Europa moet werk maken van een assertievere houding in de handelsrelatie met China. Dat lijkt een van de conclusies na de EU-top. Verder ging het ook over de rol van Europees Raadsvoorzitter António Costa bij mogelijke gesprekken met Rusland. En dan was er nog het debat over de Europese begroting. Dit moeten we onthouden van de Europese zomertop.
Rusland domineert plots EU-top: wordt president Costa de Europese onderhandelaar in gesprekken met Moskou?
Unanieme steun voor Oekraïne (en gedoe over Costa)
De top begon met een opsteker voor Oekraïne: gisteravond stemde de unaniem in met de conclusie om sancties tegen Rusland te verlengen met telkens een jaar in plaats van 6 maanden.
Nu de Hongaarse premier Péter Magyar de plaats heeft ingenomen van Viktor Orbán, kreeg president Zelensky opnieuw de steun van alle 27 lidstaten. Dat is voor het eerst sinds 2024. Of zoals een EU-functionaris het omschreef: "Er is een nieuw gevoel van eenheid op de Europese Raad over Oekraïne".
Dan verliep de discussie over de Europese vertegenwoordiging bij eventuele onderhandelingen met Rusland met meer wrevel. De afgelopen weken had António Costa, de voorzitter van de Europese Raad, medewerkers toenadering laten zoeken tot Moskou. Niet met de bedoeling om echt te onderhandelen, wel om kortstondig contact te leggen.
De Estse premier Kirsten Michal was daar niet mee opgezet. "De suggestie dat er alternatieve kanalen of diplomatieke achterdeurtjes nodig zijn, is misplaatst", vertelde hij aan nieuwssite Politico. Achter gesloten deuren zouden ook de Franse president Emmanuel Macron en de Duitse bondskanselier Friedrich Merz zich daar fel tegen hebben uitgesproken.
"Klopt niet", zei premier Bart De Wever na afloop. "Ik heb er binnenskamers niemand, op geen enkel moment, kritiek op horen geven. Niks."
De premier ziet dan ook geen graten in het feit dat Costa een lijn met Rusland wil openen. Toen de EU-president hem donderdagnacht kruiste tijdens een interview, zei De Wever dat de Europese Unie hem naar Moskou zou moeten sturen, omdat hij "de enige is die ons kan vertegenwoordigen".
Het gebeurde al lachend, maar het is volgens België wel de logica zelve dat als het tijdens vredesgesprekken over Europese bevoegdheden zou gaan, er ook een vertegenwoordiger van de Europese instellingen aan tafel zou zitten.
Gebikkel over bijna 2.000 miljard euro
Het begrotingsdebat leverde minder resultaat op. De cijfers zijn gekend: een budget van bijna 2.000 miljard euro, verspreid over de periode van 2028 tot 2034. Te veel geld, vindt België, want het zou betekenen dat de jaarlijkse bijdrage van ons land aan de EU zou stijgen met 3,4 miljard euro.
Budgettaire hardliners als Nederland en Duitsland toonden zich zoals verwacht eveneens voorstander van een kleinere begroting. Ook Oostenrijk zette de hakken in het zand. "Meer geld betekent niet automatisch een sterker Europa", klonk het resoluut bij bondskanselier Christian Stocker.
Zo duurt die discussie nog wel even voort, want ze staan daarmee lijnrecht tegenover een uitgebreide groep landen waarvoor het budget wel hoger mag liggen. Toch is de kans klein dat het die richting zal uitgaan. Het verzet van de zuinige landen weegt namelijk zwaarder door, omdat hun financiële bijdragen aan de EU hoger liggen dan die van de rest. Daaraan morrelen, ligt gevoelig.
Wie staat waar als het over het budget gaat?
De 'zuinige' landen: lidstaten die liever de vinger op de knip houden en pleiten voor een kleinere EU-begroting. Proberen zich de laatste tijd als 'moderniseerders' in de markt te zetten. Het gaat om onder meer Duitsland, Nederland, Oostenrijk, Finland en Zweden.
De 'vrienden van cohesie': lidstaten die landbouwsubsidies en de fondsen voor arme regio’s (ofwel cohesiefondsen) zoveel mogelijk willen beschermen. Het gaat onder meer om Spanje, Polen, Italië en Griekenland.
Lidstaten als België en Frankrijk leunen steeds meer richting de eerste groep, net als Ierland. De vallen eerder onder de tweede.
Die boodschap is duidelijk aangekomen. In de zoektocht naar een financieel compromis zullen nieuwe eigen inkomsten vanuit Europa (en dus niet rechtstreeks vanuit de lidstaten) "een belangrijk onderdeel" zijn, aldus een insider.
Welke middelen dat dan moeten zijn, staat allesbehalve vast. In een vorig voorstel suggereerde de Commissie een belasting op elektronisch afval of het inhouden van een deel van de inkomsten uit het emissiehandelssysteem.
Maar dat is dus niet voor meteen. Zoals verwacht is deze top vooral een opmaat voor de bijeenkomsten later dit jaar. Nog voor eind december wil EU-president Costa een financieel akkoord afkloppen met het oog op 2028.
De reden voor die haast? De Franse en Poolse verkiezingen. Een kanshebber als Jordan Bardella vaart met het Rassemblement National een uitgesproken eurosceptische koers in Frankrijk, die begrotingsgesprekken gegarandeerd zou bemoeilijken. Dat vermijden is voor de EU-president geen overbodige luxe.
Een mandaat voor China
Ook over een hardere aanpak in de handelsrelatie met China zal het de komende maanden blijven gaan. Terwijl Chinese import moeiteloos de weg vindt naar Europa, neemt Europese export naar China af. Dat wil de EU bijsturen, liever vroeg dan laat. "De consensus daarover groeit", aldus premier De Wever. "Maar we zijn niet op zoek naar een confrontatie. We zijn op zoek naar een gelijk speelveld."
Dan nog blijft het voor de EU dansen op een slappe koord. Hoe ga je de strijd aan met oneerlijke concurrentie, zonder tegenmaatregelen te riskeren die je eigen industrie de nek kunnen omwringen?
De Europese regeringsleiders hebben de Commissie een mandaat gegeven om te komen met nieuwe instrumenten die daarbij kunnen helpen. "Maar we hebben er eigenlijk al redelijk wat", stelde de premier. "De vraag is vooral hoe we beter, sneller en efficiënter kunnen inzetten wat we al hebben."
Het is afwachten hoe China naar die nieuwe houding kijkt. Normaal gezien weten we dat vlug: eind deze maand komt de Chinese handelsminister Wang Wentao naar Brussel om er te spreken met bevoegd eurocommissaris Maroš Šefčovič.

