Steden en gemeenten waar Vlaamse ministers en parlementsleden wonen, krijgen meer subsidies van de overheid. Dat blijkt uit een onderzoek van de Universiteit Gent. "Sommige ministers en parlementsleden kennen de weg naar Brussel beter, waardoor ze hun gemeente een concurrentieel voordeel bieden bij subsidieaanvragen."
Woont er een minister of parlementslid in jouw gemeente? Dan krijgt die gemiddeld kwart meer Vlaamse subsidies
In het kort:
Gemeenten waar een Vlaamse minister woont, krijgen gemiddeld een kwart meer project- en investeringssubsidies dan andere gemeenten. Dat blijkt uit onderzoek van UGent-doctoraatsonderzoeker Benjamin Descamps, die subsidiestromen tussen 2004 en 2023 analyseerde.
Het effect is het grootst bij ministers en parlementsleden met een lokale politieke achtergrond, zoals burgemeesters of schepenen. Descamps wijst op een informatieasymmetrie: "Sommige ministers en parlementsleden kennen de weg naar Brussel beter en kunnen hun gemeente een concurrentieel voordeel bieden bij subsidieaanvragen."
Het onderzoek verschijnt op een moment waarop de Vlaamse Regering het subsidiesysteem wil hervormen. Descamps ziet mogelijkheden voor vereenvoudiging.
Voor de studie analyseerde doctoraatsonderzoeker Benjamin Descamps (UGent) de subsidies die Vlaanderen de voorbije 2 decennia (2004-2023) aan de lokale besturen heeft verstrekt. Daaruit blijkt dat gemeentes waar een Vlaams minister of parlementslid woont, meer subsidies krijgen.
Zo ontvangt een Vlaamse gemeente gemiddeld 139,28 euro project- en investeringssubsidies per inwoner. Woont er in dezelfde gemeente een Vlaamse minister, dan krijgt de gemeente 33,71 euro per inwoner meer, oftewel gemiddeld een kwart meer.
Het onderzoek stelt een gelijkaardig fenomeen vast voor Vlaamse parlementsleden, al toont het effect zich toch iets minder sterk (gemiddeld 8,5 procent meer subsidies).
Nuance
De resultaten moeten wel genuanceerd worden, duidt doctoraatsonderzoeker Descamps in De Ochtend. "In het geval van de parlementariërs treedt het effect vooral op wanneer ze tot de Vlaamse meerderheid behoren. Het effect is het grootst wanneer zij daarnaast ook een lokaal mandaat uitoefenen, bijvoorbeeld als raadslid, schepen of burgemeester."
Daarbij nuanceert Descamps dat ook niet bij elke minister hetzelfde werd vastgesteld. "Het effect doet zich vooral voor bij ministers die op lokaal niveau een sterk politiek carrièrepad hebben uitgebouwd, bijvoorbeeld als burgemeester of schepen. Bij ministers die van buiten de politiek zijn gerekruteerd, bijvoorbeeld uit het bedrijfsleven, zien we dat effect daarentegen niet terug."
Beluister hier het volledige gesprek met Benjamin Descamps in De Ochtend op Radio 1:
Academisch onderzoek uit de Verenigde Staten, Frankrijk, Portugal, Spanje, Italië en Griekenland toonde eerder al aan dat dit type subsidies aan politieke sturing onderhevig kan zijn. Met dit onderzoek wordt die sturing voor het eerst ook in Vlaanderen bevestigd.
In 2025 bedroegen de Vlaamse overheidsuitgaven 65,4 miljard euro. Daarvan besteedde de Vlaamse overheid 18,5 miljard euro aan subsidies. Jaarlijks gaat het over 120 subsidieprogramma’s voor een totaalbedrag van 1,7 miljard euro in domeinen zoals mobiliteit en openbare werken, sportinfrastructuur, welzijn, omgeving, cultuur en jeugd.
Vlaanderen besteedt deze subsidies vaak in de vorm van projectoproepen waarin lokale besturen worden verzocht aanvragen in te dienen, waarna de bevoegde minister de subsidies toekent. "In tegenstelling tot het gemeentefonds, waar de verdeelsleutels decretaal verankerd zijn, beschikt de Vlaamse subsidiërende overheid voor dit type van subsidies over een zekere discretionaire beoordelingsvrijheid", stelt Descamps.
Sommige ministers en parlementsleden zijn beter op de hoogte van de verschillende oproepen en weten aan welke criteria een aanvraag moet voldoen
Doctoraatsonderzoeker Benjamin Descamps (UGent)
"Er zijn uiteraard nog altijd duidelijke procedures”, stelt Descamps. "Maar uit onze bevraging van politici blijkt dat sommige ministers en parlementsleden de weg naar Brussel nu eenmaal beter kennen. Daardoor kunnen ze hun stad of gemeente een concurrentieel voordeel bieden bij subsidieaanvragen."
"Ze zijn beter op de hoogte van de verschillende oproepen en weten aan welke criteria een aanvraag moet voldoen. Bovendien gaat het vaak om ervaren politici en bestuurders, die die expertise kunnen inzetten ten voordele van hun lokale bestuur."
Electorale logica
Met de studie wil Descamps vooral wijzen op "een informatieasymmetrie tussen lokale besturen". Maar er zijn ook andere mogelijke verklaringen, legt hij uit.
"Zowel de bestaande literatuur als onze eigen bevraging wijzen erop dat ook een electorale logica meespeelt. Politici zien het vaak als hun taak om voor hun stad of regio zoveel mogelijk subsidies binnen te halen."
Dat politici ijveren voor investeringen in eigen regio, wie valt daarvan achterover?
Ben Weyts, Vlaams minister van Begroting (N-VA)
Dat is ook iets wat Vlaams minister van Begroting Ben Weyts (N-VA) bevestigt. Hij is verbaasd dat er daaromtrent universitair onderzoek nodig is, zo zegt hij in De Tijd. "Dat politici ijveren voor investeringen in eigen regio, wie valt daarvan achterover? Veel kiezers zullen dat net vereisen van hun lokale volksvertegenwoordiger en vinden dat zelfs inherent aan de job. Stel u eens het omgekeerde voor: een parlementslid dat niets betekent voor de eigen regio. Voor sommigen is dat misschien een groter probleem", aldus Weyts.
Voor inwoners uit gemeenten zonder politieke vertegenwoordiging in Brussel "kan eventueel de perceptie ontstaan dat het oneerlijk is", zegt Descamps. "Veel politici vinden dit normaal, maar het is aan de burger om daar een oordeel over te vellen”, klinkt het.
Hervorming
Het onderzoek verschijnt op een moment waarop de Vlaamse Regering zich buigt over een hervorming van het subsidiesysteem voor lokale besturen. "Misschien is het inderdaad de moeite om na te denken over de efficiëntie van het huidige systeem", stelt Descamps.
Met zo'n 120 subsidieprogramma's komt er gemiddeld om de 3 dagen een nieuwe oproep. "Dat kan wellicht eenvoudiger worden georganiseerd", geeft Descamps aan.
"Ook de OESO heeft aanbevolen om middelen meer te bundelen en vaker te verdelen via vaste verdeelsleutels in plaats van via afzonderlijke subsidieoproepen. Er zijn dus zeker mogelijkheden om het systeem te verbeteren", aldus Descamps.

