Tongen worden minder groot naarmate de oceanen opwarmen. Ze groeien ook sneller en paaien op jongere leeftijd. Dat blijkt uit nieuw doctoraatsonderzoek waarover het Instituut voor Landbouw-, Visserij- en Voedingsonderzoek (ILVO) bericht. Tong is een van de belangrijkste vissoorten voor de Belgische vissersvloot.
Tong wordt kleiner door de opwarmende oceaan: "Vis past zich razendsnel aan"
In het kort:
Tongen worden kleiner naarmate de oceanen verder opwarmen door de klimaatverandering.
Ze groeien sneller als ze jong zijn maar trager op latere leeftijd, en paaien op jongere leeftijd.
Dat blijkt uit doctoraatsonderzoek aan het ILVO, UGent en de universiteit van Wageningen bij honderden tongen over verschillende tientallen jaren.
Tong is een van de belangrijkste vissoorten voor de Belgische visserijvloot.
"In internationale data over visbestanden hadden we gezien dat het gemiddelde gewicht van grotere tongen daalde", vertelt mede-onderzoeker Jochen Depestele (ILVO) aan VRT NWS. "Je stelt je dan automatisch de vraag: wordt tong kleiner? Daarop hebben we het doctoraatsonderzoek opgestart."
Doctoraatsonderzoeker Tuan Anh Bui bestudeerde de individuele groeipatronen van tongpopulaties (Solea solea) over een periode van ruim 60 jaar (1958-2019) in de Noordzee, de Ierse Golf en de Golf van Biskaje.
Voor deze gebieden bestaan er uitgebreide langetermijngegevens, onder meer over de watertemperatuur en otolieten van tong. Otolieten zijn kleine gehoorsteentjes in het binnenoor van vissen die net als een boomstam jaarlijks nieuwe groeilagen vormen. Door de afstand tussen de jaarringen te meten, kunnen wetenschappers de jaarlijkse groei van de vissen bepalen.
Groei veranderde in de 3 onderzochte zeeën
Tijdens zijn doctoraatsonderzoek aan ILVO, UGent en de universiteit van Wageningen verzamelde Bui 2.154 tongotolieten. De data geven inzicht in de leeftijdssamenstelling en -evolutie van de visbestanden. Het blijkt dat de groei van tong tussen 1970 en 2020 effectief veranderde, en dat in de 3 onderzochte zeeën.
Bij jonge tongen versnelt de groei, bij oudere tongen vertraagt de groei net. De grootste verandering gebeurde bij de jonge tongen: eenjarige tongen zijn 14 procent groter als de zeetemperatuur 1 graad stijgt. Een tong die op 1 jaar 8 centimeter meet bij 10 graden Celsius, meet ruim 9 centimeter bij 11 graden. Aan de andere kant groeien 5 jaar oude tongen 5 procent trager.
Tong?
Tong is een gevlekte platvis die relatief ondiep water met een zand- of modderbodem verkiest. De vis komt voor in de kustwateren van de oostelijke Atlantische Oceaan, van het zuiden van Noorwegen tot het noorden van Afrika.
Overdag houdt hij zich schuil in het zand om zich te beschermen tegen roofdieren. 's Nachts gaat hij zelf op jacht. Dankzij een soort ‘baardje’ kan hij bewegende prooien onder het zand detecteren.
Uit otolieten kun je niet aflezen hoe groot een vis maximaal geworden zou zijn, en op welke leeftijd hij voor het eerst zou hebben gepaaid.
"Om toch het temperatuureffect hierop te kunnen onderzoeken, gebruikte Bui een wiskundig model. Enkel in de Noordzee, waar het zeewater het meest opwarmde (+0,9 graden tussen 1970 en 2020, tegenover +0,5 graden in de Ierse Zee en +0,4 graden in de Golf van Biskaje) gaf dit model een significant effect aan", meldt ILVO.
De grootste tongen bleken gemiddeld 5,5 procent kleiner per graad warmer zeewater
Onderzoeker Tuan Anh Bui
Tussen de generaties van 1975 tot 2012 zag Bui de gesimuleerde maximale grootte verkleinen, en de gesimuleerde paaileeftijd verjongen. Per graad dat het zeewater warmer werd, bleken de grootste tongen gemiddeld 5,5 procent kleiner te blijven en 5,5 procent sneller te paaien.
"Kijken we als voorbeeld naar de generaties tongen uit 1980 en 2000, dan zien we dat de gemiddelde zeetemperatuur tijdens hun levensduur steeg van 9,1 naar 10,2 graden terwijl de tongen volgens het model gemiddeld 40 millimeter kleiner bleven en 3 maanden vroeger paaiden."
Waarom kleiner in warmer water?
Dat tong kleiner wordt door het opwarmende zeewater, kan tegenstrijdig aanvoelen. Maar de tong is een koudbloedig dier, en bij hogere omgevingstemperaturen versnellen koudbloedige dieren hun groei en geslachtsrijpheid, terwijl ze minder groot worden.
Tenminste, dat is zo volgens de TSR-regel (temperature-size rule of temperatuur-grootteregel), waarvan de precieze biologische mechanismen nog niet gekend zijn.
"Eigenlijk is het niet zo onlogisch. We weten dat vissen in warme tropische wateren doorgaans kleiner zijn, en vissen in koelere wateren doorgaans groter", vertelt Depestele.
Ook voor zoogdieren geldt het. "Hoe groter het volume van een dier en hoe minder huidoppervlakte (in verhouding), hoe makkelijker het zich warm kan houden. Vissen zijn dus koudbloedig, maar we zien daar hetzelfde effect."
Internationale data laten er geen twijfel over bestaan: tong wordt kleiner. Schattingen van het bestand tonen dat bijvoorbeeld een 6-jarige tong in 1980 gemiddeld 472 gram woog, maar in 2024 nog maar 306 gram.
Mogelijk speelden ook andere factoren mee
De visserijdata van de ICES (International Council for the Exploration of the Seas) bevestigen de trend naar kleinere tongen. In alle leeftijdsklassen neemt het gewicht af sinds de jaren 80, maar oudere vissen vertonen de sterkste daling.
"Mogelijk zijn de klimaateffecten versterkt door de historisch hoge visserijdruk. Door decennialang vooral de snelst groeiende en grootste exemplaren weg te vangen, kan visserij mee een selectie richting kleinere tongen hebben veroorzaakt", vertelt Jochen Depestele.
Vlaggendrager van de Belgische vloot
Tong is de belangrijkste en meest waardevolle soort voor de Belgische vloot. De aanvoerwaarde liep in 2025 op tot 35,7 miljoen euro, een stijging met 5,6 procent tegenover een jaar eerder. Ook het aanvoervolume steeg verder, tot 2.000 ton, rekende ILVO uit. Enkel inktvis doet beter met ruim 3.500 ton. Schol staat op 3 met ruim 1.500 ton.
Deze inzichten kunnen helpen om visserijadvies beter af te stemmen op een veranderend klimaat
Jochen Depestele, ILVO
"Tong past zich razendsnel aan aan een warmere zee. Concreet zullen vissers nu een hoger aantal tongen moeten vangen voor eenzelfde opbrengst, maar er zullen ook minder moederdieren aanwezig zijn om sterke nieuwe generaties voort te brengen. Deze inzichten kunnen helpen om het visserijadvies beter af te stemmen op het veranderende klimaat", aldus Depestele.


