaan OCMW-beleid is het daar niet mee eens: “We zien net een grote achteruitgang. Waar tot de jaren 70 veel meer sprake was van empowerment, overheerst nu een stigmatiserend discours van individuele verantwoordelijkheid.”

“OCMW’s proberen nochtans nu veel structureler te werken en mee te kijken naar bijvoorbeeld kwaliteitsvolle huisvesting en schuldbemiddeling, of ze helpen om een huisarts te vinden. Maar ze proberen ook mensen te laten deelnemen aan sport of andere activiteiten in hun vrije tijd als hefbomen om mensen zelfredzamer te maken", zegt Debast.

“Rond de jaren 2000 zijn OCMW’s ook veel sterker beginnen in te zetten op activering en – anders dan bij VDAB – bekijken ze daarbij het hele plaatje: op welke levensdomeinen is er bij de cliënt verandering nodig om een duurzame job mogelijk te maken?”

Toch staat die structurele benadering onder druk door heel wat recente maatregelen, ziet Katty Creytens. “De federale regering heeft bijvoorbeeld 15 miljoen euro aan middelen geschrapt voor socio-culturele participatie."

"Dat fonds konden OCMW’s gebruiken om bijvoorbeeld het lidgeld van de Chiro of voetbalschoenen te betalen. Deze regering kijkt naar activering als oplossing voor alles, maar heeft amper oog voor andere levensdomeinen.” 

Deze regering kijkt naar activering als oplossing voor alles, maar heeft amper oog voor andere levensdomeinen

Katty Creytens, Belgisch Netwerk Armoedebestrijding

Ook Wauman botst op limieten: “Je hebt wachtlijsten voor bijvoorbeeld kwaliteitsvolle woningen of psychologische zorg. Dan kan je enkel aan damage control doen: voor sommige mensen is het al een goed resultaat als hun situatie niet nog meer verergert.”

Ook de cliënten van het OCMW zijn doorheen de jaren veranderd, zegt Debast: “25 jaar geleden leefde het idee dat het OCMW enkel voor sukkelaars was. We weten nu dat armoede iedereen kan overkomen: door een ziekte, een scheiding of jobverlies kunnen mensen al stevig in de problemen komen. Want veel mensen hebben weinig spaargeld.” 

“Tegelijkertijd zien we nu veel complexere gezinssituaties met een combinatie van problematieken dan pakweg 2 decennia geleden en dat maakt dossiers extra uitdagend. Bovendien zien we ook meer jonge twintigers die er alleen voor staan en erg kwetsbaar zijn”, klinkt Wauman bezorgd.

Onderbescherming van kwetsbare mensen

Toch vindt niet iedereen de weg naar het OCMW. Zowat de helft van mensen die recht hebben op een leefloon bijvoorbeeld, stapt niet naar het OCMW en vraagt dat leefloon dus niet aan. Dat kan bijvoorbeeld uit schaamte zijn, onwetendheid, uit angst voor de overheid of omdat ze op andere manieren aan inkomsten geraken.

Ook andere rechten zijn niet vanzelfsprekend. “Sommige mensen zijn al jaren in schuldbemiddeling bij een OCMW, en dan blijkt plots dat ze al jarenlang recht hebben op steun waar niemand hen op heeft gewezen”, merkt Sarah Lampen van jongerenarmoedeorganisatie Betonne Jeugd.

“Er is een groot verloop bij het personeel. En de erg jonge maatschappelijk werkers die instromen, kennen onvoldoende de sociale kaart en rechten, omdat er te weinig ruimte is om hen goed te omkaderen.”

Hoe groter de druk op een OCMW, hoe kleiner de kans dat er tijd overblijft om op zoek te gaan naar mensen die hun rechten niet kennen of gebruiken

Annemie Wauman, voorzitter van de Federatie van Vlaamse OCMW Maatschappelijk Werkers

“Hoe groter de druk op een OCMW, hoe kleiner de kans dat er tijd overblijft om op zoek te gaan naar mensen die hun rechten niet kennen of gebruiken. Dat valt dan als eerste af, al zouden OCMW’s daar meer op moeten inzetten”, erkent ook Wauman. 

Soms ligt het ook aan de regels van een OCMW dat dak- en thuisloze jongeren geen steun kunnen aanvragen, vertelt Lampen. “Zo was er in onze vereniging een jongere die als meerderjarige uit een instelling is vertrokken zonder zelf een adres te hebben."

"Zijn adres is pas 2 jaar later officieel bij de instelling geschrapt. In tussentijd vroeg hij steun aan in het OCMW van Antwerpen, maar daar konden ze hem niet helpen, omdat de instelling niet in Antwerpen ligt. En hij kreeg er ook geen toegang tot de daklozenopvang, want officieel had hij een adres.”

“Zulke ervaringen maken OCMW-gebruikers moedeloos en doen ze afhaken”, vult Katty Creytens aan. “In Brussel bijvoorbeeld heb je met de 19 gemeenten ook 19 OCMW’s. En hangt het ervan af aan welke uitgang van het station je hebt geslapen, of je in het ene dan wel het andere OCMW terechtkan voor hulp.”

In Brussel hangt het er vanaf aan welke uitgang van het station je hebt geslapen, of je in het ene dan wel het andere OCMW terechtkan voor hulp

Katty Creytens, Belgisch Netwerk Armoedebestrijding

En wat met mensen die onterecht profiteren van OCMW-steun? Volgens onderzoek gaat dat om ongeveer 5 procent van de gevallen. “Verhalen zoals uit de Pano in Anderlecht  ga je in Vlaanderen quasi zeker niet vinden. Daarvoor zijn Vlaamse OCMW’s te goed geprofessionaliseerd. Maatschappelijk werkers zijn zowel sterk in controle als begeleiding”, maakt Nathalie Debast zich sterk.

“Wantoestanden moet je vanuit de politiek aanpakken, maar doordat de wetgeving grotendeels federaal is, tref je met een verstrenging de hele groep OCMW’s én cliënten. Dat werkt ontmoedigend voor wie niets fout deed.”

“Zo heb je de nieuwe strengere regel rond hoeveel uitkeringen je in 1 gezin kan combineren”, verduidelijkt Annemie Wauman. “De bedoeling was om grote gezinnen met meerdere volwassenen te treffen die opgeteld aan hoge bedragen komen."

"In de praktijk zien we vooral dat eenoudergezinnen met studerende kinderen getroffen worden. Waarbij de student een leefloon kreeg, omdat de job van de ouder financieel niet voldoende is. Nu krijgt die student amper nog een leefloon en wordt het moeilijk om de studie vol te houden."

"Dat knaagt aan het rechtvaardigheidsgevoel van sociaal werkers. Hiervoor hadden we kunnen waarschuwen als er op voorhand overleg met de sector over die maatregel was geweest.” 

Voor wat hoort wat

“We zien bovendien dat de nieuwe generatie maatschappelijk werkers meer doordrongen is van het ‘voor wat hoort wat’-principe. Daar zijn we als federatie bezorgd over, want je wil geen medewerkers die enkel regels toepassen, maar ook de kern van hun job blijven uitoefenen: mensenrechten verdedigen.”

Die controlemechanismes liggen ook gevoelig bij mensen in armoede. “Je moet constant bewijzen dat je zielig genoeg bent om steun te krijgen. Je moet iemand bij je thuis binnenlaten om te laten zien hoe hard je gefaald hebt." 

"Leven in armoede is constant gewezen worden op je tekortkomingen. De angst die je ouders voelden voor officiële instanties, neem je onbewust over”, vertelt 1 van de jongeren bij Sarah Lampen.

Lampen ervaart ook dat een hoge werkdruk maatschappelijk medewerkers minder begripvol maakt: “Wie echt wil bijdragen aan de maatschappij gaat er weg en wie blijft, kan zich conformeren met een dwingend en sanctionerend beleid.”

Want de werkdruk voor maatschappelijk werkers ligt hoog. Een voltijdse medewerker heeft gemiddeld zo’n 52 dossiers, maar bij sommige OCMW’s loopt dat op tot 200 dossiers per persoon.

“Maar wat nog veel zwaarder weegt dan het stijgende aantal dossiers, is het stijgende gevoel dat je de ruimte niet krijgt om mensen op die manier te ondersteunen die nodig is om echt een verschil te maken”, vindt Wauman. “Je hebt voortdurend het gevoel dat je enkel het minimum kan doen.”

Administratieve stress

OCMW-gebruikers ervaren ook administratieve stress. Sarah Lampen bereidt dak- en thuisloze jongeren voor op hun eerste OCMW-afspraak. “Na een eerste afspraak moet je redelijk snel alle nodige documenten binnenbrengen, maar onze jongeren zijn vaak zowel hun ID- als bankkaart kwijt en moeten dat eerst bewijzen voor ze een nieuwe kunnen aanvragen.”

Bovendien blijft de taal een struikelblok: “Mensen die OCMW-formulieren bedenken, zijn hoger opgeleid. Veel van mijn jongeren zijn schoolverlaters uit het buitengewoon onderwijs: zij begrijpen niet wat er op die documenten staat. Al die informatie op korte tijd is voor hen ook overweldigend en dan volgt soms paniek, want er hangt veel van de steun van het OCMW af om te kunnen overleven. Ik bereid dan ook hun gedrag en taal voor om hun frustraties niet te laten omslaan naar ongepast gedrag,” zegt Lampen.

Mensen die OCMW-formulieren bedenken, zijn hogeropgeleid terwijl mijn jongeren vaak schoolverlaters zijn die niet begrijpen wat er op die documenten staat

Sarah Lampen, armoedeorganisatie Betonne Jeugd

Want ook agressie blijft een pijnpunt voor veel OCMW-medewerkers. Volgens een enquête vorig jaar van vakbond ACOD krijgt bijna de helft van de OCMW-medewerkers maandelijks te maken met verbale of fysieke agressie.

Na de moord op OCMW-medewerker Erik Boone werkten werknemers- en werkgeversorganisaties een concrete handleiding uit hoe lokale besturen hun agressiebeleid kunnen aanpakken of verbeteren.

Een feest op de 50e verjaardag?

Valt er dan eigenlijk iets te vieren op de 50e verjaardag van de OCMW’s? Nee, stelt het Belgisch Netwerk Armoedebestrijding. Creytens: “Leeflonen liggen onder de Europese armoedegrens en worden steeds voorwaardelijker. Het beroepsgeheim voor maatschappelijk werkers wordt ingeperkt en het beleid is stigmatiserend. Dus het recht op een menswaardig bestaan – artikel 1 van die OCMW-wet – wordt nog steeds geschonden.”

OCMW's blijven als laatste vangnet inzetten om wie hulp nodig heeft weer perspectief te geven op een betere toekomst

Nathalie Debast, Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten

“Maar veel redenen daarvoor liggen buiten de OCMW’s”, vindt Nathalie Debast. “En dus mogen de OCMW’s vandaag toch vooral gevierd worden, omdat ze nooit opgeven en ze zich als laatste vangnet blijven inzetten om wie hulp nodig heeft weer perspectief te geven op een betere toekomst.”

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"