Hoever mag een overheid zich bemoeien met de vrije markt en de bedrijfswereld? Het is een discussie die vaak heftig wordt gevoerd. Nu duikt een nieuw fenomeen op: het bedrijfsleven dat zich niet meer afzet tegen bemoeienis van de staat, maar die overheid voor zijn kar probeert te spannen. Omgekeerd ook: de staat als lobbyist voor het bedrijfsleven. Björn Soenens richt zijn blik deze week op hoe het kapitaal en de Amerikaanse staat onder Donald Trump steeds meer samenvallen.
NV Amerika: hoe Donald Trump de publieke macht van de VS privatiseert
Het Witte Huis lijkt tegenwoordig meer op een handelspost dan op de ambtswoning van de Amerikaanse president. Het is een plek waar CEO's en techbro’s aanschuiven met de hoed in de hand, ook al hebben ze van nature een afkeer van de overheid.
Trump gebruikt zijn tweede ambtstermijn niet om de overheid in te krimpen, zoals zijn achterban hoopte. Integendeel: Trump hertekent de overheid tot een instrument van persoonlijke en politieke controle.
Hij neemt de onafhankelijkheid van de overheid af en vervangt onpartijdige experts door loyale bondgenoten of ideologische vrienden. Wat hij doet, heeft een naam: staatskapitalisme, Amerikaanse stijl.
Afdreigen en lokken
Enkele weken na zijn inauguratie liet Trump via zijn socialemediakanalen weten dat bedrijven die zich niet schikten naar zijn industriepolitiek, extra belastingen en lastigere regels konden verwachten. Geformuleerd in de Trumpstijl: niet met subtiele hints, maar met dreigementen, recht in het gezicht.
De doelwitten waren aanvankelijk de grote technologiebedrijven, zoals Microsoft, Google, Meta of Amazon. Algauw breidde de logica zich uit naar de automobielindustrie, de farma- en defensiesector. Ze bogen allemaal snel het hoofd, of ze doneerden gul voor de president en zijn balzaal. De grens tussen staat en bedrijfsleven vervaagt steeds nadrukkelijker.
Neem artificiële intelligentie. De AI-sector is al langer het strijdtoneel van de geopolitiek, maar Trump heeft er een binnenlandse machtskwestie van gemaakt. Bedrijven die hun AI-infrastructuur buiten de VS willen bouwen, of samenwerken met Europese of Aziatische partners zonder zijn zegen, worden geconfronteerd met exportcontroles, uitsluiting bij aanbestedingen en gerichte lekken naar bevriende media om hen te schande te maken.
Maar er was ook een lokaas voor de sector. Op de eerste dag van Trumps tweede termijn werd met een presidentieel decreet verregaande deregulering in de AI-sector doorgevoerd. Dat bewijst hoe directe toegang van techbedrijven tot politieke macht leidt tot steeds minder regels voor die sector.
Ook allerhande milieuregels voor bedrijven gingen de prullenbak in. En de bedrijfsbelastingen gingen verder omlaag. Industriële magnaten krijgen almaar meer controle over het beleid van de VS.
De grens tussen de Amerikaanse staat en het bedrijfsleven vervaagt steeds nadrukkelijker.
Björn Soenens, geopolitiek analist VRT NWS
Niet toevallig trok Trump verleden week naar China met in zijn gezelschap een dertigtal CEO's. Ik noem een paar van de kleppers: Elon Musk van Tesla en SpaceX, Applebaas Tim Cook, Jensen Huang van Nvidia, Larry Fink van vermogensbeheerder BlackRock en Kelly Ortberg van Boeing.
Industriële reuzen die meereisden, vertegenwoordigden samen een kapitaal van zo’n slordige 16.000 miljard dollar! CEO’s als leden van een presidentiële staatsdelegatie, en ze staan op gelijke voet met regeringsleden.
De president van de VS is de toplobbyist voor privébedrijven. Zij worden op hun beurt ingezet om de staatsmacht te vergroten. Elon Musk of Mark Zuckerberg willen bijvoorbeeld de Europese interne markt kapot maken om af te geraken van voor hen vervelende strenge digitale (spel)regels.
Ze krijgen de volle steun van de regering-Trump. Dat er over die regels binnen Europa democratisch is beslist, zal de Amerikanen tegenwoordig worst wezen. Ook de soevereiniteit van anderen doet er voor de VS niet echt meer toe. Zie Groenland.
Het is geen klassieke lobbycultuur meer, zoals Washington die al decennia kent. Dit voelt veel groter en minder beschaamd. Macht en geld bewegen zich in dezelfde lift naar boven. Wie investeert in de juiste politieke loyauteit, krijgt invloed terug in de vorm van contracten, minder regels of belastingvoordelen.
Het lijkt welhaast het nieuwe bedrijfsmodel van de Amerikaanse democratie: de versmelting van de macht van de staat met privébelangen. Een schokkend voorbeeld: de Amerikaanse president die het departement Justitie dwingt tot het opzijzetten van 1,776 miljard dollar als compensatiefonds voor de gerechtelijke vervolging voor zijn vrienden en bondgenoten onder de vorige president, inclusief de bestormers van het Capitool.
Critici noemen het een vette pot smeergeld voor ideologische vrienden en sympathisanten, betaald door de belastingplichtige Amerikanen. In ruil kreeg Trump via zijn minister van Justitie Todd Blache (zijn vroegere persoonlijke advocaat!) de garantie dat hijzelf, zijn familie en zijn bedrijven niet vervolgd zullen worden door de belastingsdienst.
De structurele versmelting van macht en geld
Het Chinabezoek van 14 en 15 mei 2026 is een onmiskenbaar symptoom van hoe Amerikaanse staats- en bedrijfsbelangen almaar meer samenvallen. Eerder zagen we het al met de handelsmissie van Trump in de lente van 2025 naar Qatar en de Emiraten.
Ook daar werden vooral businessdeals gesloten, ook voor en met de bedrijven van de familie-Trump en schoonzoon Jared Kushner. Het lijkt op de structurele versmelting van politieke, persoonlijke en economische macht.
Het is in feite niet zo verwonderlijk dat die ‘fusie’ plaatsvindt: rijke ondernemingen kunnen hun (talrijke) dollars zoveel makkelijker dan gewone burgers omzetten in politieke invloed. Elon Musk en DOGE zijn het meest extreme voorbeeld van die groeiende verstrengeling van privébedrijven met de staat.
Musk trad van 20 januari tot midden mei 2025 op als een soort almachtig adviseur zonder officiële functie en zonder toezicht. Hij hakte in de omvang van ministeries en bespaarde budgetten en ambtenaren weg. Dat was een vermenging van politiek, markt en geld die Amerika nooit eerder zo brutaal had gezien.
De belangenconflicten waren concreet: DOGE breidde het gebruik van Musks AI-chatbot Grok binnen de Amerikaanse federale overheid uit voor het analyseren van gegevens, iets wat wellicht in strijd is met wetgeving inzake belangenvermenging. De hele operatie heeft ook gevoelige informatie van miljoenen Amerikanen in gevaar gebracht.
Musk ziet voor zichzelf en zijn bedrijven de staat niet als iets waar hij aan moet ontsnappen. Integendeel: hij wil er graag mee versmelten. Dat staat mooi beschreven in het boek 'Muskisme' (2026) van Quinn Slobodian en Ben Tarnoff. Musk gebruikt de overheid om er flink aan te verdienen.
Dat kan Musk dus alleen maar als de staat diensten uitbesteedt, privatiseert. Dat gaat makkelijker als je eerst overal rondbazuint dat de overheid gruwelijk onefficiënt is. Vervolgens wordt het eigen privébedrijf zélf de (nieuwe) reddende overheid.
Musk ziet de staat niet als iets waar hij aan moet ontsnappen. Integendeel: hij wil er zijn bedrijven graag mee versmelten, om er flink aan te verdienen.
Quinn Slobodian en Ben Tarnoff in 'Muskisme'
De macht van Musk
Macht gaat van publieke handen over in privéhanden. Zo is SpaceX van Musk verantwoordelijk voor 95 percent van de satellietlanceringen in de VS. Zo worden NASA en Pentagon sterk afhankelijk van een privéspeler. Kijk hoe onmisbaar Starlink is geworden voor moderne legers.
Met Starlink werd Musk bij momenten zelfs de scheidsrechter in de oorlog tussen Rusland en Oekraïne. Kijk hoe het bedrijf Palantir met zijn dataminingsoftware belooft om terroristen te vinden of mensen zonder papieren op te sporen in opdracht van ICE en de Amerikaanse staat.
Vroeger was het heus niet beter
Alles is al een keer eerder gebeurd. Zeker in Amerika. Aan het eind van de negentiende eeuw waarschuwde een parlementaire commissie al voor reusachtige bedrijven die zoveel invloed en macht hadden dat ze in sommige gevallen de heersende macht in de staat waren geworden.
Bedrijven hadden bijvoorbeeld privéagenten in dienst om de arbeiders in bedwang te houden of stakingen te breken. Lokale politie en Nationale Garde waren altijd beschikbaar om mensen in opdracht van grote bedrijven af te tuigen, en, als dat nodig werd geacht, ook dood te schieten.
Dit soort almachtige bedrijfsleiders - zoals staalmagnaat Andrew Carnegie of oliebaas John Rockefeller - werden ‘robber barons’ genoemd. Roofbaronnen. Heel vaak bestreden ze concurrenten meedogenloos en streefden ze naar een monopolie, met een maniakale honger naar rijkdom en macht.
De dichter Walt Whitman noemde de topfiguren van de zakenwereld en de industrie van toen ‘hogs run wild’, losgeslagen varkens. Een economie van reuzen is geen vrije markt meer.
De Britse econome Grace Blakeley beschrijft in haar scherpe boek 'Aasgierkapitalisme' (2024) hoe geld en staatsmacht in de 21e eeuw met elkaar verstrengeld zijn geraakt op manieren die de klassieke scheiding tussen publiek en privaat ondermijnen.
Haar analyse richt zich op hefboomfondsen en private equity (dat zijn investeringen in niet-beursgenoteerde bedrijven) die staatsobligaties opkopen en overheden vervolgens dwingen tot besparingen ten voordele van aandeelhouders.
Ze stelt een pijnlijke vraag in het boek: “Als de economie wankelt, waarom redden overheden dan grote bedrijven en aandeelhouders, maar laten ze gewone mensen meestal aan hun lot over?”
In 2008 waren de banken zo groot geworden dat ze niet konden worden gestraft na de dramatische financiële crisis die door henzelf was veroorzaakt. Ze werden overeind getrokken met overheidsmiljarden. De begrotingscrisis die erop volgde, leidde tot ingrijpende bezuinigingen in voorzieningen voor burgers, die dat als bijzonder pijnlijk en oneerlijk ervaarden.
Loyauteit in ruil voor bescherming
De structurele versmelting van staat en kapitaal doet nog iets anders: de staat dwingt bedrijven tot loyauteit in ruil voor bescherming. Dat is precies wat Trump doet. Hij is niet de bewaker van de vrije markt. Hij is de grootste marktverstoorder die Washington ooit heeft gezien. Denk aan hoe hij willekeurig het instrument van handelsheffingen gebruikt om andere landen of bedrijven in de pas te doen lopen.
Blakeley wijst erop hoe het aasgierkapitalisme gedijt in een vacuüm van democratische controle, waar de regels worden geschreven door diegenen met de meeste toegang tot macht. In het Washington van Trump is dat vacuüm het hele opzet, het einddoel.
Congresleden die (durven) dwarsliggen, worden bestookt met uitdagers in de voorverkiezing. Regulatoren die onafhankelijk denken, worden vervangen. De Federal Trade Commission, ooit een luis in de pels van techgiganten, is hervormd tot een instrument van beloning en bestraffing naargelang politieke trouw. Het riekt naar corruptie.
Kapitalisme draait om vrijheid van de markt, om vrije competitie, met in principe een plek voor iedereen. Er zijn regels. Of beter: er waren regels. Dat stadium lijken we wat voorbij. Handels- en financiëel wetenschapper Geert Noels noemt dat ‘gigantisme’ in zijn gelijknamige boek uit 2019. Het primaat van monopolisten.
Gigantisme doodt volgens Noels gezonde concurrentie. Het verstikt volgens hem duurzame groei en brengt de mens in verdrukking, met welvaartsziektes als burn-out en obesitas tot gevolg. De principes van het kapitalisme worden door excessieve schaalvergroting niet meer gerespecteerd.
De lange arm van de staat
Gazprom in Rusland, Huawei in China. Bedrijven worden in autocratische regimes bijna altijd ingezet als de lange arm van de staat. Ook de VS onder Trump zet energiebedrijven zoals Chevron in, en gebruikt de defensie- en ruimtevaartindustrie, datagiganten en AI-reuzen als OpenAI om economische overheersing af te dwingen.
Denk aan de kortstondige invasie van Venezuela die de oliesector in dat land herschikte voor het profijt van de VS en om China af te blokken.
De structurele versmelting van staat en kapitaal doet nog iets: de staat dwingt bedrijven tot loyauteit in ruil voor bescherming.
Björn Soenens
In die rauwe geopolitieke bedrijfslogica gaan regels op het gebied van mensenrechten of nationale soevereiniteit de vuilnisbak in. Handelsafspraken verdwijnen of worden niet meer nageleefd en zo eigenen de sterksten zich met dwang of geweld een monopolie toe.
Bedrijven worden ingezet om wereldwijd land, zeeën, satellieten, digitale data en grondstoffen in te pikken. Multinationals lijken te mogen doen wat ze willen, zolang ze het belang van hun staat maar dienen.
Ziedaar de stille revolutie van het tweede Trumptijdperk. Niet de luidruchtige cultuuroorlogen, niet de posts op Truth Social om middernacht of later. Maar de stille hertekening van wie in Amerika zaken mag doen, op welke voorwaarden, en voor wie. Het Witte Huis is de board room geworden. De directiekamer.
En Trump is, zoals indertijd bij 'The Apprentice', de enige aandeelhouder die telt. Moet het verwonderen dat een immens rijk land als de Verenigde Staten er intussen niet echt in slaagt om goed voor zijn bevolking te zorgen?
De blik van Björn
"De ergste vloek die de techniek over ons heeft gebracht, is dat zij het onmogelijk maakt de actualiteit ook maar één seconde te vergeten." Woorden van Stefan Zweig in het beroemde boek 'De wereld van gisteren'. Elke zondag richt Björn Soenens zijn blik op de wereld en wat daarin verschuift en wankelt. Intussen proberen we met z'n allen niet mentaal te bezwijken onder de kolkende nieuwsstroom.


