De ebola-epidemie in het oosten van Congo geeft een gevoel van déjà vu. Opnieuw in een conflictgebied, opnieuw een late reactie van de nationale overheid en opnieuw een buitenwereld die pas wakker wordt wanneer de ziekte aan de eigen grenzen staat. Maar in vergelijking met de vorige ebola-epidemie in Oost-Congo staan de Congolezen er nu nog een pak slechter voor.
Ebola in Congo: boemerang van besparingen en onverschilligheid
Vorige week werd in de buurt van Mongbwalu in de Congolese provincie Ituri een ziekenhuis in brand gestoken door woedende familieleden die een overleden ebola-slachtoffer niet mochten begraven. Ook op enkele andere plaatsen brak geweld uit tegen hulpverleners. Een tent van de internationale medische organisatie Artsen Zonder Grenzen ging in vlammen op.
Wantrouwen, het is niet anders dan bij de vorige ebola-epidemie van 2018. Toen kon door een snel ingrijpen de grootste ebola-uitbraak in Congo worden ingedamd en bleef het bij 2.300 doden, vooral in de regio Noord-Kivu, in de buurt van Beni.
Vandaag lijkt de epidemie op het eerste gezicht op die van 2018. Ook nu ligt het rampgebied midden in conflictgebied, met al zijn logistieke uitdagingen tot gevolg.
Ituri, tegen de grens met Oeganda, is al tientallen jaren het toneel van de meest wreedaardige gevechten. Alleen al vorige maand kwamen honderden burgers om bij aanvallen op hun dorpen.
Nu eens was het de militie Codeco, dan weer was het de al even beruchte CRP, dan weer de jihadistische ADF, die vanuit Oeganda zijn territorium steeds verder uitbreidt. Het etnische of religieuze etiket is maar een dun laagje. Daaronder zit een grote honger naar macht over de talloze goudmijnen in Ituri.
Ebola opsporen in deze omstandigheden is haast onbegonnen werk
Het maakt de burgers niet veel uit. Honderdduizenden mensen zijn al op de vlucht geslagen en zitten verspreid, in overbevolkte kampen of steden of ergens in de brousse. De staatsstructuur is weg.
Dokters, leerkrachten, ambtenaren hebben geen middelen om hun taak uit te voeren. Het is een logistieke ramp om in de gevaarlijke, afgelegen dorpen te geraken. Ebola opsporen is in deze omstandigheden dus haast onbegonnen werk. En de bevolking is zodanig geterroriseerd dat ze ook de hulpverlening niet vertrouwt. Niet in 2018 en niet vandaag.
Wie is de baas?
Het ebolavirus houdt geen rekening met politieke of militaire structuren en is intussen al rondgegaan. Over de grens met Oeganda, een geduchte smokkelroute voor dat goud en een belangrijke handelsweg. Ook naar het zuiden toe, via de nationale wegen N4 en N2. Het virus is nu opgedoken in de miljoenenstad Goma en in Bukavu. Dat is al op 900 kilometer van het epicentrum Mongbwalu.
Maar, en dat is een groot verschil met 2018, in die provincies, Noord- en Zuid-Kivu, is de Congolese overheid zelfs niet meer aan de macht. De door Rwanda gesteunde M23-rebellen en hun politieke tak Alliance Fleuve Congo (AFC) van Corneille Nangaa hebben er sinds hun inval anderhalf jaar geleden, een parallel bestuur opgericht. Dat maakt de hulpverlening zo mogelijk nog moeilijker, zeker voor gestructureerde internationale hulp, die officieel via Kinshasa moet passeren.
Waar de Congolese regering wel nog bestuurt, zoals in de stad Uvira, doet ze trouwens niets, horen we van inwoners. De M23 willen zich ‘bestuurlijk’ manifesteren en hebben pro forma enkele veiligheidsmaatregelen genomen in de gebieden die ze controleren, zoals een verbod op massabijeenkomsten. Maar ze houden wel de grenzen dicht en de luchthavens in Goma en Bukavu gesloten.
De inwoners van de Kivustreek zitten dus in de val: er is geen cash geld meer, mondmaskers en ontsmettingsgel geraken op of zijn peperduur. De ziekenhuizen zetten zich schrap voor wanneer het virus ook daar op grote schaal uitbreekt. En niet moeilijk je in te beelden dat het wantrouwen er al even groot is als in Ituri.
Lessen uit het verleden
Na de vorige epidemie in 2018-2019 heeft de Congolese regering lessen getrokken. Ze besefte dat ze haar expertise moest inzetten om andere, nieuwe uitbraken te vermijden en vooral het vertrouwen van de bevolking moest bewaren. Lokale zorgverleners kregen stilaan meer krediet, en plaatselijke ziekenhuizen kregen de middelen om gratis gezondheidszorg aan te bieden.
De Congolese microbioloog Jean-Jacques Muyembe (hoofd van het Institut National de Recherche Biomédicale in Kinshasa en samen met de Belgen Peter Piot en Guido van der Groen van het Instituut voor Tropische Geneeskunde de ontdekker van het eerste ebolavirus in 1976) zei bij het begin van deze epidemie: "We hebben de vorige ebola-epidemie overwonnen, nu moeten we vooral lokaal personeel inzetten, testen en een vaccin produceren."
Ook de topman van de Wereldgezondheidsorganisatie, Tedros Ghebreyesus, pleitte bij zijn bezoek aan Ituri vorig weekend voor meer geld voor de plaatselijke gezondheidszorg. Maar hoe staat die gezondheidszorg ervoor?
De boemerang van de besparingen
Het grote verschil met de vorige ebola-uitbraak zijn de wereldwijde besparingen op ontwikkelingssamenwerking. Over de zin of onzin van buitenlandse hulp kan worden gediscussieerd. Maar zeker is dat de drastische ontmanteling van het Amerikaanse Center for Disease Control en hulporganisatie USAID vorig jaar ook een bodem heeft weggeslagen in de Congolese basisgezondheidszorg.
Met de miljoenenbudgetten van USAID werd geïnvesteerd in ziektepreventie, bewaking en behandeling. Toen de Amerikaanse president Trump de instelling sloot, werden duizenden mensen ontslagen en stuikten structuren in elkaar. Zo moest de Amerikaanse hulporganisatie International Rescue Committee in het oosten van Congo van de ene dag op de andere haar programma's drastisch inperken.
Weg waren de opsporingscentra, de handwasstations, douches en andere hygiënemaatregelen om een uitbraak als deze aan de basis te kunnen tegenhouden. Van de 5 gezondheidsposten in Ituri blijven er nog 2 over.
Intussen in Kinshasa
Maar het zou al te gemakkelijk zijn om de problemen helemaal af te schuiven op die internationale besparingen of op de moeilijke conflictsituatie. De Congolese regering en vooral president Tshisekedi blijven zelf erg onverschillig voor het lot van de burgers, zeggen burgerrechtenorganisaties die we raadpleegden.
De Congolese regering en president Tshisekedi blijven erg onverschillig over het lot van de burgers
Uit rapporten van onder meer de onafhankelijke denktank CREFDL blijkt dat gezondheidszorg in de begroting enorm ondergefinancierd is. Niet dat er geen geld is. Maar het gaat naar de politieke topinstellingen en de staatsadministratie, die tussen 15 en 25% van de jaarlijkse begroting opsouperen, terwijl het ministerie van Volksgezondheid het moet stellen met 3 tot 5% van het budget.
De grote bedragen voor volksgezondheid, zo'n 40%, komen nog steeds uit het buitenland, van donoren als de Wereldbank, de VN en de Europese Unie. Dan is de hoge corruptiegraad nog niet meegerekend. Met andere woorden, als er vandaag internationale miljoenensteun komt voor de ebola-epidemie in het oosten, komt die steun dan wel terecht?
Groeiend protest
Net nu is er in Kinshasa ook nog eens opnieuw een machtsspel uitgebroken. President Félix Tshisekedi, die al 2 keer na omstreden verkiezingen aan de macht kwam, wil een referendum laten organiseren om de grondwet te veranderen. Die zet zou het mogelijk maken dat hij langer dan zijn maximale 2 termijnen aan de macht mag blijven. Een andere piste is dat hij de verkiezingen van 2028 op de lange baan zou schuiven wegens de conflictsituatie in het oosten en 'in het belang van de natie'.
Het politieke kruitvat dreigt opnieuw te ontploffen
Het politieke kruitvat dreigt opnieuw te ontploffen, want de manoeuvres van Tshisekedi zijn een kopie van die van zijn voorganger Joseph Kabila, die zich intussen bij de rebellengroep M23/AFC heeft aangesloten.
Burgerrechtenorganisaties en oppositiepartijen proberen een blok te vormen tegen die democratische verglijding. Vandaag, op 3 juni, willen ze van de hoofdstad Kinshasa een spookstad maken en iedereen oproepen om binnen te blijven. Dat kan het begin zijn van een grotere beweging, maar ook een herhaling van de repressie waarmee president Kabila in 2016-2017 een golf van vreedzaam protest terugfloot.
Wat doet de buitenwereld en België?
Vanuit België is een team van het instituut voor Tropische Geneeskunde naar het ebolagebied afgereisd, en ook een team van Artsen zonder Grenzen. Onze regering steunt ook de Congolese regering met zo'n 20 miljoen euro per jaar, en indirect, via de EU en internationale organisaties als OCHA. Vanuit Luik is er ook een luchtbrug opgezet voor medische hulp zoals beschermingsmateriaal en testkits.
Toch vinden Congolese burgerrechtenorganisaties dat ons land en andere bondgenoten hun politieke hefboomfunctie nog veel meer kunnen gebruiken. "Als het gaat om mogelijke investeringen in de grondstoffenmijnen of om militaire samenwerking, dan weten ze ons land meteen liggen. Maar als ze commentaar moeten geven bij delicate onderwerpen zoals uitblijvende humanitaire hulp, manke basisgezondheidszorg of politieke repressie, stoppen diezelfde politici zich bijzonder goed weg."



