In het Weeuwhof in Poperinge onderzoeken archeologen momenteel de bodem van de beschermde 18e-eeuwse site, die grondig gerenoveerd wordt omdat er een innovatief woonproject komt. Onder de vloeren duiken niet alleen originele tegels op, maar ook middeleeuwse vondsten die meer licht werpen op het verleden van de stad.
Werd leer gemaakt van dierenhuiden in Weeuwhof in Poperinge? Archeologen ontdekken middeleeuwse sporen onder site
Het Weeuwhof is een historisch hofje in het centrum van Poperinge, gebouwd vanaf 1769 door Proventier. Met steun van de familie Mazeman kwamen er 26 kleine huisjes rond een binnenkoer met een arduinen waterpomp. De bewoners waren arme weduwen - in het Poperingse dialect 'weeuwen' - en dat verklaart de naam van de site.
Het Weeuwhof lijkt op het 1e gezicht op een begijnhof, maar had een andere functie. "Je kan het een beetje vergelijken met het Begijnhof in Kortrijk en Brugge. Het lijkt er heel sterk op, maar diende niet om begijnen te huisvesten", zegt erfgoedcoördinator Jan Decorte.
Cohousing en inclusief wonen
De weduwen leefden er onder strenge regels. Mannen waren verboden op de site en de bewoners moesten 's avonds op tijd binnen zijn. Ze verdienden hun inkomen met kantwerk en stonden onder de bescherming van Sint-Anna, patrones van weduwen en kantwerksters. Boven de toegangspoort in het Sint-Annastraatje hangt nog altijd een beeld van de heilige.
Tot enkele jaren geleden woonden er nog cliënten van het OCMW in 't Weeuwhof. Sinds 1987 is de site beschermd als monument. Dat ze nu gerenoveerd wordt, is geen toeval. "In het Weeuwhof komt onder meer cohousing, een gemeenschappelijke ruimte en een vorm van inclusief wonen", zegt burgemeester Christof Dejaegher (CD&V).
"Starters op de woonmarkt zullen in dit innovatieve project makkelijk hun weg vinden." Het OCMW blijft de site beheren, maar toekomstige bewoners hoeven geen OCMW-cliënten te zijn.
Ontbrekende puzzelstukjes
De archeologen die de site momenteel onderzoeken, graven ook naar lagen die ouder zijn dan de site zelf. Dat levert opvallende vondsten op. "We weten nog niet hoe groot Poperinge precies was in de middeleeuwen, want er waren geen verdedigingsmuren", zegt Decorte.
"Poperinge was alvast een belangrijke stad in het graafschap Vlaanderen en moet toen meer dan 10.000 inwoners geteld hebben. De sporen onder het Weeuwhof moeten de puzzel helpen vervolledigen."
Er kwamen kuilen aan het licht met middeleeuwse scherven en zelfs een volledige kan in grijs aardewerk. Een andere opvallende vondst zijn de zogenaamde hoornpitten: hoorns en schedelresten van runderen.
"We linken ze aan de middeleeuwse Leerlooiersindustrie uit de buurt", zegt archeoloog Arnout Van Belle van BAAC Vlaanderen. "Huiden werden destijds geleverd met een deel van de schedel eraan bevestigd, zodat men kon zien dat de huiden vers waren en van goede kwaliteit. De huiden werden gelooid en de rest kwam in zulke afvalputten terecht."
Geen water in de buurt
Opvallend: historische bronnen vermelden in deze buurt geen leerlooierijen. Ook water - onmisbaar voor het looiproces - was er niet in de onmiddellijke omgeving. In Poperinge zijn de voorbije 10 jaar al verschillende leerlooierijen opgegraven, maar telkens bij de Bommelaers- of Vleterbeek. Verder onderzoek moet uitwijzen hoe de vondsten in het Weeuwhof daarmee samenhangen.
Momenteel kan je de opgravingen niet bezoeken, maar CO7 en BAAC Vlaanderen openen de site eind mei wel tijdens de Vlaamse Archeologiedagen.
Regionaal nieuws uit West-Vlaanderen


