Een hoogoplopende discussie tussen Duitsland en Polen over 6,6 miljard euro aan Europees geld beroert de gemoederen in de Europese Unie. Het bedrag stond een tijdlang geblokkeerd op een Brusselse bankrekening door een Hongaars veto, maar komt nu vrij. Over wat er precies mee moet gebeuren, is veel onenigheid. Volgens Duitsland moet het integraal naar Oekraïne gaan, Polen vindt dat het geld voor hen bestemd is.
"Dit is ons geld": discussie tussen Polen en Duitsland over Europees defensiegeld loopt hoog op
Samenvatting:
De EU-lidstaten ruziën over 6,6 miljard euro uit het Europees Vredesfonds: het geld kwam vrij nadat Hongarije zijn veto ophief, maar Duitsland en Polen zijn het niet eens over de bestemming ervan.
Polen eist dat het geld wordt gebruikt waarvoor het oorspronkelijk bedoeld was: het terugbetalen van landen die in het begin van de oorlog hun eigen wapens aan Oekraïne gaven. Duitsland wil het geld integraal inzetten voor nieuwe wapens en trainingen voor Oekraïne.
Een compromisvoorstel van EU-buitenlandchef Kaja Kallas – waarbij landen slechts 10 procent terugkrijgen – werd door Polen resoluut afgewezen. "Brussel probeert de spelregels tijdens het spel te veranderen", zei de Poolse staatssecretaris van Defensie Cezary Tomczyk.
De 6,6 miljard euro waar het om gaat, is afkomstig uit het Europees Vredesfonds (EPF). Het werd door EU-lidstaten opgericht om militaire steun wereldwijd te financieren, maar sinds 2022 wordt het vrijwel volledig gebruikt om wapenleveringen aan Oekraïne te ondersteunen.
Door een veto van de Hongaarse ex-premier Viktor Orbán kon gedurende lange tijd de vrijgave van het geld geblokkeerd worden. Dat komt omdat beslissingen over uitkeringen uit dit fonds van de EU-lidstaten vereisten. Hongarije gebruikte dus zijn vetorecht om de uitbetalingen tegen te houden. Onder de nieuwe premier Péter Magyar werd dat veto echter opgeheven.
Discussie over defensiefonds
Nu het geld opnieuw vrijkomt, is het niet helemaal duidelijk wat ermee moet gebeuren en is er een felle discussie losgebarsten over hoe dat moet gebeuren. Vooral Duitsland en Polen kruisen daarover de degens.
Warschau eist dat het geld wordt gebruikt waar het oorspronkelijk voor was bedoeld: het compenseren van lidstaten die in de eerste fasen van de oorlog hun eigen wapenvoorraden hebben leeggetrokken voor Oekraïne. Polen claimt nog zo'n 450 miljoen euro tegoed te hebben.
Wat heeft de Europese Unie beloofd?
De kern van het Europese Vredesfonds was vrij simpel: EU-landen leverden wapens, munitie en ander militair materieel aan Oekraïne. Die landen konden vervolgens een deel van de kosten (40 procent) terugkrijgen uit het European Peace Facility (EPF)-fonds. Het geld uit het EPF ging dus meestal niet rechtstreeks naar Oekraïne, maar naar de lidstaten die materieel hadden geleverd.
Landen hebben tot nu toe tot wel 43 miljard euro toegekend aan het fonds. In totaal zou de EU dus ongeveer 13,5 miljard euro aan de lidstaten moeten teruggeven, maar op dit moment is daar te weinig budget voor.
Duitsland vindt dat het vrijgekomen geld niet naar EU-landen moet gaan, maar wel integraal naar nieuwe wapenaankopen en trainingen van Oekraïne. Duitsland redeneert dat het EPF een solidariteitsmechanisme is voor de crisis van nú. Diplomaten wijzen er bovendien fijntjes op dat Duitsland zelf dit jaar al miljarden aan Oekraïne uitgeeft en dat "het terugbetalen van een paar honderd miljoen aan rijke lidstaten de oorlog niet gaat winnen".
Duitsland draagt procentueel het meest bij aan het EPF-fonds.
Compromis van tafel geveegd
Doordat de EU het beloofde geld dus niet terug kan (of wil) betalen, stelde de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken, Kaja Kallas, een compromis voor: een gedeeltelijke vergoeding van 10 procent, maar ook extra investeringen in trainingsmissies en gezamenlijke wapenaankopen voor Oekraïne.
Europa verandert de spelregels tijdens het spel. Dit is ons geld.
Poolse staatssecretaris van Defensie Cezary Tomczyk veegt het voorstel tot compromis van tafel
Een plan dat gisteren resoluut van tafel werd geveegd door de Poolse staatssecretaris van Defensie, Cezary Tomczyk. Dat zei hij in een interview met de Poolse radiozender RMF FM .
"Brussel probeert de spelregels tijdens het spel te veranderen", zegt hij. "Dit is ons geld. In de praktijk betekent minder van dat geld ook minder middelen voor het leger."
Europese verdeeldheid
Ook onder de andere EU-landen leidt de hele kwestie tot verdeeldheid. Slowakije kiest de kant van Polen. Net als Polen heeft het land destijds zijn defensiebudgetten opgesteld met de verwachting dat Brussel een deel van het geld zou terugstorten. Ze weigeren akkoord te gaan met een constructie waarbij ze achteraf minder geld krijgen, omdat de regels achteraf worden aangepast.
De Scandinavische landen, zoals Zweden, Denemarken en Finland, steunen het harde standpunt van Duitsland. Voor deze landen - die zelf ook grote directe bijdragen aan Oekraïne leveren - is Europese solidariteit op dit moment synoniem aan directe operationele steun aan Kiev, niet aan interne Europese boekhouding.
Frankrijk neemt een ietwat pragmatische, maar strategische tussenpositie in. Parijs staat op zich niet onwelwillend tegenover het idee om het geld te gebruiken voor nieuwe wapenaankopen in plaats van puur voor terugbetalingen.
Het land stelt hier echter een harde voorwaarde aan: als die miljarden worden gebruikt voor gezamenlijke inkoop van wapens voor Oekraïne, moet dat geld verplicht worden uitgegeven bij Europese defensiebedrijven.
Het meest ironische aan de huidige situatie is de rol van Hongarije. Onder de nieuwe premier Péter Magyar heeft Boedapest het veto opgeheven om de relaties met Brussel te normaliseren (wat Hongarije op zijn beurt weer miljarden aan bevroren EU-subsidies oplevert). Nu Hongarije niet langer een stok in de wielen steekt, kijkt het land vanaf de zijlijn toe hoe de andere 26 lidstaten het onderling uitvechten.



