Tijdens deze hittegolf lopen de temperatuurverschillen tussen de stad en de natuur op tot meer dan 20 graden Celsius. Dat blijkt uit een satellietbeeld van de Europese Ruimtevaartorganisatie ESA. In het centrum van Brussel loopt de temperatuur op tot 47 graden Celsius, terwijl het tegelijkertijd in het nabijgelegen Zoniënwoud slechts 24,5 graden is.
Satellietbeeld toont temperatuurverschil van liefst 20 graden tussen stad en natuur
De visualisatie, vrijgegeven door de Europese Ruimtevaartorganisatie ESA, toont de landoppervlaktetemperatuur (LST) in België. Dit is de temperatuur van het aardoppervlak en verschilt van de luchttemperatuur, zoals die bijvoorbeeld in het weerbericht gebruikt wordt.
Rode en paarse tinten duiden op hogere temperaturen, terwijl blauwe tinten koelere gebieden weergeven.
In Brussel is het contrast zeer duidelijk. In het stadscentrum loopt de landtemperatuur op tot ongeveer 47 graden Celsius. In het nabijgelegen Zoniënwoud blijft het aanzienlijk koeler, met temperaturen rond 24,5 graden Celsius.
Dit verschil wordt verklaard door het verkoelende effect van vegetatie in het Zoniënwoud. Stedelijke gebieden daarentegen, met veel bebouwing en weinig groen, houden warmte vast. Dit zorgt voor het zogenaamde hitte-eilandeffect.
Hitte-eiland?
Hitte-eilanden zijn al enkele jaren af en toe in het nieuws, en door de klimaatopwarming en onze warmere zomers steeds meer.
Verstedelijkte omgevingen en stadskernen bevatten veel asfalt, steen, beton en verharding die overdag de zonnewarmte opnemen om die daarna weer langzaam te gaan uitstralen.
Er spelen nog andere effecten, maar het resultaat is hetzelfde: het blijft er 's avonds en 's nachts warmer dan op het platteland, en soms echt véél warmer.
Daardoor worden stadskernen of verstedelijkte gebieden, waarvan we er in België wel wat hebben, ook wel urban heat islands of hitte-eilanden genoemd.

