Naar hoofdinhoud
Xi Jinping (links) en Donald Trump (archieffoto)

VS grotere tegenstander dan China? Ik woonde in beide landen en ik merk een misverstand

Artikel luisteren
13min
Meer info

De Vlaming bestempelt zijn oudste bondgenoot de VS vaker als tegenstander dan de eenpartijstaat China. Dat blijkt uit De Stemming, en het cijfer verdient meer dan een schouderophalen. Ik heb in beide landen gewoond en gewerkt, en ik zie een misverstand dat groeit. Want dit cijfer gaat uiteindelijk niet over hen, maar over onszelf.

Stel je twee buren voor. De ene woont al 80 jaar naast je, je hebt samen een dak gedeeld, kon op hem rekenen voor klusjes, maar jullie hebben ook ruzies uitgevochten en feesten gevierd. De andere woont wat verderop, je krijgt er geregeld wat spullen van, maar je kent hem amper, behalve van verhalen.

En toch, als je het de Vlaming vandaag vraagt, dan wijst hij naar de oude buur als de gevaarlijkste van de twee. Na Rusland, wel te verstaan. Dat is in essentie wat De Stemming blootlegt: 52 procent ziet de Verenigde Staten als tegenstander van België, tegenover 44 procent voor China.

Hoe is het zover gekomen? Hoe wordt de bondgenoot die ons na de oorlog mee heeft heropgebouwd, plots vijandiger ingeschat dan een eenpartijstaat waar de meeste Vlamingen nog nooit een voet hebben gezet? Het antwoord ligt deels voor de hand, en deels helemaal niet. Want dit cijfer vertelt minder over Amerika of China dan je zou denken. Het vertelt vooral iets over onszelf.

Het breekpunt heet Groenland

De bevraging gebeurde in maart, net na de Amerikaanse en Israëlische aanvallen op Iran. Maar de échte aanloop is ouder. De Amerikaanse president Donald Trump dreigde Groenland in te lijven. Hij kondigde invoerheffingen aan tegen 8 NAVO-bondgenoten, waaronder Denemarken, Duitsland, Nederland en Frankrijk, omdat ze deelnamen aan een militaire oefening op dat eiland. Tegen de eigen bondgenoten dus. En hij zette openlijk vraagtekens bij het nut van de NAVO. De onderzoekers van De Stemming benoemen het zonder omwegen: de Groenlandkwestie was het breekpunt.

Het effect zie je in de cijfers. Drieënvijftig procent van de Vlamingen vindt dat we militair niet langer op Amerika kunnen rekenen, amper 28 procent vertrouwt de VS nog op dat vlak. Tegelijk wil 80 tot 85 procent in de NAVO blijven. Daar zit de spanning. Mensen willen het beschermingsschild houden, maar geloven niet meer in de leiding die het bedient. Ze willen het huis, maar vertrouwen de huisbaas niet meer.

Trump is niet de oorzaak. Hij is de versneller, en vooral de luidste.

En hier wil ik meteen waarschuwen voor de gemakkelijkste conclusie, namelijk dat dit een Trump-verhaal is dat overwaait. Ik hoor commentatoren en politici zeggen dat we nog 2,5 jaar Trump moeten uitzweten, en dat daarna de rust terugkeert. Dat is volgens mij de gevaarlijkste denkfout van het moment.

De tendens dat Europa minder op Amerika kan rekenen, is veel ouder dan deze president. Wetenschappers wijzen erop dat de Amerikaanse koers de voorbije tien jaar dwars door verschillende regeringen heen is omgeslagen, van interventie naar terugtrekking. Trump is niet de oorzaak. Hij is de versneller, en vooral de luidste. Wie hoopt dat we daarna terugvallen op de oude gemakzucht, met Amerika als vanzelfsprekende vriend, maakt een historische inschattingsfout.

Waarom de wereld China stilaan vertrouwt

Waar De Stemming niet specifiek naar betrouwbaarheid peilde, deden andere internationale onderzoeken dat wel. Zo peilde Politico onlangs bij vier traditionele Amerikaanse bondgenoten Canada, Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk of China ook als betrouwbaarder ervaren wordt dan de VS. De peiling bevestigde dat. Ook het Amerikaanse Pew-centrum zag het vertrouwen in de Amerikaanse president in Europese landen zoals Duitsland instorten van 63 procent onder Biden naar 18 procent onder Trump.

De vraag die niet gesteld wordt: waaróm oogt China dan betrouwbaarder? De eerste reden is continuïteit. Je weet wat je aan het land (niet) hebt. China lanceerde in maart zijn 15e vijfjarenplan op rij, een ononderbroken reeks van plannen sinds 1953. Een land dat in blokken van 5 jaar plant, naast een Washington dat verdragen tekent en weer opzegt: het klimaatakkoord van Parijs in, uit, en weer uit, het Iran-akkoord opgeblazen, het eigen handelsverdrag met Canada en Mexico hertekend en hen dan alsnog met heffingen bestookt. Voor wie zaken doet, is voorspelbaarheid goud waard.

Europa kan zijn klimaatdoelen niet halen zonder China. Dat schept een afhankelijkheid die als betrouwbaarheid voelt.

De 2e reden is technologie. Op het moment dat de VS zijn klimaatbeleid terugschroeft, domineert China de hele groene industrie, en die cijfers zijn duizelingwekkend. Volgens het Internationaal Energieagentschap heeft China meer dan 80 procent van de wereldwijde productie van zonnepanelen in handen, ongeveer 60 procent van de windturbines, en bijna 70 procent van de markt voor elektrische autobatterijen. Voor 19 van de 20 strategische mineralen is China de grootste raffinagepartij. Europa kan zijn eigen klimaatdoelen simpelweg niet halen zonder China. Dat schept een afhankelijkheid die als betrouwbaarheid voelt.

De 3e reden is dat China afspraken en beloftes nakomt, niet alleen als het over klimaatdoelen gaat. Kijk naar Afrika. Waar het Westen al jaren grote infrastructuurbeloftes doet die nauwelijks van de grond komen, bouwt China havens, spoorlijnen en energiecentrales die er ook echt komen. De spoorlijn tussen Mombasa en Nairobi in Kenia werd anderhalf jaar vóór de deadline opgeleverd. In ontwikkelingslanden vertaalt zich dat in cijfers: een recente Afrobarometer-bevraging in 38 Afrikaanse landen zet China met 62 procent positieve scores bovenaan, vóór de VS en de EU. Niet uit liefde voor het Chinese model, maar omdat er een trein rijdt die er voordien niet was.

China gaat zich ook niet aan militaire avonturen in het buitenland wagen, en zweert bij stabiliteit en harmonie. Geen "megafoondiplomatie", zoals de Chinese ambassadeur het onlangs nog stelde in de VRT NWS-podcast 'China voorbij de muur', maar wel dialoog. Dat is de Vlaming allemaal niet ontgaan. 

Voorspelbaar is niet hetzelfde als betrouwbaar

Al die argumenten kloppen, en toch leiden ze te snel naar één conclusie. We halen namelijk twee begrippen door elkaar die niet hetzelfde zijn: voorspelbaarheid en betrouwbaarheid.

Voorspelbaarheid betekent dat je weet wat eraan komt. China is in die zin voorspelbaar, omdat het beleid over lange termijn een vaste lijn aanhoudt. Maar die lijn volgt de Chinese belangen, en zolang die samenvallen met de onze, loopt de samenwerking soepel. Het wordt pas ingewikkeld wanneer de belangen uiteenlopen. Dan blijkt dat economische verwevenheid die in rustige tijden een troef is, ook als drukmiddel kan worden ingezet.

Het punt is niet dat China onbetrouwbaar is, wel dat betrouwbaarheid voorwaardelijk is. Ze geldt zolang de belangen sporen.

Dat is geen verborgen agenda, het is gewoon zichtbaar in het verleden. Toen Litouwen in 2021 Taiwan toestond om in de hoofdstad een vertegenwoordiging te openen onder de naam "Taiwan", liep de handel met China vrijwel meteen vast: de Litouwse uitvoer viel in één maand met meer dan 90 procent terug.

En het bleef niet bij Litouwen, want ook bedrijven uit andere EU-landen, met Duitse autotoeleveranciers op kop, kregen te horen dat producten met Litouwse onderdelen niet langer welkom waren op de Chinese markt. Iets vergelijkbaars overkwam Australië, met zware heffingen op wijn, gerst en steenkool na een diplomatieke rel. En in 2025 zette China zijn dominante positie in zeldzame aardmetalen in als hefboom in het handelsconflict met Washington.

Tsjechië dreigt nu ook de wind van voren te krijgen van China omdat de Senaatsvoorzitter naar Taiwan wil reizen. Nederland had het ook zwaar toen het chipbedrijf Nexperia van China wilde losweken. 

Het punt is niet dat China onbetrouwbaar is, wel dat zijn betrouwbaarheid voorwaardelijk is. Ze geldt zolang de belangen sporen. Dat maakt China een serieuze partner waarmee Europa wél degelijk zaken moet en zal doen, maar het is iets anders dan een bondgenoot op wie je in alle omstandigheden kunt rekenen. En precies dat onderscheid valt weg wanneer we, van op afstand, voorspelbaarheid verwarren met betrouwbaarheid.

De rommeligheid van Amerika daarentegen is ingebouwd: verkiezingen, rechtbanken die een president terugfluiten, een pers die blijft graven, een Congres dat nee kan zeggen. Dat oogt chaotisch, en dat ís het ook, maar het zijn tegelijk remmen die een ander systeem niet heeft. Het is democratie versus autocratie.

Gebrek aan kennis en inzicht op het terrein

En dat brengt me bij een ongemakkelijke vraag: kennen we China eigenlijk wel? Ik hoorde onlangs een minister op de radio zeggen dat hij China als een grotere bedreiging beschouwt dan de Verenigde Staten. Een stevige uitspraak. En toen besefte ik: deze man heeft nog nooit een voet in dat land gezet. Hij oordeelt over een grootmacht die hij enkel kent van rapporten, briefings en krantenkoppen. Dat is geen verwijt aan één persoon, het is symptomatisch. We spreken met grote stelligheid over China, in beide richtingen, terwijl ons beeld grotendeels uit tweede hand komt.

En hier moet ik ook naar onszelf kijken, naar de media. Geen enkel mediahuis in Vlaanderen heeft een eigen correspondent in China, terwijl ze elkaar in de Verenigde Staten voor de voeten lopen. Het gevolg is bekend: we berichten mee over zowat elke zet en elke frats van Trump, vaak live en in detail, terwijl we over China nauwelijks eigen waarneming vanop het terrein hebben en grotendeels afhankelijk zijn van bronnen van anderen.

Zo ontstaat vanzelf een vertekening. Het ene land kennen we van dichtbij, met al zijn lawaai en al zijn fouten. Het andere kennen we van op afstand, via een beeld dat voor een deel door Peking zelf wordt geregisseerd. Via staatsmedia die er belang bij hebben dat we "voorspelbaar" lezen als "betrouwbaar".

Eén detail verdient daarbij bijzondere aandacht. Internationaal onderzoek toont dat het vooral jongeren tussen 18 en 24 zijn die openstaan voor nauwere banden met China. De verklaring die onderzoekers geven, is dat zij hun wereldbeeld grotendeels van socialemediaplatformen halen, en net daar is het beeld van China sterk gestuurd en gepolijst. Het zegt iets niet alleen over China, maar ook over waar we steeds vaker onze informatie halen.

Het gaat niet over hen. Het gaat over ons.

Laat één ding duidelijk zijn: de frustratie van de Vlaming over Amerika is volkomen terecht, en ze is niet nieuw. Wanneer een bondgenoot je bedreigt met heffingen en aanspraak maakt op grondgebied van de alliantie, dan mag dat vertrouwen barsten. De woede in dat cijfer is echt en verdiend. Maar de oplossing is niet om de ene afhankelijkheid in te ruilen voor de andere. Want die cijfers zeggen uiteindelijk minder over Amerika en China dan over onszelf, over Europa: we hebben geen eigen been om op te staan.

En net daarin zijn de Vlamingen wél glashelder. Zesentachtig procent vindt dat Europa militair volledig op eigen benen moet kunnen staan. Dat is geen marginaal cijfer, maar een meerderheid die dwars door alle partijgrenzen snijdt. Dat is het werkelijke signaal in deze peiling, en het is veel volwassener dan de keuze tussen twee grootmachten waar het oppervlakkig op lijkt.

Dat is het ongemakkelijke aan deze cijfers. Ze gaan niet over hen. Ze gaan over ons.

Want hier ligt de kern. Of we de VS nu een grotere tegenstander vinden dan China, of de wereld China betrouwbaarder acht dan de VS: het zijn allebei gevoelens, en gevoelens bewegen mee met de krantenkoppen, met de uitspraak van vanochtend, met het conflict van vorige maand. Afhankelijkheid daarentegen is een feit, en feiten bewegen niet mee met ons humeur, en al zeker niet met de ambtstermijn van 1 president. We draaien nog altijd op Amerikaanse software, clouds en chips. Voor onze grondstoffen, batterijen en zonnepanelen kloppen we aan bij China. Het gevoel is gekanteld. De afhankelijkheid is gebleven.

Dus wanneer ik die cijfers hoor, dan lees ik er geen keuze tussen twee grootmachten in. Ik lees er een continent in dat boos is op de ene, zichzelf iets wijsmaakt over de andere, en stiekem hoopt dat het allemaal overwaait. Maar het wordt niet meer zoals vroeger. En misschien is dat maar goed ook, op voorwaarde dat we de juiste les trekken. Niet: bij wie schuilen we nu? Maar: wanneer worden wij zelf iemand op wie een ander kan rekenen? Dat is het ongemakkelijke aan deze cijfers. Ze gaan niet over hen. Ze gaan over ons.

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Nieuwsbrief Amerika vandaag

Mis niets van de laatste ontwikkelingen in het Witte Huis en krijg een helder beeld van wat er speelt in de VS.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"