Het pessimisme over de Belgische economie is het afgelopen jaar sterk toegenomen. Dat blijkt uit De Stemming. We voelen die crisis ook steeds meer: ongeveer 1 op de 4 Belgen zegt geen geld te hebben voor een auto of een jaarlijkse vakantie. 1 op de 10 kan naar eigen zeggen geen degelijke verwarming betalen.
Belgen bezorgd over economie, 1 op de 4 kan zich geen auto of vakantie veroorloven
Met De Stemming peilen we naar de politieke voorkeuren en maatschappelijke bezorgdheden van de Belgen. Het is een jaarlijks onderzoek in opdracht van VRT NWS, De Standaard en RTBF, uitgevoerd door de Universiteit Antwerpen en de Université Libre de Bruxelles. De bevraging werd afgenomen in maart 2026.
De volledige gedetailleerde resultaten en informatie over de methode kan je hier vinden.
Het pessimisme over de toestand van onze economie was vorig jaar al groot, maar uit De Stemming van dit jaar blijkt dat dat crisisgevoel nog is toegenomen. In alle regio's zegt een meerderheid dat de Belgische economie er het afgelopen jaar op achteruit is gegaan.
In Vlaanderen (64 procent) en Brussel (69 procent) gaat het ongeveer over twee derde van de mensen, in Wallonië gaat het zelfs over 3 op de 4 inwoners (75 procent). De stijging is het grootst in Brussel en Wallonië, maar ook in Vlaanderen zien we - voor het 2e jaar op rij - een significante stijging.
"In alle regio's is het pessimisme toegenomen", lezen we in het rapport. "Het was er al in 2025, maar het is nog meer uitgesproken in 2026. Er is dus een sterk crisisgevoel." Maar waar komt dat crisisgevoel precies vandaan? Professor Walgrave (Universiteit Antwerpen), die het onderzoek mee heeft geleid, ziet 2 mogelijke verklaringen.
"Ten eerste is er het gevoel dat we geen controle hebben over de prijzen - vooral de energieprijzen - door de internationale turbulentie. En ten tweede is er het gevoel dat de overheid ons niet meer kan beschermen tegen die schokken. Want er moet bespaard worden, zegt de regering. We kunnen niet meer massaal geld uitgeven, zoals tijdens de coronacrisis."
Nog belangrijk om mee te geven, is dat de bevraging is afgenomen in maart 2026, net nadat de VS een offensief tegen Iran was gestart.
Mensen maken zich zorgen over hun eigen portefeuille, maar ook over die van de staat
Professor Stefaan Walgrave (Universiteit Antwerpen)
De bezorgdheid over de economie zien we ook terug in de antwoorden op de vraag: "Wat is het grootste probleem waarmee ons land momenteel wordt geconfronteerd?"
1 op de 5 Belgen (20 procent) geeft daar een antwoord dat te maken heeft met de toestand van de economie. Het gaat dan vooral over 'koopkracht' en 'levensduurte'. Ook over 'begroting en financiën' (15 procent) lijken veel Belgen wakker te liggen. "Mensen maken zich dus zorgen over hun eigen portefeuille, maar ook over die van de staat", vat professor Walgrave samen.
Het belangrijkste probleem uit 2025 - politieke vertegenwoordiging - staat dit jaar op 2. De koploper van 2024 - migratie - staat op 4. Maatschappelijke transformatie sluit de top 5 af. Bij dat laatste thema verwijzen de bevraagden onder meer naar polarisatie en individualisering.
Opvallend: in deze prioriteitenlijst zien we duidelijke regionale verschillen. In Vlaanderen liggen mensen duidelijk minder wakker van de toestand van de 'economie'. Terwijl dat thema in Brussel (26 procent) en Wallonië (29 procent) met stip op 1 staat, belandt het in Vlaanderen op de 4e plaats (13 procent).
Die regionale verschillen zijn volgens professor Walgrave te wijten aan de inkomenskloof tussen Vlaanderen en de rest van het land.
In Vlaanderen zien we niet meteen een grote uitschieter. Het thema 'begroting en financiën' (18 procent) staat bovenaan de prioriteitenlijst, op de voet gevolgd door 'politieke vertegenwoordiging' (17 procent) en 'migratie' (15 procent).
Vlaming is relatief tevreden over eigen inkomen
Die inkomenskloof zou ook de resultaten van de volgende grafiek kunnen verklaren. 17 procent van de Vlamingen zegt niet rond te komen met het loon, terwijl dat cijfer in Brussel en Wallonië met 31 procent bijna dubbel zo hoog ligt.
Wat nog opvalt, is dat het aantal Brusselaars dat zegt dat ze niet rondkomen sterk gestegen is. En dat terwijl dat cijfer in Vlaanderen en Wallonië afneemt.
Voor de eerste keer hebben de onderzoekers in De Stemming ook gepeild naar wat huishoudens zich al dan niet kunnen permitteren. De bevraagden kregen een lijst van uitgaven en moesten aanduiden welke zaken zij zich niet kunnen veroorloven.
Bovenaan de lijst van zaken die heel wat Belgen zich niet meer kunnen veroorloven, staat een auto (26 procent), gevolgd door onverwachte kosten (23 procent) en een jaarlijkse vakantie (22 procent). Ongeveer 1 op de 10 Belgen zegt dat er geen geld is om het huis degelijk te verwarmen of om de rekeningen te betalen. Opnieuw liggen de cijfers in Brussel en Wallonië een stuk hoger dan in Vlaanderen.

