Volgens advocaat Walter Van Steenbrugge heeft het aanpassen van de Belgische wetgeving rond aanzetten tot haat weinig zin. "De Belgische wetgeving is ondergeschikt aan de rechtspraak van het Europees Hof", zegt hij in De Afspraak. Professor Mensenrechten Sofie Royer gaat niet helemaal akkoord en zegt dat de Europese wetten "ruimte laten voor interpretatie".
Waarom het (geen) zin heeft om de Belgische wetgeving rond 'aanzetten tot haat' te wijzigen
Aanleiding voor de discussie in De Afspraak is de recente veroordeling van voormalig Kamerlid Dries Van Langenhove na een controversiële lezing aan de KU Leuven. Tijdens die lezing bestempelde hij "zwarte Afrikanen" als minderwaardig en zette hij Roma-vrouwen af als dieven.
De KU Leuven diende een klacht in. Van Langenhove werd schuldig bevonden aan het 'aanzetten tot haat op basis van nationaliteit of etnische afkomst' en aan het 'verspreiden van denkbeelden die gebaseerd zijn op rassensuperioriteit of rassenhaat'.
Vrijemeningsuiting in het gedrang?
De veroordeling vormt voer voor discussie. Brengt de bepaling 'aanzetten tot haat' de vrije meningsuiting in het gedrang? Volgens Kamervoorzitter Peter De Roover (N-VA) wel. Hij pleit er al langer voor om 'aanzetten tot haat' uit de antiracismewet te halen en de bepaling te beperken tot 'aanzetten tot geweld'.
Premier De Wever (N-VA) gaf vanmiddag in de Kamer aan dat hij het persoonlijk "geen oninteressante oefening" zou vinden om de wetgeving tegen het licht te houden. "Het beste wapen tegen een verwerpelijk idee is een beter idee. Zolang je niet oproept tot geweld, moet een woord altijd met een woord worden bestreden, en niet met een rechter."
Types zoals Dries Van Langenhove voelen zich door dit soort uitspraken gesterkt in hun overtuiging
Sofie Royer, professor Mensenrechten (VUB/KUL)
Volgens professor Mensenrechten Sofie Royer (VUB/KUL) valt er zeker iets te zeggen voor die redenering. "Ik wil het discours van meneer Van Langenhove zeker niet goedpraten, want ik vind dat absoluut verwerpelijk", benadrukt ze in De Afspraak. "Maar ik stel vast dat dit soort (juridische, red.) uitspraken vaak net tot meer polarisering leidt."
"De kern van de zaak is dat we niet willen dat dit soort meningen onze samenleving gaan ondermijnen. En de vraag is: hoe ga je dat bereiken? En is het strafrecht daarvoor de juiste manier?"
Volgens Royer heeft een veroordeling op dat vlak soms een ongewild contraproductief effect: "Types zoals meneer Van Langenhove voelen zich net gesterkt in hun overtuiging. Ze krijgen daardoor ook meer aanhang in de samenleving. We praten er al dagen over in de media en het heeft in alle kranten gestaan. Dat is een enorm platform dat hem zo geboden wordt."
De vrijheid van meningsuiting eindigt wanneer je de fundamentele rechten van anderen gaat schaden
Advocaat Walter Van Steenbrugge
Advocaat Walter Van Steenbrugge vindt het onbegrijpelijk dat mensen pleiten voor het aanpassen van de antiracismewet. "Het strafrecht heeft niet alleen een repressieve functie, maar heeft ook een communicatieve en een educatieve functie. De strafrechter moet de strafwet toepassen en hij moet aan de bevolking zeggen: dit soort van discours mag niet."
"De vrijheid van meningsuiting eindigt wanneer je de fundamentele rechten van anderen gaat schaden. Dat is wat er hier gebeurt: je gaat bepaalde bevolkingsgroepen stigmatiseren. Je gaat ze wegzetten als dommeriken, als luiaards en zo meer. En dat mag niet. Punt aan de lijn."
Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
Volgens Van Steenbrugge moet er vooral beter geduid worden waarom dit soort discours veroordeeld wordt. Hij keert daarvoor terug naar de jaren 30. "Het is door het wegzetten van bepaalde bevolkingsgroepen dat we gekregen hebben wat er in de Tweede Wereldoorlog is gebeurd."
"In 1950 is er dan het Verdrag voor de Rechten van de Mens gekomen om te zeggen: 'Dit mag nooit meer gebeuren. En we gaan dus ook het discours dat daar naartoe gaat niet toelaten. We gaan dat bestraffen.'"
De Belgische wetten zijn ondergeschikt aan het Europees Verdrag, en dat is maar goed ook
Advocaat Walter Van Steenbrugge
Van Steenbrugge wijst er ook op dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens de lidstaten verplicht om "sanctionerend op te treden als mensen discrimineren". Volgens hem heeft het dus ook helemaal geen zin om de nationale wetgeving te wijzigen. "De Belgische wetten zijn ondergeschikt aan het Europees Verdrag, en dat is maar goed ook."
Ruimte voor interpretatie
Professor Royer maakt een kleine kanttekening bij die opmerking. Volgens haar is er wel degelijk "ruimte voor interpretatie". "Er is inderdaad een internationale verplichting om aanzetten tot geweld strafbaar te stellen: in een liberale democratie is er geen ruimte voor geweld. Maar voor aanzetten tot haat laten de internationale verplichtingen eigenlijk een beetje meer ruimte voor de lidstaten."
"Je zou kunnen zeggen dat aanzetten tot haat alleen strafbaar is als het gepaard gaat met de bedreiging voor de openbare orde of een oproep tot geweld. Dus daar hebben lidstaten iets meer ruimte om te kiezen."
Ik denk dat we kunnen spreken over profileringsdrang van sommige politici
Sofie Royer, professor Mensenrechten (VUB/KUL)
Royer vraagt zich tot slot af waarom politici nu plots de discussie opgooien, terwijl het Belgische strafrecht vorig jaar grondig werd hervormd, voor het eerst sinds 1867.
"De haatspraakwetgeving staat een beetje verspreid in het nieuwe Strafwetboek en men heeft dat helemaal niet aangepast. Dus ik denk dat we nu wel kunnen spreken over profileringsdrang van sommige politici."


