Met ongeveer 1.565 oorlogsdagen duurt de oorlog in Oekraïne nu even lang als de Eerste Wereldoorlog. Toch gerekend vanaf de grootschalige invasie in februari 2022. De Eerste Wereldoorlog liep van 28 juli 1914 tot 11 november 1918. Hoe komt het dat conflicten en oorlogen vandaag blijven aanslepen, terwijl vroeger na enkele jaren — ondanks de miljoenen slachtoffers — wél een einde aan de oorlog kon worden gemaakt? Wat is vandaag anders?
Oorlog in Oekraïne duurt al even lang als WO I: waarom is vrede nog steeds niet in zicht?
Disclaimer: oorlogen vergelijken is altijd riskant, zeker wanneer die zich in andere eeuwen afspelen. Neem nu het aantal slachtoffers: op 4 jaar tijd sneuvelden in de Eerste Wereldoorlog (WO I) zo’n 9 miljoen militairen en miljoenen burgers, onder meer door hongersnood en ziekten. Het conflict in Oekraïne is van een geheel andere orde: tot nu toe vielen naar schatting honderdduizenden doden en meer dan een miljoen gewonden aan beide kanten.
Ook het aantal partijen verschilt fundamenteel: bij het conflict in Oekraïne zijn alleen Rusland en Oekraïne formeel met elkaar in oorlog. Tijdens WO I namen de Geallieerden (Frankrijk, Verenigd Koninkrijk, Verenigde Staten, België en Rusland) het op tegen de Centrale Mogendheden (Duitsland, Oostenrijk-Hongarije, het Ottomaanse Rijk en Bulgarije).
Wisselende doelstellingen van de oorlog in Oekraïne
De Russische president Poetin wilde Oekraïne aanvankelijk overwinnen in een korte ‘3-dagen-oorlog’. Het doel was het installeren van een nieuw pro-Russisch regime in Kiev. Nadat dat schromelijk mislukte, verlegde Rusland de doelstelling, toch tijdelijk, naar de militaire verovering van enkele Oekraïense provincies in het oosten, de zogenaamde Donbas.
Vroeger was het doel van oorlogen vaak duidelijke territoriumwinst of het herstel van een machtsevenwicht. Oorlogen worden vandaag steeds vaker gevoerd met als doel regimeverandering (Oekraïne, Irak, Libië…) of ideologische controle. En dat is lastig te behalen op het slagveld.
Oorlogen worden vandaag niet meer gewonnen (en niet meer verloren)
Bij gebrek aan een duidelijke, haalbare doelstelling zijn er vandaag ook haast geen klassieke militaire overwinningen meer. Sinds de eeuwwisseling eindigen oorlogen zelden nog met een beslissende overwinning op het slagveld waarbij één partij capituleert.
In plaats daarvan worden het uitputtingsslagen (zoals in Oekraïne) en/of een asymmetrische oorlogsvoering (Iran). Omdat een totale overwinning onmogelijk lijkt, blijft de situatie vaak bevroren in een bloedige patstelling. In die zin wordt oorlog vandaag grotendeels een strijd tussen 2 elkaar beconcurrerende oorlogseconomieën.
In de 19e en vroege 20e eeuw tekenden koningen en regeringsleiders formele vredesverdragen (zoals het Congres van Wenen). Vandaag raken partijen niet verder dan wankele bestanden of chronische instabiliteit. Landen met kernwapens (Rusland) drijven tot de totale capitulatie is ook riskant, omdat net dan de drempel om kernwapens in te zetten erg laag wordt.
Het glazen slagveld
In de 20e eeuw werden oorlogen vaak gekenmerkt door een enorme technische asymmetrie: een superieure macht overrompelde een zwakkere tegenstander. Verrassing was het ultieme wapen. Wie een nieuw wapen ontwikkelde (tanks, radar, atoomwapens) kon dat voordeel tijdelijk uitbuiten tot een overwinning.
Vandaag, ook in Oekraïne, is het slagveld door duizenden goedkope drones, spionagesatellieten (zoals Starlink), elektronische oorlogsvoering en realtime-inlichtingen volledig transparant geworden. Elke opmars van voertuigen of infanterie wordt vrijwel live waargenomen. Verrassing is quasi onmogelijk.
Door de democratisering van precisiewapens zoals langeafstandsdrones is de defensieve kracht ‘gedemocratiseerd’. Het militaire nut van peperdure, geavanceerde wapensystemen zoals tanks en gevechtsvliegtuigen is deels uitgehold. Vooral Oekraïne haalt voordeel uit deze goedkopere, innovatieve systemen, hoewel Rusland zich aanpast met nieuwe tactieken zoals fiberoptische drones en intensieve elektronische jamming.
Oorlogen worden aangejaagd door corruptie en criminelen
In vergelijking met de vorige eeuw is de handel en economie veel internationaler geworden. Daardoor worden vaker economische sancties en handelsblokkades ingezet. In langdurige moderne oorlogen bloeit echter snel een zeer lucratieve illegale handel in wapens, drugs en sanctie-ontwijkende goederen via China, India en andere landen. Krijgsheren, aan de staat gelieerde groepen (zoals de Iraanse Revolutionaire Garde of Russische privémilities) en corrupte elites maken een verdienmodel van de chaos. Voor hen betekent vrede vooral verlies van inkomsten en macht. Rusland heeft bovendien een oorlogseconomie opgebouwd met hoge soldij voor contractanten, wat de demografische druk op jonge rekruten deels compenseert maar op lange termijn onhoudbaar dreigt te worden.
Bondgenoten-oorlog
Pure conflicten tussen 2 landen of strikt interne burgeroorlogen zijn vandaag zeldzaam geworden. Conflicten internationaliseren. De oorlog in Oekraïne is onrechtstreeks een confrontatie tussen Oekraïne met westerse bondgenoten enerzijds, en Rusland met zijn ‘stille bondgenoten’ (Noord-Korea, Iran, Wit-Rusland) anderzijds. Oekraïne krijgt massale financiële en militaire hulp uit het Westen, Rusland krijgt wapens, munitie en manschappen van zijn partners.
In de 19e eeuw werden oorlogen nog gevoerd door strikt gecentraliseerde staten met formele legers. Vandaag pompen externe bondgenoten nieuwe middelen in de strijd wanneer een partij dreigt uit te putten — zie ook Jemen, Libië of Soedan. Verschillende externe grootmachten houden zo hun proxy’s of bondgenoten kunstmatig in leven, waardoor oorlogen langer aanslepen.
Waarom geen vrede?
Een bijkomende reden voor het aanslepen van het conflict in Oekraïne is de diplomatieke patstelling. Beide kanten stellen maximale eisen: Rusland eist territoriale concessies en Oekraïense neutraliteit, terwijl Oekraïne een volledige Russische terugtrekking en internationale veiligheidsgaranties (bij voorkeur NAVO-lidmaatschap) verlangt.
Er is geen machtige, neutrale bemiddelaar die beide partijen kan dwingen tot compromissen. Ook de VS niet. Bovendien, gelukkig, dempt de dreiging van kernwapens een te snelle escalatie, maar maakt het tegelijk een echte onderhandelde vrede moeilijker. Het resultaat is een nieuw normaal in een multipolaire wereld: langdurige, uitputtende conflicten waarin technologie, economie en steun van bondgenoten het verschil maken, in plaats van klassieke veldslagen. De snelle overwinning van de Geallieerden tijdens WO I leverde dan wel een snelle, maar ook een voor Duitsland erg vernederende vrede op. In die zin bleek die snelle maar vernederende vrede de kiem voor WO II.


