Duitsland heeft verrassend naast een tijdelijke zetel in de VN-Veiligheidsraad gegrepen. Bij de stemronde in New York moest de Bondsrepubliek de duimen leggen voor Portugal en Oostenrijk. Minister van Buitenlandse Zaken Johann Wadephul wijst met de beschuldigende vinger naar Rusland, maar volgens de oppositie had de regering zich meer moeten uitspreken over buitenlandse conflicten.
Merz incasseert gevoelige klap op wereldtoneel: Duitsland verliest VN-zetel aan Portugal en Oostenrijk
Samenvatting:
Duitsland heeft verrassend geen tijdelijke zetel in de VN-Veiligheidsraad gehaald. Bij de stemming in New York behaalde Duitsland slechts 104 stemmen, terwijl Portugal (131) en Oostenrijk (134) de twee beschikbare West-Europese zetels veroverden.
Bondskanselier Friedrich Merz reageert teleurgesteld: "We hebben ons doel niet bereikt." De uitslag is een gevoelige klap voor zijn regering, die net had beloofd de Duitse invloed op het internationale toneel te vergroten.
Minister van Buitenlandse Zaken Wadephul wijt de nederlaag aan de Duitse steun aan Oekraïne en Israël. "We staan pal achter Oekraïne, en Rusland wil zo'n stem uiteraard niet in de Veiligheidsraad", aldus de minister. De oppositie vindt dan weer dat Duitsland zich te weinig heeft uitgesproken over conflicten zoals in Gaza en Iran.
De VN-Veiligheidsraad telt 5 permanente leden: Rusland, China, de Verenigde Staten, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Daarnaast kiest de Algemene Vergadering telkens 10 tijdelijke leden voor een termijn van 2 jaar.
5 van die huidige tijdelijke leden zijn Bahrein, Colombia, Congo, Letland en Liberia. Hun termijn loopt nog 1 jaar door. Voor de 5 overige plekken braken er nieuwe stemrondes aan. 2 van die vrije zitjes waren gereserveerd voor de groep West-Europa, Canada en Oceanië.
Duitsland voerde al een hele tijd campagne om een van die felbegeerde plaatsen in te nemen. Om die ambitie kracht bij te zetten, reisde minister van Buitenlandse Zaken Johann Wadephul de afgelopen dagen persoonlijk naar New York af.
We hebben ons doel niet bereikt
Duitse bondskanselier Friedrich Merz
Aan zo’n VN-kandidatuur gaat jaren werk vooraf, en in het verleden wierp dat voor Berlijn altijd vruchten af. Duitsland zetelde al 6 keer in de Veiligheidsraad - voor het laatst in 2020 - en slaagde er tot nog toe altijd in om de zetel ook effectief binnen te halen wanneer het zich kandidaat stelde.
Dat draait deze keer anders uit. Met amper 104 stemmen moest Duitsland zijn meerdere erkennen in Portugal (131 stemmen) en Oostenrijk (134 stemmen). Ook Zimbabwe, Kirgizië en Trinidad en Tobago wisten een felbegeerde plek te veroveren. Zij zetelen in 2027 en 2028 in de Veiligheidsraad.
Doel niet bereikt
"We hebben ons doel niet bereikt", reageert de Duitse bondskanselier Friedrich Merz. Hij feliciteert Portugal en Oostenrijk, maar benadrukt dat de uitslag "niets verandert aan de taken die ons bij de Verenigde Naties te wachten staan". Volgens Merz blijft Duitsland "een betrouwbare steunpilaar van het multilaterale systeem".
Toch komt de stemming hard aan voor de regering-Merz, aangezien de bondskanselier net had beloofd de Duitse impact op het internationale toneel te vergroten. Minister Wadephul windt er dan ook geen doekjes om en spreekt van een "grote teleurstelling".
Ook binnen de coalitie zien ze het als een pijnlijk voorval. "De sociaaldemocraten zeggen nu tegen Merz dat de regering zich toch duidelijk had moeten uitspreken tegen de schendingen van het volkenrecht van de afgelopen tijd, zoals de VS in Iran", weet correspondent Charlotte Waaijers.
De oppositiepartijen spreken van een beschamende nederlaag. Volgens hen heeft Duitsland door zijn huidige buitenlandse beleid veel krediet verspeeld. De linkse partij Die Linke vindt dat Berlijn zich veel duidelijker had moeten uitspreken over grote internationale conflicten zoals in Gaza, Venezuela en Iran.
De radicaalrechtse AfD ziet hoe dit voorval bevestigt dat de VN kan worden afgeschaft. "Zij denken nu: Duitsland geeft zoveel geld aan de VN en die miljarden leveren niets op. Tijd om dat af te schaffen. Er staan dus nog heel wat moeilijke discussies op de planning", gelooft Waaijers.
Oekraïne en Israël
Dat Duitsland zo'n bittere pil moet slikken, heeft mogelijk te maken met de expliciete Duitse steun aan Oekraïne en Israël. Dat vermoedt minister Wadephul althans.
"We staan pal achter Oekraïne, en Rusland wil zo'n stem uiteraard niet in de Veiligheidsraad", aldus de minister. Volgens hem is het "geen geheim" dat Moskou de sfeer tegen Duitsland heeft opgeklopt en actief tegen de Duitse kandidatuur heeft gelobbyd.
"Het feit dat Duitsland in het conflict in het Midden-Oosten altijd een bijzondere verantwoordelijkheid voor Israël moet dragen, heeft mogelijk ook stemmen gekost," besluit hij.
