Binnenkort zal je de identiteit kunnen opvragen van mensen die je online pesten of bedreigen via anonieme accounts. Dat heeft de federale regering aangekondigd. Al is de vraag of (buitenlandse) bedrijven die identiteit zelf kennen en willen vrijgeven. "Ook weet je niet wat slachtoffers met die info van plan zijn", stellen experts.
Slachtoffers van online pesten kunnen straks identiteit van daders opvragen, maar is het in praktijk haalbaar?
Vandaag kan je al naar de ombudsdienst voor telecommunicatie stappen als je via sms'jes of telefoonoproepen wordt gestalkt of bedreigd, tenminste als je het telefoonnummer kunt zien, om te vragen wie erachter zit.
Dat zou nu ook kunnen voor anonieme profielen op sociale media. Daarvoor keurde de federale regering een wet goed die minister van Consumentenbescherming Rob Beenders en collega-minister van Digitalisering Vanessa Matz (Les Engagés) hadden voorgesteld.
Volgens de ministers is de wet nodig, omdat pesten, belaging of stalking steeds vaker via sociale media zoals WhatsApp, Messenger, Instagram en Snapchat gebeurt. Zo ging iets meer dan de helft van de klachten bij de Ombudsdienst voor Telecommunicatie vorig jaar over online pesten.
Met de wet zullen operatoren en andere betrokken diensten voortaan verplicht worden om mee te werken aan de onderzoeken van de Ombudsdienst. Ze zullen moeten doorgeven wie achter het zit dat de stalk- of dreigberichten stuurt.
Doen ze dat niet of niet genoeg, dan kan het Belgisch Instituut voor Postdiensten en Telecommunicatie (BIPT) boetes opleggen.
"Geen gemakkelijke beslissing"
Maar experts twijfelen of dit wel een goed idee is. Aan het probleem twijfelen ze niet. "Veel mensen, waaronder ook politici, krijgen heel wat bagger over zich heen", zegt Bart Preneel, professor computerbeveiliging en cryptografie aan de KU Leuven, in De Ochtend op Radio1. "Mensen hebben online minder remmingen, net omdat ze in de rol van anonimiteit kunnen kruipen."
Zorgwekkend dat verantwoordelijkheid bij ombudsman wordt gelegd
Bart Preneel, professor computerbeveiliging en cryptografie aan de KU Leuven
"De ombudsdienst moet inschatten of iets pesterij is of niet, en dat is geen makkelijke inschatting", gaat Preneel verder. "De beslissing die de ombudsdienst neemt, kan bovendien een impact hebben op de vrijheid van meningsuiting, en dat is een belangrijk grondrecht."
Preneel noemt het "zorgwekkend" dat de verantwoordelijkheid bij een ombudsman wordt gelegd. "Eigenlijk is dat de taak van een politiedienst."
Zullen socialemediabedrijven wel meewerken?
Al is de vraag vooral of bedrijven, vooral buitenlandse dan, de identiteit van hun gebruikers wel kennen. IP-adressen zijn namelijk gemakkelijk te omzeilen, onder meer via een . En als ze de identiteit achter de haatberichten kennen, twijfelen critici of socialemediabedrijven dat ook willen vrijgeven.
"Uit ervaring met Europese wetgeving weten we dat zij niet erg enthousiast zijn om dat te doen", zegt Preneel. "Ze werken vaak wel mee bij zeer ernstige problemen zoals doodsbedreigingen, maar bij belaging of belediging zijn ze terughoudender."
"Je weet niet ze van plan zijn met identiteit van dader"
Stel dat de identiteit toch achterhaald kan worden, dan stelt de wet dat de slachtoffers zelf kunnen beslissen wat ze daarmee doen. Zo kunnen ze een klacht indienen bij de politie of juridische stappen zetten.
Dat slachtoffers de mogelijkheid hebben om met de identiteit het recht in eigen handen te nemen, is zorgwekkend
Bart Preneel, professor computerbeveiliging en cryptografie aan de KU Leuven
Maar slachtoffers kunnen ook rechtstreeks contact opnemen met de vermoedelijke dader. En dan dreigt het al snel uit de hand te lopen, stelt Preneel. "Dat de mogelijkheid er is om het recht in eigen handen te nemen, lijkt me erg zorgwekkend. Je weet gewoon niet wat de mensen met die informatie van plan zijn."
Europese regels beter afdwingen
Volgens Preneel moet het vraagstuk rond online belaging, pesterijen en bedreigingen daarom op Europees niveau opgelost worden. "Want als elke lidstaat eigen regels maakt, wordt het voor bigtech moeilijker en hebben ze meer excuses om niets te doen", zegt hij.
"Europa heeft vandaag al een heleboel hulpmiddelen gecreëerd om bigtech aan te pakken, maar in de praktijk zijn we niet zo goed in het afdwingen van die bestaande regelgeving. Net dat moet beter", klinkt het.


