Het leven in het Belgische strandwater is in 30 jaar tijd fundamenteel veranderd. Onder meer de grijze garnaal en de strandkrabben gingen fors achteruit. "Ik was zwaar onder de indruk toen ik de eerste keer de data kon inkijken. Niets is nog wat het lijkt. De strandwaterfauna is verarmd, 'verwarmd', vervreemd en verslijmd", zegt Jan Seys van het Vlaams Instituut voor de Zee (VLIZ).
Leven aan onze zee verandert compleet: let op voor pieterman, veel minder garnalen
In het kort:
Het leven in het Belgische strandwater is in 30 jaar tijd grondig veranderd.
Typische koudwatersoorten zoals grijze garnalen en grondels zijn nu veel minder talrijk. Ook het aantal strandkrabben nam een duik.
Soorten die het goed doen in warmer water, zoals de pieterman, zijn er sterk op vooruit gegaan. "Let op voor een steek als je blootsvoets loopt", waarschuwt Jan Seys van het VLIZ.
De Amerikaanse kamkwal en de zeedruif zorgen ervoor dat de 'gelatineuze fauna' oprukt. Zij eten veel plankton, wat de voedselketen kan verstoren.
Als je deze zomer gaat zwemmen of pootjebaden aan de Belgische kust, lees dan vooral verder. Het dierlijke leven in de ondiepe wateren aan de kustlijn is helemaal veranderd. De klimaatopwarming, met steeds warmer zee- en strandwater, is daar niet vreemd aan, al kunnen er ook andere factoren meespelen.
Er zijn stijgers en dalers. De koudwatersoorten lijken de klos. De grijze garnaal bijvoorbeeld zag een daling met niet minder dan 78 procent (van 147 naar 32 exemplaren per 100 vierkante meter). De afname zet zich nog steeds door: tussen 2014 en 2025 halveerden de aantallen.
Ook de strandkrabben (-88 procent), grondels (-78 procent) en haring/sprot (-91 procent) delen in de brokken. Grondels zijn kleine visjes die niet groter dan 10 centimeter worden. De kans dat er eentje langs jou zwemt deze zomer is kleiner geworden.
"Al deze 'klassieke' vertegenwoordigers van de brandingszone lijken het ondiepe kustwater, minstens tijdelijk, meer en meer te mijden", vertelt Jan Seys.
Waar komen de data vandaan?
Het VLIZ-burgerwetenschapsproject SeaWatch-B verzamelde tussen 2014 en 2025 heel wat data van zeedieren in het strandwater. De gegevens gaan over het strandwater tot heupdiepte. Mensen trokken met kruinetten door het ondiepe water in de branding en noteerden wat ze vingen. De gegevens werden daarop vergeleken met historische onderzoeksgegevens van de Universiteit Gent uit 1996-1997.
"De SeaWatchers zijn burgers die voor hun taak een opleiding kregen, mét opvolging", meldt het VLIZ. De resultaten zijn vanmorgen voorgesteld in het Marien Station in Oostende, in het kader van een Masterthesis.
Het strandwater warmt nog sneller op dan de rest van de zee, daar zie je effecten dus het sterkst, vertelt Jan Seys. Maar wellicht speelt zich in de iets diepere zones een vergelijkbare verschuiving af, of gaat dat snel gebeuren. De opwarming zet zich immers in sneltempo voort: de Noordzee heeft de jongste maanden te maken met een mariene hittegolf. Het Instituut voor Landbouw, Visserij- en Voedselonderzoek (ILVO) nuanceert de achteruitgang van de grijze garnaal als je er de diepere zones bijneemt.
Waar verliezers zijn, zijn winnaars. Warmwatersoorten en niet-inheemse diersoorten bijvoorbeeld. De warmteminnende kleine pieterman (een giftig, pijnlijk stekend visje dat zich doorgaans schuilhoudt in het zand) is 24 keer meer teruggevonden dan 30 jaar geleden. Wie zonder het te weten op een pieterman stapt, kan een pijnlijke steek krijgen.
Gemiddeld komt er nu eentje voor per strook van 10 op 30 meter. Er is geen reden tot paniek, maar als je zou twijfelen om zwemsandalen mee te nemen of niet, dan kan dit je misschien overtuigen.
Het aantal pietermannen is vrij spectaculair toegenomen. Ik loop niet meer blootsvoets
Jan Seys, VLIZ
"Het aantal pietermannen is vrij spectaculair toegenomen. De kans om er op eentje te trappen is, wat mij betreft, niet meer klein genoeg om nog blootsvoets te lopen. Je moet maar op eentje trappen en de gevolgen zijn niet min. Dus ja, ikzelf draag watersandalen," vertelt Jan Seys.
Er zijn ook meer gewone zwemkrabben, en de Atlantische grijze zwemkrab is zelfs een nieuwkomer. Er zijn overigens nog andere nieuwkomers die niet in het onderzoek zijn opgenomen: op golfbrekers worden meer penseelkrabben en blaasjeskrabben opgemerkt, beide exotische soorten.
'Gelatineuze' fauna rukt op
En er is meer. Er is ook sprake van een 'verkwalling' de voorbije decennia. Kamkwalsoorten zijn veel meer aanwezig dan vroeger. Het zeedruifje (amper enkele centimeter groot) wordt veel vaker gespot, terwijl de niet-inheemse Amerikaanse kamkwal (ongeveer 15 centimeter groot) zich aan de Belgische kust heeft gevestigd.
Amerikaanse kamkwallen kunnen de voedselketen verstoren
Jan Seys, VLIZ
Jan Seys stelt evenwel meteen gerust: "Deze kwallen hebben geen netelcellen om te steken. Je zou ze om die reden zelfs geen kwallen kunnen noemen in de strikte betekenis." Hij heeft het over "de gelatineuze fauna" die oprukt.
"Eigenlijk zijn het een soort opportunisten die heel snel groeien. Ze eten veel plankton, maar zijn zelf niet eetbaar. Daardoor kan het voedselweb verstoord raken, het kan zelfs leiden tot een kortsluiting in de voedselketen", vertelt Jan Seys.
"Dat zien we hier liever niet. In de Zwarte Zee is het eerder wel gebeurd." De komst van de Amerikaanse kamkwal veroorzaakte daar een ecologische en economische ramp.
Amerikaanse kamkwallen en zeedruifjes eten dierlijk plankton (roeipootkreeftjes en vislarven). Mogelijk profiteren ze mee van de afname van planktoneters zoals haring en sprot. De nabijheid van de Schelde en de haven van Zeebrugge lijkt dan weer een rol te spelen in de grotere aantallen Amerikaanse kamkwallen ter hoogte van Zeebrugge-Blankenberge.
Het water van de waterlijn tot heupdiepte is gemiddeld 0,4 graden warmer dan het oppervlaktewater verder uit de kust. In het ondiepste deel van de zee tonen effecten van de opwarming zich het eerst.
Dat leidt tot enkele opvallende verschuivingen. De grondels blijken nu 3 maanden later in het jaar te pieken (oktober in plaats van juli), net na in plaats van tijdens het warmste deel van het seizoen. Zeebaars beleefde vroeger een piek in juli, maar nu is dat eentje in februari en eentje in september.
Het zeedruifje haalt zijn grootste aantallen al in april, anderhalve maand vroeger dan 30 jaar geleden. Grijze garnaal heeft amper nog een zomerpiek, maar wel opvallend hoge aantallen in april. De kleine pieterman toont zich al aan de waterlijn vanaf april. Soms lijkt er tegenspraak te zijn. Pladijs, een koudwatersoort, piekt nu midden juli in plaats van midden april 30 jaar geleden.
Ik was zwaar onder de indruk toen ik de eerste keer de data kon inkijken
Jan Seys, VLIZ
De verschuivingen in aantallen zijn groot. "Ik was zwaar onder de indruk toen ik de eerste keer de data kon inkijken", vertelt Jan Seys over de cijfers. "Tendenzen die we eerder hadden gezien, worden bevestigd. De totaalcijfers zijn ongelofelijk. Maar we houden altijd een slag om de arm. Zo zou het kunnen dat ook het aantal roofdieren voor de grijze garnaal is toegenomen."
Hoe dan ook: alles is grondig veranderd in 30 jaar tijd. "Niets is nog wat het lijkt. De strandwaterfauna is verarmd, 'verwarmd', vervreemd en verslijmd."
Regionaal nieuws uit West-Vlaanderen



