Léon Spilliaert blijft ons fascineren door zijn raadselachtige zelfportretten en marines. Maar ook als hij zichzelf niet afbeeldt, lijken zijn vele interieurs en stillevens bezield. Hij laat er even hard zijn ziel spreken als in de werken waarin hij zelf figureert
Spilliaert laat zelfs lege kamers spreken
Deze zomer toont de Brusselse galerie van Patrick Derom, om de hoek van de Zavel, een prachtige selectie van om en bij de 40 en vaak nooit geziene werken van de Belgische kunstenaar Léon Spilliaert (1881-1946).
Ik ging 3 keer kijken, omdat ik er maar geen genoeg van kreeg. En dus krijg je van mij 3 goede redenen om al dat schoons zelf te gaan bewonderen.
Ook een interieur is een selfie
De jonge Spilliaert maakte zijn beste werk toen het niet goed met hem ging.
In de jaren 1907 tot 1909 had hij last van maagzweren en een somber gemoed. Een dikke eeuw later had zijn therapeut hem wellicht gediagnosticeerd met iets tussen hoogsensitiviteit, depressie en een burn-out. In zijn tijd zat er voor een artistiek begaafde jongeling niet veel meer in dan Nietzsche te lezen en zich over te leveren aan zijn angsten.
Spilliaert bleef zichzelf maar afbeelden, liefst in de duisternis. En altijd strak in het pak gehesen, want een bohemien was hij niet. Integendeel, hij was erg bezig met hoe hij overkwam bij anderen. De ene selfie na de andere dus, vooral om zijn eigen identiteit te vinden. En altijd dat rode potloodje.
Deze ruimtes kennen we van zelfportretten, maar ook als interieur beklijven ze. Omdat Spilliaert zelfs in de afwezigheid drukkend aanwezig blijft
Chantal Pattyn
Het is opvallend dat Spilliaert, als hij niet een van zijn vele nachtelijke wandelingen langs het strand van Oostende maakte, zich het liefst ophield in het ouderlijk huis in de Kapellestraat.
Daar, op nummer 2, bevond zich de parfumerie van zijn vader, met daarnaast het kapsalon van zijn oom. Die ruimtes kennen we van de zelfportretten, maar ook als interieur of als achtergrond van een stilleven beklijven ze. Omdat Spilliaert zelfs in de afwezigheid drukkend aanwezig blijft.
Dat is ook de these van curator Edouard Derom: we kijken naar mentale ruimtes, bevroren in de tijd. Alsof we door de weergave van die interieurs in zijn eigen verwarde hoofd belanden. Wat hij zichtbaar maakt, is vooral een innerlijke realiteit. En die is bijzonder unheimlich.
Spilliaert creëert een spiegelpaleis
Het valt op hoe Spilliaert zich van slechts een aantal elementen bedient: een deurpost, een console, een raam, een glazen stolp, een kamerplant, opbergdozen, veel flacons en nu en dan een Thonetstoel. Hij houdt ervan om deuren op een kier te zetten en je in de volgende ruimte uit te nodigen.
Nog het liefst zet hij de spiegel in. Je kijkt je zot naar hoe hij een spel speelt met lijnen, reflectie en ontdubbeling.
Spilliaert heeft van de ouderlijke woonst een spiegelpaleis op papier geschapen
Chantal Pattyn
Het bracht Stefan Huygebaert, conservator bij MUZEE, er zelfs toe een poging tot reconstructie van dat achterhuis in de Kapellestraat te maken, las ik in de catalogus. Want Spilliaert heeft van de ouderlijke woonst, waar hij tot zijn 35e verbleef, een spiegelpaleis op papier geschapen.
Een meesterwerk is 'Het Glazen Dak' (1909). We herkennen een deel van de ruimte in het zelfportret uit de collectie van het KMSKA. Spilliaert beeldt zich af achter zijn schildersezel. Dat doet hij voor een spiegel, waardoor hij zichzelf in de (andere) spiegel onder het raam eindeloos kan laten ontdubbelen. In alle opzichten duizelingwekkend.
Datzelfde glazen dak zien we ook weerspiegeld op een flacon. Klein detail: het is geweten dat Spilliaert met zijn rechterhand tekende, maar op vele zelfportretten zien we hem linkshandig bezig.
Rare vogel, die Léon.
Hij was technisch meesterlijk
Spilliaert kunnen we geen schilder noemen, maar ook geen tekenaar. En toch komen al die werken op papier heel schilderkunstig over.
Als autodidact ging hij heel experimenteel te werk met al het teken- en verfgerei dat hij voorhanden had. Liefst in lagen, en liefst alles door elkaar. Aquarel en gouache, gewassen Oost-Indische inkt, potlood, waskrijt en pastel.
Zelfs specialisten kunnen met het blote oog soms niet achterhalen welke technieken hij bezigde.Maar alleen zo kon hij alle optische effecten weergeven van wat hij zag, met alle sensaties van licht en schaduw, transparante en matte oppervlakken.
Mijn favoriete werk op de tentoonstelling is 'Interieur met Groene Plant en Stolp'. Het kleurenpalet heeft iets morbide. Dit is geen afbeelding van een interieur, wel van een dramatische spanning in die kamer. De plant op de schouwmantel dreigt op je hoofd te vallen. De vele lijnen en de afwisseling tussen figuratie en abstractie maken dat je het noorden kwijtgeraakt.
Het heerlijke aan deze tentoonstelling is dat je werken ziet die zelden hun huizen verlaten
Chantal Pattyn
Het is bizar dat deze magnifieke interieurs en stillevens niet meer deel uitmaken van museumcollecties, maar vooral in privéhanden zijn. Maar daar wordt hard aan gewerkt. Onder meer door Spilliaert-specialiste Anne Adriaens-Pannier.
Sinds de grote Spilliaert-tentoonstelling in The Royal Academy in Londen (2020) is de internationale interesse heel groot. Dat heeft zo zijn effect op de prijzen. Niet alleen Patrick Derom Gallery, maar ook David Zwirner (de galerie van Luc Tuymans, een groot bewonderaar) verkoopt zijn werk.
Edoch! Kijken doet geen zeer. Het heerlijke aan deze tentoonstelling is dat je werken ziet die zelden hun huizen verlaten. Ze zitten soms in oude en niet-flatterende kaders, maar wat een feest!
Benieuwd welke ervan we over 5 jaar zullen terugzien in hometown Oostende, wanneer MUZEE de 150e verjaardag van Spilliaert viert. Maar voorlopig: naar de Zavel!
'Through half-open doors', met interieurs en stillevens van Léon Spilliaert, is tot en met 14 augustus te zien in Patrick Derom Gallery in Brussel






