Precies 5 jaar nadat een verwoestende natuurbrand het Canadese dorpje Lytton in de as heeft gelegd, kampt het nog steeds met de gevolgen. De wederopbouw lag jarenlang stil, de gevluchte inwoners keren slechts mondjesmaat terug en elke nieuwe brand doet het trauma heropleven. Het verhaal van Lytton leest als een waarschuwing voor andere gemeenschappen die door natuurbranden bedreigd worden, ook in Europa.
Hoe gaat het 5 jaar later in Lytton, Canadees bergdorp dat tijdens hittegolf compleet werd weggevaagd?
"OMG! This can't be happening AGAIN!!!" ("Lieve God, het kan toch niet dat dit opnieuw gebeurt", red.), post buurtbewoner Denise op 20 juni in de Facebookgroep voor de inwoners van Lytton. "Inpakken", raadt een andere inwoner haar aan. "Veilig blijven" en "bidden voor de brandweer", antwoorden anderen.
Zo ongeveer ging het er de voorbije 5 zomers aan toe, telkens wanneer de rookpluim van een natuurbrand achter de omliggende bergtoppen uitkomt. Nu ook weer. Deze brand raakte evenwel onder controle.
Heel anders verging het het dorpje op 30 juni 2021. Toen brandde Lytton tot op de grond af, precies 1 dag nadat er 49,5 graden Celsius werd gemeten, een record voor Canada. 90 huizen gingen in vlammen op.
2.250 inwoners moesten op de vlucht: 250 in het dorp zelf en nog eens 2.000 inwoners van de First Nations eromheen, de oorspronkelijke bewoners. Twee mensen lieten het leven.
De Lyttonites belandden zo'n beetje overal, als snippers uitgestrooid over de provincie Brits-Colombia.
Sommigen eindigden in een motel in het meest nabije stadje, Kamloops. Anderen vonden een dak boven het hoofd in de metropool Vancouver, 3 uur rijden verder, en ontdekten plots hoe duur het leven kan zijn. Nog anderen leefden maanden- of zelfs jarenlang in de tuin van vrienden, in een tent of in een trailer.
Klimaatvluchteling
"Je wordt een klimaatvluchteling", zo beschrijft Patrick Michell de voorbije jaren. Hij is stamhoofd op rust van de Nlaka'pamux, een van de vele First Nations rond Lytton.
"Als je geëvacueerd wordt, moet je voor 3 of misschien 5 dagen naar een basketbalzaal of een hockeystadion. Daarna kan je terug. Maar in het geval van Lytton was het geen evacuatie meer. We waren onze stad en onze huizen kwijt."
Michell zelf woonde samen met zijn vrouw even in een motel, en leefde daarna een jaar lang in een trailer. Maar daar werd ze "eerst triest en hopeloos, en daarna ziek". Nu wacht hij in een mobilhome in het First Nations-reservaat tot zijn nieuwe huis in het dorpscentrum af is.
Anderen hadden nog minder geluk. Neem de verpleegster Micha Pika. "Ik zal nooit verhuizen", bezwoer ze nog in een Facebookbericht in 2023, al woonde ze toen al 2 jaar niet meer in Lytton. En vandaag nog steeds niet. Ze woont nu in Lillooet, een klein stadje op een uur autorijden van Lytton.
"Ik heb mijn leven hier opnieuw opgebouwd", schrijft ze. "Ik wil nog altijd terugkeren, maar het zit er niet echt in. Er zijn geen huizen. Binnen 3 of 4 jaar misschien?"
Derek kon wel terug, al raakte zijn huis wel beschadigd. Hij verkoopt nu groenten en fruit uit zijn tuin als bijverdienste. "Ik dacht dat ik voorbereid was op een brand. Duidelijk niet", verzucht hij niettemin.
Zo heeft elke inwoner wel zijn verhaal. Lytton, dat voor de brand een hechte gemeenschap was van kunstenaars, natuurliefhebbers, loners en (vooral) oorspronkelijke bewoners, was uit elkaar gespat.
Verboden terrein
Vijf jaar lang hield VRT NWS contact met inwoners van Lytton, via Facebook, e-mail en videogesprekken. Maar lang viel er weinig te vertellen.
Jarenlang was Lytton immers verboden terrein voor de inwoners. Het hele dorp was afgezet met dranghekkens en terugkeren mocht enkel tijdelijk. Onder politiebegeleiding mochten inwoners scharrelen tussen de resten van hun huis, op zoek naar een relikwie, iets herkenbaars uit een vorig leven. Alles wat het vuur niet verteert. Een pan, een verwrongen lepel misschien.
Er waren overigens goede redenen om Lytton hermetisch af te sluiten. Een afgebrand dorp, met alle giftige stoffen die daarbij vrijkomen, is één groot gezondheidsrisico. Maar voor de Lyttonites was het een bittere pil om te slikken.
Vandaag zijn de meeste leden van de First Nations rond het dorp teruggekeerd. En ook in het centrum bloeit het leven voorzichtig op. Er wordt weer gebouwd en er staan weer 20 huizen. Anderen wachten vol ongeduld tot het aan hen is. Voorzichtig worden er plannen gemaakt voor een supermarkt, een gemeenschapshuis en zelfs een nieuw buitenzwembad.
Verdeeldheid
Maar onder het herstel broeit het ongenoegen.
Dat begon al enkele dagen na de brand. De toenmalige gouverneur van de provincie Brits-Columbia, John Horgan, verklaarde in de media dat hij van Lytton een klimaatbestendig voorbeelddorp wilde maken. Dat werd hem niet in dank afgenomen door de bewoners. Die wilden gewoon zo snel mogelijk een zo betaalbaar mogelijk dak boven hun hoofd.
Nochtans is klimaatneutraal bouwen vandaag nog steeds een voorwaarde voor overheidssteun, vertelt burgemeester Denise O'Connor in een Teamsgesprek. "Er werd Lytton 77 miljoen Canadese dollar (47,5 miljoen euro) beloofd. Een deel daarvan is voor de huiseigenaren. Als die alle hokjes en standaarden kunnen afvinken, krijgen ze het geld terugbetaald. Maar bijna niemand kan zoveel geld voorschieten."
Ze heeft ook weinig goede woorden over voor de voordelige leningen die de overheid de kleine ondernemers aanbood om hun zaak opnieuw op te starten. "Het zijn leningen, geen beurzen. En dan het papierwerk. Er werd hen gevraagd om hun inkomsten van de voorbije 5 jaar voor te leggen. Maar ze waren al hun administratie kwijt. Ze waren alles verloren, en dan nog verwachtte de overheid zo veel van hen."
We hebben allemaal dezelfde ramp meegemaakt, en toch worden we verschillend behandeld
Burgemeester Denise O'Connor
Maar er groeiden ook spanningen tussen de dorpelingen en de First Nations rondom Lytton. Die laatsten konden al vrij snel na de ramp terugkeren naar hun territoria, en werden ondergebracht in noodwoningen. Hun gebieden zijn intussen heropgebouwd.
Voor de dorpelingen waren er geen tijdelijke onderkomens voorzien. Ze moesten wachten tot de verzekeringen over de brug kwamen met geld voor ze konden terugkeren. Intussen moesten ze ook vaak de kosten betalen voor archeologische opgravingen op hun lap grond.
"Dat heeft verdeeldheid veroorzaakt", erkent O'Connor. "We hebben allemaal dezelfde ramp meegemaakt, en toch worden we verschillend behandeld. Oké, het komt doordat er 2 verschillende overheden bevoegd zijn voor de First Nations en voor de dorpelingen. Maar het voelt niet juist."
Oorzaak is nog steeds niet opgehelderd
Het helpt het samenleven niet vooruit, en het vertrouwen in de overheid ook niet.
Daar komt nog bij dat de oorzaak van de ramp, nu 5 jaar geleden, nog steeds niet opgehelderd is. Veel inwoners denken dat een vonk van een goederentrein de brand veroorzaakte. Zij vinden dat de treinmaatschappijen en de autoriteiten nalatig waren, toen ze zelfs na een wekenlange droogte en bij recordhitte nog treinen lieten rijden.
Er is een onderzoek gevoerd door de nationale Verkeersveiligheidsraad, maar dat eindigde zonder besluit. Ook dat heeft de achterdocht verder gevoed. Nog steeds proberen bewoners voor de rechtbank hun gelijk te halen.
De kip of het ei
Ondertussen verschijnen in de Canadese pers berichten dat Lytton zou afstevenen op een faillissement.
Er staan verschillende grote bouwprojecten op stapel die met overheidsgeld betaald zijn, waaronder het buitenzwembad, maar ook een brandweerkazerne. Alleen al die 2 gebouwen zullen samen meer dan 50 miljoen Canadese dollar (30,8 miljoen euro) kosten, geld dat ooit terugbetaald zal moeten worden.
Maar het herstel gaat trager dan verwacht, en inwoners keren slechts mondjesmaat terug. De afbetalingsplannen zouden daardoor compleet ontoereikend zijn.
Dat er ondertussen een financieel manager voor Lytton is aangesteld die aan de andere kant van het enorme land woont, 4.000 kilometer verderop in Halifax, zaait nog meer ongenoegen. Zeker toen bleek dat ze in 2023 en 2024 samen meer dan 500.000 Canadese dollar (300.000 euro) verdiend had.
Het is de kip of het ei: de mensen komen pas terug wanneer er ondernemingen zijn, en omgekeerd
Burgemeester Denise O'Connor
Toch blijft burgemeester O'Connor erin geloven, vertelt ze. Ja, het gaat traag. Maar intussen zijn er 20 woningen afgewerkt, en van de 250 bewoners voor de brand zijn er 100 al teruggekeerd.
En, zo voegt ze eraan toe, er staan nog meer bouwwerken gepland. Eind deze zomer wordt het veteranenhuis opgeleverd. Begin deze maand begon de bouw aan het gemeentehuis. Er worden grote water- en rioolwerken uitgevoerd. En er staat nog meer op stapel, waaronder een kruidenierszaak en een ambachtenwinkel.
Het herstel van het economische weefsel in het dorp is erg belangrijk. "De mensen in en rond het dorp zijn het beu om een uur te moeten rijden om boodschappen te doen. Maar het is de kip of het ei. De mensen komen pas wanneer er ondernemingen zijn, maar ondernemingen wachten ook op de mensen."
Walmart en bioscoop
Patrick Michell, het voormalige stamhoofd, gelooft niet dat het dorp ooit nog het oude zal worden. "Jonge inheemse bewoners willen gewoon een simpel plattelandsleven leiden. Dat lukt hier wel. Maar stedelingen willen een 711-supermarkt, een Walmart, een bioscoop. Die zijn er niet, en ze komen ook niet terug. Zo werkt kapitalisme."
Kleine, afgelegen gemeenschappen zoals Lytton vinden we ook her en der op het Zuid-Europese platteland. En ook die worden steeds vaker geconfronteerd met natuurbranden.
In 2025 brandde er een recordoppervlakte af in de EU, onder andere in Cyprus, Griekenland, Turkije, Spanje, Portugal en Frankrijk. Door de klimaatverandering komt de extreme droogte die die branden voedde, vandaag 10 keer vaker voor dan 150 jaar geleden. Ook in België stijgt het risico op natuurbranden, waarschuwde het Klimaatrisicocentrum vorig jaar nog.
Europa kan dus lessen trekken uit het lot van Lytton. Dat denkt ook Derek, de Lyttonite met de boomgaard.
"We moeten de klimaatopwarming serieuzer nemen. Binnen een paar jaar kunnen jullie ook een hittekoepel krijgen, boven Antwerpen of Brussel. Stel je de gevolgen daarvan eens voor." Dat zei hij in 2021. Vandaag zweten we nog steeds de gevolgen uit van de hittegolf die in ons land onder andere leidde tot een verdubbeling van het aantal noodoproepen en ambulance-interventies.
Bouwen voor brand
Maar wat kunnen we dan leren? Wees transparant wanneer je noodfondsen uitdeelt, is zo'n les, flexibiliteit en snelheid een andere.
Maar in Lytton bouwen ze intussen ook anders. "De klimaatverandering is een feit. Het is te laat om erger te voorkomen, dus moeten we ons nu aanpassen", zegt verpleegster Micha Pika, die niet meer in Lytton woont. "Huizen bouwen met brand in het achterhoofd, dus met metalen daken, hennepbeton (een bouwmateriaal met kalk, water en hennep, red.) en sproeiers op het dak."
Sommige van die principes zijn intussen in bouwvoorschriften gegoten. Die verhogen misschien de factuur, maar er zit wel een logica achter. Voor de brand waren de meeste huizen in Lytton houten, koloniale woningen. De nieuwe huizen worden nu verplicht vuurvast gebouwd. Het zorgt ook voor jobs; Michells jongste zoon werkt bijvoorbeeld nu in die business.
Het houdt niet op bij de huizen. De bossen rondom staan vol extreem brandbare naaldbomen. Ook die moeten gemanaged worden. Tot enkele generaties geleden gebeurde dat ook volgens oude technieken van de First Nations, bijvoorbeeld door gericht te maaien, te kappen en af te branden. Die technieken worden nu opnieuw afgestoft.
Volgens Michell moet het nog groter. Wanneer we hem midden in de winter spreken via een videoverbinding, wijst hij naar buiten. "Achter me schijnt de zon. De hemel is helder en het gras begint al te groeien. Fantastisch, zeggen de mensen. Maar it's bad. Want als het niet meer sneeuwt in de winter, waar moet ons water in de zomer dan vandaan komen?"
Investeer daarom in strategische noodcentra over heel Canada met waterkranen, voedsel en onderdak dat bestand is tegen extreem weer, stelt hij voor. "Want de realiteit is dat het niet beter wordt, maar erger. We zullen nog meer evacuaties en nog meer ontheemding krijgen."
Huis voor de kleinkinderen
Burgemeester O'Connor blijft intussen hardnekkig optimistisch. "Voor mij is dat misschien wel dé les: het leven gebeurt gewoon, je hebt er geen controle over. Plots kan alles anders zijn. Als je dan blijft focussen op het negatieve, dan overleef je het niet."
Voor Michell, die de voorbije jaren in campers en noodwoningen doorbracht, brengt deze zomer eindelijk mooie vooruitzichten. In september mag hij zijn nieuwe huis in het centrum van het dorp in.
"Dat is een gloednieuwe woning, gebouwd volgens de standaarden en de bouwkwaliteit van 2026. En het is intergenerationeel. Voor mijn kleinkinderen is het niet alleen het huis van oma en opa, maar het zal ook hun huis worden. Want deze keer moet het gemakkelijk 100 jaar meegaan."



