Bij opgravingen op het plein voor de Notre-Dame in Parijs zijn 17 eeuwen aan historische vondsten gedaan, waaronder botten, een munt met het gezicht van keizer Constantijn en middeleeuwse scherven met nog onontcijferde tekens. Dat schrijft persagentschap AP. Franse media noemen de werken "de opgravingen van de eeuw".
Munten, botten en mysterieuze tekens: opgravingen aan plein Notre-Dame brengen eeuwen geschiedenis van Parijs in beeld
Na de verwoestende brand van 2019 werd de Notre-Dame heropgebouwd en eind 2024 opnieuw geopend. Nu, 2 jaar later, wil Parijs het plein voor de kathedraal heraanleggen met meer groen en schaduw. Dat gebeurt trouwens onder leiding van de Belgische landschapsarchitect Bas Smets.
Maar dat kan niet zomaar. In een stad met zo'n lange geschiedenis mag de grond pas worden omgewoeld nadat archeologen hebben onderzocht wat eronder ligt, om te voorkomen dat waardevol erfgoed beschadigd raakt. Daarom is een deel van het Place du Parvis-Notre-Dame omgevormd tot een afgebakende onderzoekszone.
Franse media noemen het al de "opgraving van de eeuw". Volgens Lucie Altenburg, bij de Parijse archeologische dienst, bieden de werken "een zeldzame kans om iets te onderzoeken dat echt een verschil maakt voor de geschiedenis van Parijs".
Onder de honderden vondsten bevinden zich onder meer een munt uit de 4e eeuw met het gezicht van keizer Constantijn en scherven van middeleeuws aardewerk met mysterieuze roodachtige tekens aan de binnenkant. Opvallend: de tekens zijn nog door niemand ontcijferd. Voor archeoloog Valentine Breloux zijn de scherven de verbazingwekkendste vondsten tot nu toe.
Opmerkelijk veel vondsten komen uit voormalige latrines (de toiletten van toen) die ook als afvalput dienden. Dankzij de zachte inhoud zijn complete kruiken en bekers intact gebleven.
Hoewel werken op een plein gewoonlijk vooral hinderlijk zijn voor toeristen, blijken deze opgraafwerken de plek juist indrukwekkender te maken voor veel bezoekers. "Je komt voor de kathedraal en dan ontdek je dat er nóg een stad onder je voeten ligt", zegt de Britse toeriste Emily Carter aan AP. "Dat raakt je bijna nog meer."
20 eeuwen geschiedenis
Het team archeologen trof de eerste objecten al op 50 centimeter diepte. En daar stopt het niet. 4 meter lager worden nog altijd nieuwe vondsten opgegraven. Sommige dagen vullen de onderzoekers 15 kisten met materiaal dat decennialang onaangeroerd in de grond lag, schrijft AP. Alle vondsten worden naar het archeologisch centrum van de stad gebracht.
De opgraving toont hoe steden zich in lagen ontwikkelen. De Île de la Cité, waar Parijs ontstond, toont sporen van opeenvolgende perioden: middeleeuwse huizen en kelders, Merovingische en Karolingische graanputten uit de 6e tot 10e eeuw, en daaronder een dichtbebouwde Romeinse wijk uit de 4e en 5e eeuw. Samen vormen de lagen bijna 20 eeuwen Parijse geschiedenis.
"Verder gaan dan ooit"
Dat dit een nieuwe stap is richting nieuwe inzichten, mag duidelijk zijn. Daarbij spelen de Romeinse munten een belangrijke rol. Ze zijn zwaar beschadigd, maar röntgenbeelden tonen onder meer het gezicht van de Romeinse keizer Constantijn.
De Romeinse periode is voor de onderzoekers bijzonder waardevol, omdat die het oudste en minst gedocumenteerde deel van de Parijse geschiedenis is.
De archeologen willen graag blijven graven voorbij de Romeinse lagen, in de hoop sporen te vinden van de Galliërs, de vroegste bewoners van het gebied. "We hopen verder terug te kunnen gaan dan ooit", zegt Altenburg.
Tegen 2028 moet het vernieuwde plein grotendeels af zijn, met 160 nieuwe bomen en een dunne waterlaag over de stenen om de hitte te temperen. De voormalige ondergrondse parking wordt omgebouwd tot een bezoekerscentrum met uitzicht op de Seine.