In Bolivia, in Zuid-Amerika, wordt al zo'n 4 weken geprotesteerd tegen de centrumrechtse regering van president Rodrigo Paz. Landbouwers, leerkrachten, mijnwerkers, allen komen ze op straat om hun ongenoegen te uiten over de stijgende levensduurte. Met wegblokkades snijden ze tegelijkertijd de bevoorrading van de administratieve hoofdstad La Paz af. Wat is er aan de hand?
Wekenlang volksprotest en wegblokkades die het land lamleggen: wat is er aan de hand in Bolivia?
Een aangekondigde landbouwhervorming van de nieuwe centrumrechtse regering stak eind april het vuur aan de lont. De maatregel was volgens de regering bedoeld om eigenaren van kleine percelen landbouwgrond de mogelijkheid te geven die grond als onderpand te gebruiken om meer te kunnen investeren. Verschillende landbouwsectoren vreesden echter dat grootgrondbezitters door de hervorming nog makkelijker landbouwgrond zouden kunnen opkopen.
Landbouwers begonnen met de steun van de grootste arbeiderscentrale van het land de belangrijkste wegen te blokkeren en legden zo het land lam. Die acties werden gevolgd door stakingen en demonstraties van leerkrachten, die een stevige loonsverhoging eisten. Hoewel regering en leerkrachten een akkoord sloten over de uitbetaling van een bonus en de leerkrachten weer aan het werk gingen, kwam er niet meteen een einde aan het protest.
De acties van de landbouwers en leerkrachten zijn intussen uitgemond in een breed landelijk protest, waarbij ook mijnwerkers, vakbonden, werknemers uit de transportsector en inheemse landbouwgemeenschappen betrokken zijn. Ze protesteren tegen de stijgende brandstofprijzen, de slechte kwaliteit van die brandstof, maar ook tegen een geplande grondwetswijziging die volgens hen de deur zal openzetten naar privatisering van de natuurlijke hulpbronnen, zoals de ontginning van lithium.
Ze willen ook dat de regering van president Rodrigo Paz haar besparingsmaatregelen terugdraait en een oplossing biedt voor de stijgende levensduurte. De meest kritische betogers vragen intussen ook het ontslag van de president, onder hen landbouwers en arbeiders die deel uitmaken van de sociale organisaties die verbonden zijn aan de socialistische ex-president Evo Morales (2006-2019). Hij was de eerste inheemse president en voerde heel wat belangrijke hervormingen door ten gunste van de armere, inheemse bevolking.
Einde aan 20 jaar socialisme
De huidige president, Rodrigo Paz, is nog maar 6 maanden aan de macht. Hij is de eerste centrumrechtse president na 20 jaar socialistisch bestuur (door Morales en zijn opvolger Luis Arce).
Paz erfde een land in een diepe economische crisis, de ergste sinds de jaren 80, met in april een op jaarbasis van zo'n 15 procent. Bolivia kampt ook al jaren met een tekort aan dollars, vooral door een enorme daling van de gasexport. Het Internationaal Monetair Fonds verwacht dat het bruto binnenlands product van Bolivia dit jaar met 3,3 procent zal krimpen en dat de inflatie tegen eind dit jaar boven de 20 procent zal uitkomen.
De mensen die nu al enkele weken op straat komen, verwijten president Paz dat hij er na 6 maanden nog altijd niet in geslaagd is om de "basisproblemen" op te lossen, zoals de hoge voedselprijzen. Ze vinden het ook "een staatshoofd onwaardig" dat hij overheidsbedrijven en natuurlijke hulpbronnen wil privatiseren, iets wat de president ontkent.
Ook mensen die in oktober op Paz gestemd hebben, keren zich tegen hem. "De president is koppig, hij wil nergens naar luisteren, de mensen zijn boos", zei een betoger tegen BBC Mundo.
Het protest gaat geregeld gepaard met confrontaties met de ordediensten. Maandag was er in de administratieve hoofdstad La Paz sprake van schade aan openbare infrastructuur en plunderingen. Vrijdag veranderde het centrum van La Paz opnieuw in een slagveld toen betogers onder het geknal van vuurwerk zich een weg probeerden te banen naar het presidentieel paleis. De ordediensten drongen hen terug met traangas, waarna de betogers met stenen en stokken begonnen te gooien.
La Paz wordt nu al zo'n 3 weken belegerd door betogers. Winkeliers schermden vrijdag hun zaak af door de rolluiken te laten zakken. Voorbijgangers en overheidspersoneel sloegen op de vlucht voor de confrontaties tussen betogers en ordetroepen. Inwoners van El Alto, vlak bij La Paz, blokkeerden vrijdag ook even de toegangsweg naar de luchthaven.
Bevoorradingsproblemen
La Paz is zo het centrum van de oplopende spanning en geregeld het toneel van confrontaties tussen betogers en politie. De toegangswegen tot Plaza Murillo, het centrale plein waar het presidentieel paleis en andere belangrijke overheidsgebouwen zich bevinden, worden al enkele dagen gebarricadeerd en bewaakt door honderden agenten van de oproerpolitie.
Daarnaast belemmeren de vele wegblokkades rond La Paz de bevoorrading van de stad. Volgens de Boliviaanse autoriteiten waren er vrijdag in het hele land zeker 50 wegversperringen. Er is daardoor een gebrek aan voedsel, brandstof en medicijnen. Door een tekort aan brandstof wordt er ook tijdelijk geen vuilnis opgehaald. En volgens de regering zijn al zeker 4 mensen overleden, omdat ze door de wegblokkades niet op tijd naar een ziekenhuis konden worden gebracht.
Om de bevoorrading in La Paz weer op gang te krijgen, heeft de regering de voorbije weken enkele humanitaire vluchten georganiseerd. Vrijdag kondigde minister van Binnenlandse Zaken Antonio Oviedo aan dat de politie en het leger vanaf zaterdag "op een vreedzame manier humanitaire corridors" zouden creëren, om onder meer voedsel, medicijnen en brandstof voorbij de wegversperringen te krijgen. Volgens de minister zullen het Rode Kruis en de katholieke kerk daarbij helpen.
Intussen heeft de regering ook al enkele beslissingen genomen om de betogers tegemoet te komen. De omstreden landbouwhervorming is geschrapt en de regering wordt herschikt "om dichter bij de mensen te staan". Er is onder meer al een nieuwe minister van Werk benoemd.
Tegelijkertijd legt de regering de schuld voor de huidige crisis bij de socialistische oud-presidenten Morales en Arce. Ze beschuldigt Morales er ook van achter de rellen met de politie te zitten. Morales ontkent dat.
"Niemand hier wil privatiseren, niemand wil de prijzen verhogen, niemand wil veel van de dingen doen die mensen, sommige leiders en sommige politieke belangengroepen proberen te gebruiken om het publiek te verwarren," zei president Paz vorige week.
"Uitputtingsoorlog"
Voorlopig lijkt het er niet op dat het protest snel zal eindigen. Dat een deel van de betogers nu openlijk het ontslag van president Paz vraagt, maakt elke onderhandeling met de regering een pak moeilijker, zegt de Boliviaanse politicologe Ana Lucia Velasco (Katholieke Universiteit Bolivia San Pablo) aan het Franse persagentschap AFP. "Vanaf nu is het een uitputtingsoorlog."
Het protest wordt zeker niet door de hele bevolking gesteund. Donderdag kwamen mensen uit de stedelijke middenklasse in verschillende regionale hoofdsteden op straat om te betogen tegen de wegversperringen en de economische schade die ze veroorzaken.

