Twee verdachten die de wapens zouden hebben geleverd waarmee Abdessalem Lassoued in november 2023 enkele Zweedse voetbalsupporters doodschoot in Brussel, moeten zich verantwoorden voor het hof van assisen. Dat bevestigt het federaal parket, na berichtgeving van Sudpresse. Drie andere verdachten krijgen een correctioneel proces.
Vermoedelijke leveranciers van moordwapens komen voor assisen in nasleep van terreuraanslag op Zweedse voetbalsupporters
De aanslag vond plaats op 16 oktober 2023, kort voor de voetbalinterland tussen België en Zweden. Lassoued opende het vuur op drie Zweedse supporters en een taxichauffeur in het centrum van Brussel. Kent Persson (71) en Patrick Lundström (60) overleefden de aanslag niet. Een derde supporter raakte zwaargewond. De dag na de aanslag schoot de politie Lassoued dood in Schaarbeek. Terreurorganisatie Islamitische Staat (IS) eiste de aanslag enkele dagen later op.
Twee beschuldigden, verschillende aanklachten
In het onderzoek van het federaal parket werden meerdere verdachten geïdentificeerd. In Nederland en Spanje pakte de politie twee mensen op die ervan verdacht worden het moordwapen te hebben geleverd. De Kamer van Inbeschuldigingstelling (KI) verwees beide mannen eind april door naar het Brusselse hof van assisen.
"De aanklachten tegen beide mannen verschillen", zegt het federaal parket. "De ene wordt verwezen voor moorden en pogingen tot moord gepleegd in een terroristische context, evenals voor deelname aan de activiteiten van een terroristische groepering. De tweede beschuldigde wordt verwezen voor moorden en pogingen tot moord gepleegd in een terroristische context."
Drie anderen voor correctionele rechtbank
Drie andere verdachten verschijnen niet voor het hof van assisen. Volgens de KI zijn er onvoldoende aanwijzingen om hen te vervolgen voor terrorisme. Ze moeten zich wel verantwoorden voor het bezit en de poging tot verkoop van alarmpistolen die waren omgebouwd tot semiautomatische vuurwapens.
Politieke en gerechtelijke nasleep
De aanslag veroorzaakte ook politieke ophef. Lassoued had zich op het moment van de feiten niet in België mogen bevinden. Tunesië had in de zomer van 2022 om zijn uitlevering gevraagd, maar het dossier bleef liggen bij een magistraat van het Brusselse parket. Toenmalig justitieminister Vincent Van Quickenborne (Open Vld) noemde dat "een grote fout" en nam uiteindelijk ontslag.
De Hoge Raad voor de Justitie wees nadien op meerdere interne tekortkomingen, een gebrekkige controlecultuur en een chronische werkoverbelasting bij het parket van Brussel.

