Het Europees Parlement heeft soepelere regels goedgekeurd voor het gebruik van moderne genbewerkingstechnieken bij planten. Daarmee kan zeer gericht het DNA van planten aangepast worden, zodat ze bijvoorbeeld beter bestand zijn tegen droogte en ziektes. "Deze beslissing komt niets te vroeg", zeggen experten van de KU Leuven.
Samenvatting:
Met moderne genbewerkingstechnieken (NGT's) kan het DNA van gewassen worden aangepast, zodat ze bijvoorbeeld beter groeien, meer voedingsstoffen bevatten of beter bestand zijn tegen droogte en ziektes.
De soepelere regels gelden enkel voor planten die beperkt genetisch zijn aangepast., vergelijkbaar met mutaties die in de natuur voorkomen of via klassieke veredeling.
Experten reageren positief en zijn verheugd dat Europa nu een inhaalbeweging kan maken op landen die al langer planten genetisch aanpassen met moderne technieken.
De nieuwe regels gelden niet voor biologische landbouw en het zal nog minstens twee jaar duren voor de eerste volgens deze regels ontwikkelde planten op de Europese markt verschijnen.
Planten die beter tegen droog, warm of heel nat weer kunnen, of appels die niet meer bruin worden als ze vallen. Het zijn voorbeelden van gewassen die binnenkort sneller kunnen worden ontwikkeld.
Europa versoepelt de regels rond nieuwe genomische technieken, NGT's. Dat zijn moderne genbewerkingstechnieken om zeer gericht wijzigingen aan te brengen in het DNA van planten, zonder dat er vreemd genetisch materiaal wordt ingebracht.
"De bestaande procedures voor genetisch gewijzigde organismen (ggo's) zijn zeer complex", zegt Mathias De Mesmaeker, die het dossier al jaren volgt voor de FOD Volksgezondheid.
"Een genetisch gewijzigde plant op de markt brengen in Europa kan daardoor 2 tot 3 jaar duren. De procedure doorlopen kost al gauw enkele miljoenen. Met de nieuwe regels zal dat veel sneller en eenvoudiger kunnen gaan."
"Er wordt wel eens gezegd dat Europa het museum van de landbouw is. Dit wetgevend initiatief kan je zien als een inhaalmanoeuvre: het zorgt ervoor dat Europa zijn markten kan openstellen voor innovatieve NGT-planten."
Niet voor alle planten
De soepelere regels gelden niet voor alle planten die met nieuwe genetische technieken zijn aangepast. Europa maakt voortaan een onderscheid tussen 2 categorieën: NGT-1 en NGT-2. De eerste categorie is bestemd voor planten met een beperkt aantal en type genetische aanpassingen.
"Het gaat om planten met eenvoudige mutaties, die in de natuur spontaan kunnen ontstaan, of via klassieke veredeling", zegt De Mesmaeker. "Planten in die categorie worden voortaan als klassieke planten behandeld. Ze moeten bijvoorbeeld niet worden gelabeld als planten die genetisch zijn aangepast."
"In de 2e categorie vallen planten die meer of ingrijpendere genetische aanpassingen hebben ondergaan. Voor die planten blijven de bestaande strenge ggo-regels van toepassing. Planten die bestand zijn tegen onkruidverdelgingsmiddelen of insectendodende stoffen kunnen produceren, vallen sowieso altijd in categorie 2."
Er wordt dus gekeken naar hoe een plant er uiteindelijk in genetisch opzicht uitziet, in plaats van naar de manier waarop die is ontstaan.
Voor de biologische landbouw blijft het gebruik van NGT's verboden. Zaden van gewassen die tot de categorie NGT-1 behoren, zullen ook verplicht moeten vermelden dat er een moderne genbewerkingstechniek is gebruikt, zodat landbouwers een bewuste keuze kunnen maken.
Controverse
Het dossier rond het gebruik van NGT's in Europa is controversieel en sleept al jaren aan. Tegenstanders vrezen dat er nog te weinig bekend is over langetermijneffecten op mens, dier en milieu. En dat grote multinationals patenten gaan nemen op verbeterde gewassoorten.
"De EU komt hieraan tegemoet door transparantiemaatregelen in te voeren", zegt De Mesmaeker. Zo kan er geen patent worden genomen op eigenschappen of DNA-sequenties die in de natuur voorkomen of met biologische middelen worden geproduceerd.
"Op die manier wil Europa ervoor zorgen dat de verbeterde gewassen toegankelijk en betaalbaar blijven voor landbouwers."
Europa loopt achter
Het Vlaams Instituut voor Biotechnologie (VIB) is in elk geval "verheugd" over de nieuwe regels. "Dit is een belangrijke mijlpaal voor innovatie in de landbouw en de plantwetenschap in Europa", zegt directeur Jérôme Van Biervliet.
"Dit bevestigt dat Europa kiest voor een toekomst waarin wetenschap en innovatie effectief zullen bijdragen aan duurzaamheid en voedselzekerheid." Het VIB werkte jarenlang actief mee aan het tot stand komen van de nieuwe Europese regels.
Ook experten van de KU Leuven vinden dat de beslissing van Europa "geen moment te vroeg" komt. "De terughoudendheid in Europa heeft ervoor gezorgd dat Europa zijn voorsprong in plantenbiotechnologie deels is kwijtgeraakt", zeggen plantenwetenschappers Maarten Houben, Devang Mehta en Hervé Vanderschuren in een gezamenlijke, schriftelijke reactie.
"Terwijl Europa nog aan het discussiëren was, hebben landen als de VS, Japan, Brazilië en China hun regelgeving al aangepast. Zij zetten genbewerkingstechnieken intussen actief in."
Volgens Mathias De Mesmaeker moeten de nieuwe regels nu nog vertaald worden naar de praktijk. "Het zal nog zeker 2 jaar duren voor we in Europa gewijzigde planten op de markt en op ons bord zullen zien die volgens de nieuwe regels tot stand zijn gekomen."



