Brazilië gaat voor het eerst in 10 jaar opnieuw naar olie boren in het Amazonewoud, in het belangrijkste onshore-olieveld van het land. Dat hebben president Lula da Silva en oliemaatschappij Petrobas aangekondigd.
De Braziliaanse president Luiz Inacio Lula da Silva is nochtans voorstander van een progressieve uitfasering van fossiele brandstoffen om de klimaatverandering een halt toe te roepen. Maar hij is van mening dat Brazilië nood heeft aan de opbrengsten van fossiele brandstoffen om de energietransitie te financieren.
"We houden van Brazilië en van Petrobras. We willen goed leven, werken en studeren en dat is enkel mogelijk met economische groei", verklaarde de linkse president tijdens een officiële ceremonie in de staat Amazonas.
De voorzitter van Petrobras, Magda Chambriard, deelde mee dat het bedrijf 2,5 miljard real (ongeveer 425 miljoen euro) zal investeren in het aanboren van 22 nieuwe putten in het Urucu-olieveld. Dat is het grootste onshore-olieveld in Brazilië, maar het ligt ook midden in het grootste regenwoud ter wereld. 95 procent van de Braziliaanse olie is afkomstig van offshoregebieden.
Ter gelegenheid van de VN-klimaattop COP30 in Belém in Brazilië vorig jaar riep Lula nog op tot een "routekaart" voor de uitstap uit fossiele brandstoffen. Zijn eigen regering heeft echter nog geen plan voorgesteld.
Milieuorganisaties zoals Greenpeace waarschuwen al jaren voor de schadelijke gevolgen van de olieboringen in het Amazonewoud. Ze klagen ook de blijvende afhankelijkheid van fossiele brandstoffen aan. Brazilië was vorig jaar de negende grootste olieproducent ter wereld.

