Drones doden steeds vaker journalisten in oorlogszones. Ook ver achter het front biedt een perskaart geen bescherming meer. Arnaud De Decker werkt al jaren vanuit Oekraïne en volgde daarom een intensieve HEAT-training in de provincie Luik. Deze reportage gaat over oorlogsjournalistiek. "Je leert een FPV-drone kennen nog voor je hem ziet."
Drones doden steeds vaker journalisten, daarom volgt Arnaud De Decker speciale training in Luik
Samenvatting:
Drones vormen een groeiende dodelijke dreiging voor journalisten in oorlogszones: ze maken geen onderscheid tussen soldaten en burgers en een perskaart biedt geen bescherming meer.
Om journalisten en hulpverleners beter voor te bereiden op die nieuwe realiteit, organiseert het Belgische Bluespeart intensieve HEAT-trainingen in de provincie Luik.
Deelnemers leren er onder meer hoe een drone klinkt en hoe ze moeten reageren in de seconden na een dronedetectie.
Ook de Vlaamse Vereniging van Journalisten erkent de nood aan zulke opleidingen, maar wijst op een betaalbaarheidsprobleem.
"Als ik het signaal geef, duw je de deur open. Sodemieter dan op in de bossen." Dat fluisterde mijn fixer eerder dit jaar, toen we een veldhospitaal op 10 kilometer van het front in Noord-Oekraïne verlieten. We hadden het medische stabilisatiepunt in de vroege uurtjes verlaten, nog voor de zon opkwam. Het was donker en koud, de laatste voorjaarssneeuw smolt weg en liet diepe modderpoelen achter.
Beschutting was er amper. Zigzaggend door de putten in de weg had mijn fixer zijn ogen strak naar de lucht gericht, 1 hand op de deuropening. De ramen stonden wagenwijd open, ondanks de bittere kou, om nakende drones beter te kunnen horen.
Een collega-journalist keek me verbaasd aan toen ik vertelde dat ik geen dronedetector had. In Oekraïne is dat bijna ondenkbaar geworden. Veel kan je niet doen tegen drones die diep in het hinterland opereren, maar een detector geeft je kostbare seconden, de kans om te horen wat je ogen nog niet zien. "Dan is de beste optie: rennen", zei mijn fixer. "Zo ver en zo snel je kan, in de hoop dat de dronebestuurder een ander doelwit kiest."
Fundamentele verschuiving in oorlog
Op 3 oktober vorig jaar werd de Franse fotojournalist Antoni Lallican gedood door een Russische FPV (first person view)-drone, zo'n 20 kilometer achter de frontlinie in de regio Donetsk. Hij was 37.
Zijn Oekraïense collega Georgiy Ivanchenko (25) raakte bij dezelfde aanval zwaargewond en verloor een been. Beiden droegen kogelwerende vesten gemarkeerd met 'Press'. Het maakte geen verschil.
Dik 2 jaar eerder, op 9 mei 2023, stierf mijn vriend Arman Soldin. De 32-jarige AFP-journalist werd gedood door een raketinslag vlak bij Tjasiv Jar, in de Donbas. Hij was omringd door collega's. Die overleefden, hij werd getroffen door een granaatscherf en bezweek in enkele minuten.
Arman stierf door een raket. Antoni door een drone. Tussen die 2 doden ligt meer dan 2 jaar, maar ook een fundamentele verschuiving in hoe deze oorlog journalisten doodt. De raket treft waar hij toevallig valt. De FPV-drone kiest zijn doelwit. Hij heeft een camera, er zit iemand achter het scherm.
Drone is precies, goedkoop en anoniem
Vier jaar geleden kon je als journalist nog tot op enkele honderden meters van de Russische posities geraken om er de veldslagen te documenteren. Vandaag ben je zelfs ver achter het front zichtbaar geworden.
De drone maakt geen onderscheid, niet tussen soldaat en burger, niet tussen militair voertuig en een auto met een perskaart op het dashboard.
Het blijft niet bij Oekraïne. Legers en gewapende groepen overal ter wereld kijken naar wat daar gebeurt en passen het toe. In Libanon. In Soedan. In de Sahel. De drone is goedkoop, precies en anoniem.
Journalisten, hulpverleners en ngo-medewerkers zijn de ogen ter plaatse. En die ogen worden steeds vaker geviseerd.
HEAT-training
Daarom zit ik enkele dagen later in een houten barak diep in de bossen van de provincie Luik. 4 dagen en 3 nachten lang nemen journalisten, fotografen en hulpverleners deel aan een pittige HEAT-training (Hostile Environment Awareness Training), bedoeld om hen voor te bereiden op wat hen in conflictgebieden te wachten staat.
Je leert er niet alleen hoe je een tourniquet (knelverband) aanlegt of dekking zoekt onder vuur. Je leert hoe een FPV-drone klinkt nog voor je hem ziet. En vooral: wat je doet in de seconden daarna.
"Ik ben gestart vanuit mijn eigen ervaringen", vertelt bezieler Omer Tosun tussen 2 oefeningen door. De voormalige politieagent werkte 15 jaar in risicogebieden: Libanon, de Balkan, verschillende Afrikaanse landen.
Ik besefte in Mali hoe dun de grens is tussen voorbereiding en chaos
Omer Tosun, oprichter Bluespear
Hij volgde trainingen, kende de protocollen, wist hoe crisissituaties theoretisch beheerst moesten worden. Tot hij 6 maanden lang in Mali in 2021 vastzat terwijl zich rondom hem een staatsgreep ontvouwde.
"Ik besefte daar hoe dun de grens is tussen voorbereiding en chaos", zegt hij. "Die ervaringen moet ik doorgeven."
Aard van trainingen veranderd sinds Russische invasie
In 2022 richtte hij Bluespear op. Aanvankelijk draaide de HEAT-opleiding rond klassieke risico's: checkpoints, ontvoeringen, eerste hulp onder vuur. Maar na de Russische invasie van Oekraïne veranderde de aard van de trainingen snel. Het curriculum moest mee.
Voor die nieuwe realiteit zocht Tosun mensen die ze van binnenuit kenden. Hij vond die onder meer in oorlogscorrespondente Joanie de Rijke, die voor De Morgen vanuit conflictzones schrijft.
In Oekraïne zag ze hoe drones niet alleen het slagveld veranderden, maar ook het ritme van verslaggeving: sneller bewegen, minder lang op 1 plek blijven, voortdurend luisteren naar wat zich boven je hoofd afspeelt.
Onder stress reageert je lichaam anders. Daarom moet je oefenen. Opnieuw en opnieuw
Joanie de Rijcke, oorlogsjournaliste
De Rijke weet hoe snel een reportage kan omslaan in een gevecht om te overleven. In 2008 werd ze in Afghanistan ontvoerd door de taliban. 8 jaar later stond ze in de Libische stad Sirte naast fotograaf Jeroen Oerlemans toen hij door een IS-sluipschutter werd doodgeschoten. Zij overleefde. Hij niet.
"Je kan theorie blijven herhalen", zegt ze. "Maar onder stress reageert je lichaam anders. Daarom moet je oefenen. Opnieuw en opnieuw."
Doorheen de opleiding worden de deelnemers ondergedompeld in een fictief maar realistisch conflictscenario. 2 gewapende milities bevechten elkaar om controle over een bebost gebied.
De deelnemers moeten onderhandelen aan checkpoints, gewonden evacueren, reageren op beschietingen en beslissen wie welke rol opneemt wanneer de chaos uitbreekt.
Slaap wordt schaars. De druk neemt dag na dag toe. Niet om deelnemers te intimideren, maar om hen dicht genoeg bij hun breekpunt te brengen zodat instincten het overnemen van theorie.
Dan, op een open plek in het bos, het scherpe gezoem van een drone. De deelnemers kijken instinctief omhoog. Sommigen duiken meteen weg achter bomen of in greppels. Anderen blijven een fractie van een seconde te lang stilstaan. In Oekraïne is dat genoeg.
Vandaag moeten journalisten begrijpen dat iemand hen van kilometers ver kan volgen
Omer Tosun, oprichter Bluespear
"Vroeger leerden we journalisten reageren op artillerievuur of een hinderlaag", zegt Tosun. "Vandaag moeten ze ook begrijpen dat iemand hen van kilometers ver kan volgen. Dat een drone een camera heeft. Dat er iemand achter het scherm zit."
Derde van deelnemers uit Baltische staten
Een derde van de deelnemers komt uit de Baltische staten. Ze werken voor overheidsdiensten, crisisstructuren en ngo's. Voor hen voelt de oorlog in Oekraïne niet als een ver conflict, maar als een mogelijk toekomstscenario. Daarom zitten ze nu in een modderig bos in Luik, luisterend naar het gezoem van een drone boven de bomen.
"We beseffen dat we dit nodig hebben", zegt een Litouwse deelneemster terwijl ze haar kogelvrije vest aanspant en haar pershelm vastklikt. "De dreiging is niet meer veraf."
De rest van de groep komt van overal. Journalisten, fotografen, hulpverleners, veiligheidsmedewerkers. Mensen die naar plaatsen trekken waar anderen proberen weg te raken.
Opleidingen zijn zeer belangrijk
Ook binnen de Vlaamse Vereniging van Journalisten beseft men hoe noodzakelijk zulke opleidingen zijn geworden, en tegelijk hoe moeilijk ze betaalbaar blijven voor freelancers die zonder de bescherming van een grote redactie naar conflictgebieden trekken.
"We proberen journalisten in contact te brengen met betrouwbare partners ter plaatse, zoals mediahubs in Oekraïne of het Midden-Oosten, die we ook financieel ondersteunen," zegt Charlotte Michils, algemeen secretaris van de VVJ. "Wie vertrekt, doet dat vaak in opdracht van grotere mediagroepen, die nemen doorgaans ook een deel van de verantwoordelijkheid op zich."
Maar uiteindelijk blijft veel afhangen van de journalist zelf.
Mijn telefoon in mijn jaszak licht op. Een melding van de Oekraïense postdienst Nova Poshta: de dronedetector is aangekomen in Kiev. Volgende week vertrek ik opnieuw.
