De Belgische staat moet maatregelen nemen zodat een Belgische vrouw en haar 10-jarige dochter kunnen terugkeren uit het Syrische kamp Al-Roj. Dat heeft het hof van beroep in Brussel geoordeeld. De staat krijgt 1 maand om de nodige stappen te zetten, anders volgt een dwangsom van 2.500 euro per dag vertraging, met een maximum van 50.000 euro.
Belgische staat moet Belgische vrouw en haar dochter terughalen uit Syrisch kamp, oordeelt rechter
Het hof baseert zich op het principe van het absolute verbod op ballingschap van eigen onderdanen, zoals uitgelegd door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Dat principe verplicht een staat om maatregelen te nemen zodat zijn onderdanen het land kunnen binnenkomen.
Het hof maakt een onderscheid tussen 2 vragen. Enerzijds oordeelt het dat de weigering van de Belgische staat om een missie naar Syrië te organiseren niet willekeurig is. Een staat heeft immers een zekere vrijheid in de keuze van de maatregelen die hij neemt.
Anderzijds stelt het hof vast dat België het verbod op ballingschap wel degelijk heeft geschonden. De staat heeft nagelaten de nodige stappen te zetten om de vrouw en haar dochter in staat te stellen de grenzen over te steken en naar België te reizen. Alleen de Belgische staat kan die stappen zetten.
Dwangsom gaat naar dochter
Het hof verplicht de Belgische staat om binnen de maand na de betekening van het arrest de gepaste procedures op te starten. Zo moeten moeder en dochter de grenzen kunnen oversteken om naar België te reizen.
Als de staat die termijn niet haalt, loopt hij een dwangsom op van 2.500 euro per dag, met een maximum van 50.000 euro. Dat bedrag gaat uitsluitend naar een bankrekening op naam van de minderjarige dochter, die geblokkeerd blijft tot ze meerderjarig is. De moeder mag het geld in geen geval ontvangen, noch voor noch na de meerderjarigheid van haar dochter.
Buitenlandse Zaken bestudeert vonnis
Aanvankelijk stelde de Belgische staat dat het organiseren van een repatriëring onmogelijk was door de veiligheidssituatie in Syrië en het ontbreken van diplomatieke vertegenwoordigers.
Buitenlandse Zaken laat nu weten dat ze "kennis nemen van het vonnis dat tot doel heeft de nodige procedures in gang te zetten om de verzoekster en haar minderjarige dochter in staat te stellen de grenzen over te steken om naar België te komen. We bestuderen het vonnis momenteel samen met onze raadslieden."

