Snel in actie schieten, afspraken maken over hoe te communiceren, en praten met de leerlingen. Dat zijn volgens CLB-coördinator Karel Verelst belangrijke aspecten bij het opvangen van de eerste schokken na een drama als gisteren in Buggenhout. "Op momenten als deze is het niet makkelijk om helder na te denken en is het als school belangrijk om op iets terug te kunnen vallen."
24 uur na het tragische ongeval in Buggenhout staan de leerlingen en leerkrachten van Richtpunt Campus Buggenhout voor een loodzware dag. Gisteren kwamen 2 leerlingen en een begeleidster van de school om het leven, samen met een chauffeur, nadat hun schoolbusje werd gegrepen door een trein. 5 leerlingen liggen nog in het ziekenhuis.
De eerste schoolbel vandaag zal daarom bij velen een moeilijk moment zijn. Vraag is: hoe ga je daar als school mee om? Karel Verelst is coördinator van het Vrij Centrum voor Leerlingenbegeleiding (VCLB) De Wissel in Antwerpen. Hij heeft ervaring met het bijstaan van scholen in crisissituaties.
"Gebeurtenissen als deze gaan uiteraard gepaard met heel veel emoties. Op dat moment is het niet altijd mogelijk om helder na te denken. Dan is het belangrijk dat je iets hebt om op terug te vallen", zegt Verelst in De Ochtend op Radio 1.
Houvast
Daarom ontwikkelde het VCLB een draaiboek dat houvast moet bieden voor scholen en leerlingen. "In de eerste plaats is het belangrijk om snel aanwezig te zijn op de school. Zo kunnen we samen met de school afspreken wie de communicatie doet naar de ouders, leerkrachten en leerlingen."
Vervolgens worden er in de uren en dagen na het incident gesprekken gehouden met de leerlingen zelf. "Meestal doen we groepsgesprekken in de klas, in aanwezigheid van een vertrouwd gezicht, vaak een leerkracht of zorgjuf. We geven uitleg over wat er is gebeurd, maar willen tegelijk voor ruimte en rust zorgen."
"Als we zien dat er kinderen zijn die heel emotioneel zijn of nog met vragen zitten, dan kunnen we nadien individueel met hen aan de slag gaan. Als we daarna merken dat er meer aan de hand is, kunnen we doorverwijzen naar verdere hulp."
Anders in buitengewoon onderwijs?
In dit geval is de school die betrokken is een school voor buitengewoon onderwijs, met kinderen met andere zorgnoden. "Het kan zijn dat er meer nood is aan visuele ondersteuning en dat we de leerlingen meer vragen stellen: hebben ze het goed begrepen en met welke emoties zitten ze?"
"Maar de basisprincipes blijven dezelfde. Bovendien kennen onze collega's de scholen en weten ze welke noden er zijn", stelt Verelst.
De rol van de school bij een rouwproces mag niet onderschat worden
Karel Verelst, VCLB De Wissel
De eerste 48 uren probeert het VCLB heel aanwezig te zijn. Daarna wordt een stap teruggezet. "Dan gaan we kijken hoe het loopt met de school, de leerlingen en de ouders en kijken we wat er nog leeft en wat de verdere noden zijn. Na 14 dagen checken we opnieuw in met de school en doen we hetzelfde."
Tot slot speelt ook de school een belangrijke rol, zegt Verelst. "Een rouwhoekje, stilstaan bij de gebeurtenissen op belangrijke momenten, een herdenking op het einde van het schooljaar of na 1 jaar… Het zijn voorbeelden van de belangrijke rol die een school kan invullen bij het rouwproces. Dat mag niet onderschat worden."
Voor de leerlingen en leerkrachten van de school is er nog de hele week psychologische begeleiding voorzien. De school krijgt ook ondersteuning van het Berrefonds, een expertisecentrum dat familieleden en vrienden steunt bij het verlies van een kind.
Beluister het gesprek met CLB-coördinator Karel Verelst in De Ochtend op Radio 1

