We leven in een ontevreden tijdsgewricht. Er is protest, er is woede, en bij elke verkiezing lijkt de kiezer weer een nieuw signaal te geven van malcontentement. Over het bestuur, over waar het met de wereld naartoe gaat, of over de levensduurte. Björn Soenens richt zijn blik deze week op de wortels van de woede. Ontzettend veel mensen leven met een gevoel van groot verlies en rouw.
Woede waait in de wereld: over achterblijvers en verliezers
In vrijwel alle westerse samenlevingen manifesteert zich sinds 2015 een enorme woedegolf. Een politieke kracht die op links de uitwassen van het kapitalisme aanklaagt en te grote ongelijkheid bekampt, en op rechts een nationalistisch georiënteerd in de markt heeft gezet. Het is een politieke boosheid die reageert op wijdverbreide gevoelens van verlies bij zijn maatschappelijke achterban.
“Populisme,” poneert de Duitse socioloog Andreas Reckwitz, “is een soort verliesondernemerschap. De verliezen van bepaalde groepen vormen de grondstof waaruit elke keer weer politiek munt kan worden geslagen.” Reckwitz schrijft dat in zijn dikke en inzichtrijke boek ‘Verlies’ uit 2024.
Woede en boosheid duiken overal op
Er is iets fundamenteel veranderd in de manier waarop mensen boos zijn. De woede van vroeger stond letterlijk op de stoep, ze bonsde op de deur, en ze wist wie de schuld droeg. Een heel zichtbare woede met een duidelijke bestemmeling. De woede van nu is heel wisselend, intens en eigenaardig wezenloos.
De ontevredenheid kolkt maar weet niet goed waar ze heen moet. Woede en boosheid duiken op in referenda, in verkiezingsuitslagen, in het eindeloze commentaarveld onder nieuwsartikelen om 3 uur 's nachts. De woede is groot en ze is echt, maar haar oorsprong blijft wazig: vereenzaming, automatisering, technologische vooruitgang, vervreemding, heimwee of statusangst.
Andreas Reckwitz biedt in zijn dikke boek een sleutel aan om het allemaal te begrijpen. De Duitse socioloog beschrijft hoe onze laatmoderne tijd wordt gekenmerkt door 2 fenomenen die lijnrecht tegenover elkaar staan: resonantie en verlies.
De verliezen van bepaalde groepen vormen de grondstof waaruit elke keer weer politieke munt kan worden geslagen.
Andreas Reckwitz, schrijver van 'Verlies'
Resonantie is het gevoel in verbinding te staan met de wereld: met mensen, met arbeid, met de plek waar je woont, met het verleden dat je draagt en de toekomst waar je op hoopt. Het is weerklank, een echo horen. Het is iets in de orde van betekenis hebben. Het gevoel dat wat je doet, ertoe doet. Dat wie je bent ertoe doet.
Hoe ziet verlies eruit? Niet altijd als het kwijtraken van concrete dingen — van werk, van inkomen, van een huis — maar het verlies van die resonantie zelf. De weerklank van betekenis en zin. De wereld is niet verdwenen, maar hij bevindt zich in een soort luchtledigheid. Ergens is de koppeling losgeraakt. De maatschappij en de wereld draaien door, maar veel mensen voelen zich er niet meer in thuis. Ze lijken op drift.
Dat is een merkwaardig soort pijn, want ze is moeilijk te benoemen. Er is immers op het eerste gezicht niets concreets verloren. Maar Reckwitz toont aan dat dit onbenoembare verlies, de vervreemding van wat eens vanzelfsprekend aanvoelde, een van de politiek explosiefste krachten van onze tijd is.
Kijk naar de sociale geografie van de woede. Ze nestelt zich op plekken die vroeger een gezicht hadden: een fabriek, een mijnschacht, een vissersdorp, een gemeenschap die zichzelf herkende in wat ze produceerde. Die plaatsen bestaan nog wel, maar ze zijn min of meer kapotgegaan, ontzield, verloederd, of ontdaan van hun betekenis. Veel mensen zagen hun lokale winkel verdwijnen naar het megawarenhuis 20 kilometer verderop, op zielloze plekken.
De fabriek is gesloten of geautomatiseerd. De mijnschacht is een erfgoedsite geworden, netjes ingekaderd met een infobord. De vissers zijn quota geworden.
Wat ooit materie was, is nu een monument geworden. En monumenten antwoorden niet. Lees de verbijsterende roman ‘American Rust’ (2009) van Philipp Meyer en je weet wat ik bedoel: het verval, de afgang, de zelfmoorden en de depressies in de oude industriële gordel van Amerika. Verlies!
Tegelijk heeft de geglobaliseerde economie een nieuwe klasse geproduceerd die wél weerklank vindt. Een klasse die de taal van mobiliteit, flexibiliteit en zelfontplooiing in de vingers heeft, de "creatieve klasse" die haar leven beleeft als een aaneenschakeling van opwindende keuzes. De nieuw gearriveerde elite.
En voor wie niet in dat plaatje past - voor wie de gehechtheid aan een plek voelt als een kracht in plaats van als een beperking, voor wie trouw aan wat ooit was even zwaar weegt als enthousiasme voor wat nog moet komen - is die wereld koud en onbegrijpelijk geworden.
Exact op die mentale plek begint de woede. Niet in armoede alleen, niet in onrecht alleen, maar in de diepe overtuiging niet meer te worden gehoord. Dat de wereld zich niets meer van je aantrekt. Dat je bestaat, maar niet meetelt.
De recepten van populisten
Populisten begrijpen dit intuïtief. Ze bieden geen oplossingen, maar ze bieden wel een echo ("Ik begrijp u!"). Een stem die terugkaatst. Een vijand die de vervreemding belichaamt: de elite, die ook nog eens een taal spreekt die zij verachten.
Een verhaal waarin verlies niet alleen echt is, maar ook zeker iemands schuld. Dat is troostend en gevaarlijk tegelijk, want het geeft een adres aan een pijn die eigenlijk adresloos is. Daarom is zondebokdenken zo populair. Steek het op iemand anders, neem wraak! Het is makkelijker tegen een migrant van leer te trekken dan tegen een robot.
Voor platte demagogen bevindt de voorbeeldige toestand zich niet in het voorspiegelen van een rooskleurige toekomst maar in een half bij elkaar verzonnen paradijselijk verleden. Dat manifesteert zich in slogans zoals ‘Make America Great Again’.
De politiek van het “terug naar” moet de in hun ogen catastrofale ontwikkelingen uitwissen zoals terrorisme, criminaliteit en migratiegolven. Het houdt een toestand van permanent alarm aan de waggel. Het stookt op die manier steeds het vuurtje van de verliesangst opnieuw op.
Exact op die mentale plek begint de woede. Niet in armoede alleen, niet in onrecht alleen, maar in de diepe overtuiging niet meer te worden gehoord.
Björn Soenens, geopolitiek analist VRT NWS
In de Verenigde Staten draait het rond dat ene centrale thema: verlies. Verlies van status. Verlies van controle. Verlies van vanzelfsprekendheid.
En Trump spreekt die frustratie rechtstreeks aan. Trump gaf macht aan alle mensen die hun eigen ellende en machteloosheid haten.
Zijn aanhang zoekt geen nuance. Ze zoeken erkenning. En soms ook vergelding. De lijst van vermeende schuldigen is lang: elites, media, migranten, academici, activisten. Iedereen die symbool staat voor een wereld die intens veranderd is.
De crisis van het vooruitgangsdenken
We leven in een tijd van afgebrokkeld toekomstoptimisme. We verzinken in de boosheid over heel veel. Ondertussen hebben de schokken zich opgestapeld.
9/11. De financiële crisis. De migratiecrisis. Brexit. Trump. Pandemie. Oorlog in Oekraïne. Geweld in het Midden-Oosten. Energiecrises. Het vooruitgangsverhaal heeft barsten gekregen. Misschien was dat verhaal altijd al broos.
De periode waar we met heimwee naar kijken - de 30 gloriejaren na de Tweede Wereldoorlog - was uitzonderlijk. Groei, werk, zekerheid. Een samenleving in opbouw.
Maar het was ook een historisch moment dat moeilijk te herhalen valt. Les Trente Glorieuses. Sindsdien is de wereld complexer geworden. En harder.
Er was zo’n krapte op de arbeidsmarkt dat veel gastarbeiders uit Noord-Afrika en Zuid-Europa naar hier werden gebracht. Gezinnen verwierven een auto, een koelkast, een wasmachine en een kleurentelevisie. De middenklasse groeide fors.
De naoorlogse babyboom zorgde voor een jonge en dynamische bevolking die de economie verder aandreef. Ook de sociale zekerheid werd sterk uitgebouwd. Er was min of meer contentement.
De 30 glorierijke jaren kwamen abrupt tot een einde na de olieschok van 1973, gevolgd door een tweede in 1979 na de Iraanse revolutie. Goedkope energie werd plots duur en schaars.
Verliezers op het toneel
De 30 gloriejaren waren in feite zeer uitzonderlijk: een unieke historische conjunctuur die sindsdien niet meer herhaald is, tenzij tijdens het korte interval van optimisme na de val van de Muur in 1989. Maar ook die grote verwachtingen vielen aan scherven.
Die prille jaren 90 van de vorige eeuw creëerden grote pieken voor de beurs, en brachten ons de eerste dotcombubbel die uiteenspatte. De globalisering werd eerst bejubeld maar maakte snel ook slachtoffers en stopte abrupt wat bekend is gebleven als ‘het euforische intermezzo’.
Er kwamen talloos veel verliezers op het toneel: de industriearbeiders, de weggeduwde burgers, en de achterblijvers van de globalisering. De verliezers van de klimaatverandering: door overstromingen, droogte, woestijnvorming, bosbranden, orkanen en tornado’s.
De verliezers van de politieke versplintering, van de gepolariseerde publieke opinie, of van de supranationale beslissingsorganen. De verliezers van de vergrijzing. Al die woedes nog eens aangewakkerd door de komst van sociale media en die teren op de boosheid.
Er kwamen talloos veel verliezers op het toneel: de industriearbeiders, de weggeduwde burgers, en de achterblijvers van de globalisering.
Björn Soenens
De verzorgingsstaat die ons zo lang beschermde tegen verliezen zoals ziekte, ouderdom en ongeluk kalft gestaag af. Sociale zekerheden verdwijnen. Er is een gevoel van achteruit in plaats van vooruit. Allemaal krachten die het vooruitgangsoptimisme en de democratie aanvreten. Het maakt velen angstig, onzeker, en teleurgesteld.
Daarom vervallen sommigen in doemdenken. Grote groepen voelen zich niet gelukkig of thuis in deze tijd. De somberte die ontstaat uit het gevoel bedrogen te zijn. Collectieve verbitteringsbewegingen zoals de gele hesjes in Frankrijk of in de VS.
En wie elke dag naar het nieuws kijkt, krijgt vooral verlies te zien. Rampen. Conflicten. Crisis. Het stapelt zich op. En het laat diepe mentale sporen na.
De vraag is of onze democratie daar een antwoord op heeft. Of ze verlies kan erkennen zonder het te laten kapen door simplistische verhalen. Of ze opnieuw betekenis kan geven aan mensen die iets verloren hebben dat de moeite waard was om te hebben.
Voorlopig blijft het antwoord op die vraag uit. En dus groeit de woede en blijft het waaien in de wereld.
De blik van Björn
"De ergste vloek die de techniek over ons heeft gebracht, is dat zij het onmogelijk maakt de actualiteit ook maar één seconde te vergeten." Woorden van Stefan Zweig in het beroemde boek 'De wereld van gisteren'. Elke zondag richt Björn Soenens zijn blik op de wereld en wat daarin verschuift en wankelt. Intussen proberen we met z'n allen niet mentaal te bezwijken onder de kolkende nieuwsstroom.


