De federale regering gaat vanaf maandag op zoek naar een koper voor het aandeel van 20 procent in staatsbank Belfius dat de bank van de hand wil doen. Dat schrijft De Tijd en wordt bevestigd. Aan welke voorwaarden de verkoop en de investeerder zullen moeten voldoen, wordt maandag toegelicht.
Belfius is sinds de val van de Dexia-bank in 2011 voor 100 procent in handen van de Belgische overheid. Al minstens even lang gaan er stemmen op om (een deel) van Belfius te verkopen, of het bedrijf naar de beurs te brengen.
Dat ligt gevoelig: in 2018 stond een beursgang gepland, maar CD&V hield die uiteindelijk tegen omwille van het Arco-dossier. Tijdens de vorige legislatuur kwam een verkoop niet op tafel. Tot vorig jaar het idee opnieuw naar voren werd geschoven door de regering-De Wever.
"De internationale context is vandaag anders", zei minister van Begroting Vincent Van Peteghem (CD&V) toen. Niet opmerkelijk: het begrotingstekort weegt op de staatskas en om de zware defensie-uitgaven te compenseren, is extra geld meer dan welkom.
Zoektocht naar investeerder start maandag
De regering-De Wever startte vorig jaar een onderzoek naar een mogelijke gedeeltelijke verkoop van de staatsbank. Wat in december 2025 uitmondde in de beslissing dat "de staatsbank Belfius de volgende stap mag zetten in de voorbereiding van de verkoop van maximaal 20 procent van de aandelen".
Vanaf maandag gaat de regering dus op zoek naar een investeerder voor die 20 procent. Dat gebeurt via de Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (SFPIM), een overheidsorgaan dat de aandelen en belangen van de federale overheid in grote strategische ondernemingen beheert en erin investeert. Denk aan Bpost, Proximus en de Nationale Loterij.
De verkoop van 20 procent van de aandelen moet de federale overheid tot wel 2 miljard euro opleveren. Dat klinkt goed, maar betekent evenwel dat ze voortaan ook een kleiner zal opstrijken, omdat ze niet meer alle aandelen in haar portefeuille heeft.
Ter vergelijking: in 2024 was dat dividend dat de regering kreeg zo'n 440 miljoen. Geen onbelangrijk bedrag.
Van Dexia naar Belfius
De voorloper van Belfius, Dexia Bank België, was jarenlang een poot binnen de overkoepelende Dexia Groep. Dat was en is nog steeds een Belgisch-Franse financiële instelling die in 1996 is ontstaan uit een fusie van het Gemeentekrediet in ons land en het Crédit local de France.
In de nasleep van de kredietcrisis in 2008 raakte de Dexia Groep in de problemen. Na enkele negatieve berichten ontluikte begin oktober 2011 een heuse 'run on the bank' waarbij klanten massaal hun geld dreigden af te halen.
Om dit doemscenario te vermijden, nam de toenmalige premier in lopende zaken Yves Leterme (CD&V) een drastisch besluit: op 10 oktober tilde de Belgische regering Dexia Bank België uit de Dexia Groep en vormde die tot een staatsbank om. De federale overheid betaalde hiervoor 4 miljard euro.
In een poging elke connectie met de naam Dexia weg te wassen, wijzigde de naam enkele maanden later naar Belfius. Sindsdien is de bank een zelfstandige instelling die net als het Gemeentekrediet van weleer kredieten verleent aan lokale besturen, maar ook particulieren financiële diensten levert en verzekeringen aanbiedt.


