'Babel', de nieuwste worp van de broers Mich en Raf Walschaerts, gaat vanavond in première in de Arenbergschouwburg in Antwerpen, zowat dé comedytempel in Vlaanderen. "Het is toch weer een klassieke Kommil Foo: wij 2, onze stemmen, viool, piano, gitaar", zegt Raf Walschaerts. "Met toch een paar visueel nieuwe dingen én we werken voor het eerst met een videowall."
'Babel' is klassieke Kommil Foo, op zoek naar het evenwicht tussen humor en ontroering
Samenvatting:
'Babel' van Kommil Foo gaat vanavond in première in de Arenbergschouwburg in Antwerpen.
De show is daarna nog zo'n 130 keer te zien in ruim een jaar tijd.
'Babel' gaat over liefde, dood en existentiële thema's. Voor het eerst werken de broers ook met een videowall.
"We weten waar we goed in zijn, maar ook waar we ons beter niet aan wagen", zegt Mich Walschaerts over hun aanpak na bijna 40 jaar samen op het podium.
Spreken met de 2 Kommil Foo-broers is een beetje als kijken naar een voorstelling van hen. Ze pikken op elkaar in, gaan akkoord, dan weer eens niet en haken zonder enige moeite weer in op elkaar.
"Als je al bijna 40 jaar samen op het podium staat, dan heb je geen geheimen meer voor elkaar, dan ken je elkaar door en door", zegt Raf Walschaerts.
"We hebben enorm veel zin in deze voorstelling. We hebben er 5 maanden keihard aan gewerkt. Van de eerste ideeën tot nu, met tussenin een 15-tal open voorstellingen voor 50 man publiek, in het Arca Theater in Gent. Daar speelden we met de laptop open, met telkens een nabespreking. En de dag erna begonnen we opnieuw, met vers in ons hoofd waarmee ze hadden gelachen en waarmee niet. En daarna hebben we echt try-outs gespeeld, waar langzaamaan meer klank en meer licht en meer scènewerk bij kwam."
Hollanders zijn guller met de lach, in Vlaanderen is het toch altijd iets meer werken
Mich Walschaerts
Zijn er nog zenuwen bij de heren? "Eigenlijk niet. We zijn al een maand aan het inspelen. Van de paasvakantie tot nu is het allemaal nog heel hard veranderd, maar als er nu nog iets wijzigt, gaat dat over enkele procenten. Je moet uiteindelijk toch goesting hebben om op het podium te gaan. En als je nog twijfelt over dit stuk of dat stuk, dat is niet goed. Eigenlijk moet je vanaf de première fluitend de bühne opwandelen."
"Nu, de première in Amsterdam (in de legendarische Kleine Komedie, red.) ging al goed, al is een Nederlands publiek toch altijd anders. Ze lachen sneller, soms kan een vinger bewegen al 6 mensen plat krijgen. Hollanders zijn guller met de lach, in Vlaanderen is het toch altijd iets meer werken. Al hebben wij natuurlijk een lief en trouw publiek en denken we dat het deze keer ook wel zal lukken. Het klopt eigenlijk al helemaal. Maar ja, meestal zeggen we toch maar rond voorstelling 100 dat dat de première had moeten zijn."
En 2 bulderlachende grote jongetjes vulden de backstage…
Zijsprongen
De broers Walschaerts hebben in al die jaren veel meer gedaan dan enkel Kommil Foo: er kwamen zijsprongetjes in het (kinder)theater, een samenwerking met Brussels Jazz Orchestra, verschijningen op Ketnet,…
"We hebben dat nodig", zegt Raf. "Omdat we dat plezant vinden en omdat dat adem geeft." Maar voor Mich is en blijft Kommil Foo de focus: "We weten intussen zo duidelijk waar we goed in zijn, maar ook, waar we ons beter niet aan wagen. Dus passen we dat toe."
Een trend: comedians die meespelen in het 'gewone' theater, zie Wim Helsen of William Boeva die volgend seizoen meespelen in een stuk van respectievelijk DE HOE en Olympique Dramatique.
"Dat zijn rollen in heel aparte stukken, die bijna op hun lijf geschreven zijn. Omdat dat 2 zulke oprechte en authentieke komieken zijn, met een heel eigen naturel. Ikzelf zie me niet echt in een klassiek theaterstuk meespelen. Ik heb het ooit gedaan, maar ik zoek toch altijd weer die lach op, ik kan niet anders", meent Mich.
Lachen is nodig voor ontroering
Raf Walschaerts
Heeft 'Babel' een missie? "Zeker niet in de eerste plaats dat de mensen goed lachen want ik weet eigenlijk niet of we ons als humoristen beschouwen. Jawel, ook. Maar de voorstelling is pas geslaagd als het publiek lacht op de momenten die bedoeld zijn om te lachen. Maar de lach staat altijd in contrast met emotie of ontroering. Dat lachen is nodig voor die ontroering en die ontroering is nodig voor dat lachen", zegt Raf.
"Ik wil toch dat ze goed lachen", vindt Mich. "Nog eens, voor mij moet het niet al te serieus zijn. Ik kan dat ook niet, zoals ik al zei. Maar ja, die ontroering is ook van groot belang, tuurlijk."
Buikgevoel
'Babel' wordt vandaag voor het publiek gegooid, er wachten zowat 130 voorstellingen op goed een jaar tijd.
"We hebben nooit iets opgenomen op video. Het is en blijft verschrikkelijk om jezelf op beeld te zien. We baseerden ons gewoon op de try-out ervoor en op de nabespreking, die soms even lang duurde als de voorstelling zelf. We speelden 2 à 3 keer per week, tussenin schaafden we bij", zegt Mich Walschaerts.
"En het is altijd opvallend hoe er van de eerste ideeën en de eerste probeersels toch nog zoveel overblijft in de uiteindelijke voorstelling. Effenaf."
Volgens Raf simpel te verklaren: "Dat is je eerste intuïtie, je buikgevoel dat je volgt en dat blijkbaar zo sterk is dat het uiteindelijk ook de voorstelling haalt. Vroeger werkten we veel meer op voorhand af en werkten we bij, nu komt het allemaal organischer, zullen we maar zeggen. Het is vaak zeer on spot en heel spontaan, maar er zit vaak wel meer maakproces in dan op het eerste gezicht lijkt."
Vroeger, toen Kommil Foo nog niet het instituut was dat het nu is, gingen de broers al eens naar een Grieks eiland om daar rond het zwembad ideeën te verzamelen en die uit te werken.
"Dat was vroeger, ja. Hoe gaat dat? Je krijgt kinderen en zo, dan moet het allemaal wat anders. Je moet vakanties vrijhouden, het is allemaal heel geregeld geworden. Nu beginnen we om 10 uur met koffie en we eindigen om 16 uur, het is bijna een bureaujob. Vroeger deden we 2 dingen: spelen en op café gaan", zegt Mich. "Ja, het is wel anders nu. Maar 6 uur per dag creatief zijn, dat is ook al genoeg, hoor", lacht Raf.
'Babel' is vooral een vehikel voor onze vaste thema's
Raf Walschaerts
'Babel' doet denken aan de toren van Babel. De spraakverwarring, de miscommunicatie, het onbegrip. Klopt dat? "Het is vooral een vehikel geweest om het toch weer over onze vaste thema’s te hebben: over de liefde, over de dood en over de existentiële dingen eigenlijk, en daar scènes en humor en ontroering op bouwen."
"Het is veel minder een bewust proces aan de schrijftafel, we werkten deze keer zeer intuïtief waardoor we op dit moment achterom kijken om te zien wat we nu eigenlijk weer gemaakt hebben. Het is toch weer een klassieke Kommil Foo: wij 2, onze stemmen, viool, piano, gitaar. Maar toch een paar visueel nieuwe dingen én we gebruiken voor het eerst met een videowall."
Ineke Nijssen
Regisseur van 'Babel' is Ineke Nijssen. Je zou denken dat Kommil Foo het na al die shows wel weet hoe je een voorstelling goed in elkaar steekt, maar toch werken ze met een regisseur.
"We zijn het toch niet altijd helemaal zeker. Maar Ineke is opgetrokken uit métier en is er bij elke try-out bij. Ze houdt ons een spiegel voor, denkt mee, wikt en weegt en zij voelt aan wanneer er iets niet helemaal goed zit of niet ideaal werkt. Zo is ze van onschatbare waarde."

