Bijna 60.000 jaar geleden kenden neanderthalers al een fysieke ingreep om tandpijn te behandelen. Ze gebruikten er een stenen werktuig voor, zo blijkt uit een studie van oude tanden. Neanderthalers waren misschien wel meer ontwikkeld dan we vaak denken, en misschien moet ons beeld over hen wel worden bijgesteld, stellen de onderzoekers.
Neanderthalers gingen al naar de tandarts, blijkt uit onderzoek van oude kies
In het kort:
Neanderthalers pasten 59.000 jaar geleden al fysieke ingrepen toe om tandpijn te behandelen.
In een oude tand zijn sporen gevonden van een boring met een stenen werktuig.
Het betekent dat neanderthalers wisten hoe ze de bron van tandpijn konden wegnemen, en daarvoor een methode hadden ontwikkeld.
Het is ruimschoots het oudste bewijs van actieve tandbehandeling, zeggen de onderzoekers.
In de Chagryskaya-grot in het huidige Siberië vonden onderzoekers een kies van een volwassen neanderthaler. De 59.000 jaar oude tand, die de codenaam Chagryskaya 64 meekreeg, vertoonde iets merkwaardigs wat ze nog niet hadden gezien bij vele andere oude kiezen die in de grot werden gevonden: een diep, onregelmatig gat dat helemaal tot aan de wortel doorliep.
En er was meer aan de hand. In de holte merkten ze krassen op, wat suggereerde dat er een fysieke ingreep was gebeurd met een werktuig. In dezelfde grot zijn stenen werktuigen gevonden die daarvoor in aanmerking zouden kunnen komen.
Na onderzoek komen de wetenschappers tot de conclusie dat het gat effectief was uitgeboord. Het is meteen het oudst bekende geval van tandbehandeling door middel van een fysieke ingreep, zo besluiten ze in een studie die gepubliceerd is in het tijdschrift PLOS One .
Neanderthalers?
De neanderthalers (Homo sapiens neanderthalensis) leefden enkele honderdduizenden jaren lang in grote delen van het huidige Europa en Azië vooraleer ze 30.000 tot 40.000 jaar geleden van de kaart verdwenen.
De neanderthalers zijn uitgestorven, maar DNA-onderzoek toont aan dat ze nauw verwant zijn aan de moderne mens (Homo sapiens), die oprukte vanuit Afrika. Ze zijn wellicht niet volledig verdwenen, maar deels opgegaan in populaties van de moderne mens. Veel mensen hebben vandaag de dag nog 1 tot 2 procent DNA van neanderthalers.
Boring met instrument om tandpijn te behandelen
De onderzoekers van het Peter De Grote Museum voor Antropologie en Etnografie aan de Russische Academie van Wetenschappen in Sint-Petersburg hebben als experiment handmatige boorproeven uitgevoerd op een moderne mensentand en enkele oudere homo sapiens-tanden.
Ze gebruikten daarvoor instrumenten die lijken op degene die gevonden zijn in de grot. In de praktijk bleek het effectief te kunnen. "Vroegste bewijs voor invasieve behandeling van cariës door neanderthalers", luidt dan ook de titel van hun studie.
Dit brengt de neanderthaler dicht bij de moderne mens
Onderzoekers in hun conclusie
"Het toont aan dat neanderthalers de oorzaak van tandpijn konden herkennen, maar ook wisten dat ze die pijn konden aanpakken, en hoe ze daarvoor de meest efficiënte methode konden kiezen. Het brengt neanderthalers qua gedrag een stuk dichter bij de moderne mens", schrijven de onderzoekers. Het doorbreekt volgens hen het stereotiepe beeld van de wat simpele, brute mensen die in grotten woonden.
"Verbazingwekkend"
De ingreep moet behoorlijk pijn hebben gedaan zonder verdoving. Maar het moet gewerkt hebben, want sporen op de kies tonen aan dat hij daarna nog verder is gebruikt. "Ik vind het verbazingwekkend dat de patiënt besefte dat de oorzaak van de tandpijn kon worden weggenomen", vertelt hoofdauteur Alisa Zubova van het Peter De Grote Museum aan de Amerikaanse zender CNN.
"Dit hadden we echt nog nooit gezien - noch bij neanderthalers, noch bij de mens in een veel latere periode in het verleden."
Eerder was er, via het bestuderen van krassen op tanden, bewijs gevonden van het feit dat neanderthalers een vorm van tandstokers gebruikten om etensresten van tussen de tanden weg te halen. Over het algemeen hadden ze relatief weinig last van tandbederf dankzij hun eetgewoonten.

