Naar hoofdinhoud

Mensen met buitenlandse herkomst scoren stelselmatig slechter voor tal van indicatoren

Artikel luisteren
6min
Meer info

De maatschappelijke positie en participatie van personen van buitenlandse herkomst zijn in veel domeinen "gemiddeld minder gunstig" dan die van personen met Belgische herkomst. Dat blijkt uit een nieuw rapport van Statistiek Vlaanderen. Vooral bij personen met een niet-EU-herkomst is dat het geval. "Het rapport toont dat personen van buitenlandse herkomst op verschillende domeinen nog te vaak op achterstand staan", zegt Vlaams minister Hilde Crevits (CD&V).

Nele Gaasbeek
Gepubliceerd:

Voor we echt in de cijfers duiken, hoeveel mensen met een migratieachtergrond leven er in Vlaanderen? Begin 2025 ging het om bijna 1,93 miljoen mensen met een andere afkomst, of 28 procent van de bevolking. Dat is een stijging van 92 procent sinds 2010: 117 procent bij niet-EU-herkomst en 63 procent bij EU-herkomst. In de cijfers werd er niet alleen gekeken naar de huidige nationaliteit, maar ook naar de geboortenationaliteit van de persoon en de ouders.

Grote geografische spreiding

De geografische spreiding van de mensen met een buitenlandse herkomst is groot. In 12 gemeenten ligt het aandeel personen van buitenlandse herkomst boven de 50 procent. Koploper is de gemeente Baarle-Hertog (74 procent), gevolgd door onder meer Vilvoorde (64 procent), Genk (60 procent) en Antwerpen (58 procent).

De meeste nieuwkomers komen uit onze buurlanden. Daarna volgen personen van Noord-Afrikaanse en Aziatische afkomst. Bovendien is 45 procent van de personen van buitenlandse herkomst in België geboren. 

School en werk

Onderwijs is de eerste factor waarop niet-Belgen opvallend slecht scoren. In het schooljaar 2022‑2023 verliet 41 procent van de leerlingen met een niet‑EU‑nationaliteit het secundair onderwijs zonder diploma. Bij leerlingen met een EU‑nationaliteit ging het om 28 procent. Het contrast met leerlingen met de Belgische nationaliteit is groot: daar verlaat slechts 11 procent de schoolbanken zonder een diploma.

Die onderwijsachterstand werkt door in latere levensfasen, onder meer op de arbeidsmarkt. De werkzaamheidsgraad bij personen geboren in België was in 2024 bijna 80 procent. Bij personen geboren in de EU is dat 75 procent, buiten de EU 65 procent. Vooral bij niet-Europese vrouwen ligt de werkzaamheidsgraad laag. Van de vrouwen geboren buiten de EU is slechts 56 procent aan het werk.

Inkomen en armoede

De achterstand op de arbeidsmarkt vertaalt zich ook in de inkomens van niet-Belgen. Hun lonen liggen aanzienlijk lager dan die van Belgen. In 2024 lag het mediane jaarinkomen van personen die buiten de EU geboren zijn 11.500 euro lager dan dat van personen geboren in België. Bovendien leefde 24 procent van de buiten de EU geboren personen in een huishouden met een inkomen onder de armoederisicodrempel, tegenover slechts 5 procent bij personen geboren in België.

Voorts waren 8 op de 10 personen geboren in België eigenaar van hun woning, tegenover iets meer dan 4 op de 10 bij wie buiten de Unie geboren is. In 2024 leefde 28 procent van de buiten de EU geboren personen in een woning van slechte kwaliteit, tegenover 15 procent van de in België geboren personen.

Gezondheid en welzijn

De bovenstaande factoren hebben een invloed op het algemeen welzijnsgevoel. De eigen gezondheid wordt namelijk slechter ingeschat door wie buiten de EU geboren is. En dat is te merken aan de sociale participatie: er zijn grote verschillen qua deelname aan activiteiten van verenigingen. 

Opvallend is dat personen van Belgische herkomst zich vaker onveilig voelen in hun buurt dan mensen uit andere herkomstgroepen. Dat gevoel van onveiligheid kan bijdragen aan discriminatie. Die discriminatie wordt ook effectief ervaren: vooral personen met een niet‑EU‑herkomst rapporteerden in 2024 dat ze te maken kregen met discriminatie op basis van herkomst, huidskleur of geloof. Tegelijk geven personen van buitenlandse herkomst vaker dan personen van Belgische herkomst aan dat ze het geen probleem vinden om buren met een buitenlandse achtergrond te hebben.

Integratie als gedeelde verantwoordelijkheid

"Het rapport toont dat personen van buitenlandse herkomst, en zeker mensen met een niet-Europese herkomst, op verschillende domeinen nog te vaak op achterstand staan", reageert Vlaams minister van Integratie en Inburgering Hilde Crevits (CD&V). "Die resultaten verrassen helaas niet en we mogen daar niet blind voor zijn. Ze tonen nog maar eens waarom blijven werken aan inburgering en integratie in Vlaanderen vandaag absoluut nodig is, en dat ook in de toekomst zal blijven."

Integratie vraagt een inspanning van beide kanten

Vlaams minister van Integratie en Inburgering Hilde Crevits (CD&V)

Integratie is voor de minister een zaak van andere beleidsdomeinen, zoals onderwijs, werk, wonen, welzijn en armoedebestrijding. "We moeten dus blijven samenwerken aan kansen en emancipatie om de kloof verder te verkleinen."

Hilde Crevits (CD&V) wil meer samenwerking tussen beleidsdomeinen om de kloof tussen Belgen en niet-Belgen te verkleinen.

Integratie is volgens de minister bovendien steeds een gedeelde verantwoordelijkheid. "Als overheid moeten we zoveel mogelijk kansen creëren en drempels wegwerken. Tegelijk verwachten we ook dat nieuwkomers die kansen grijpen, Nederlands leren, actief deelnemen aan onze samenleving en verantwoordelijkheid opnemen. Integratie vraagt inspanningen van beide kanten. Alleen zo bouwen we aan een sterke samenleving, met gelijke kansen voor iedereen."

Meer weten over

Meest gelezen

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5

Wat schuilt er achter Go Church? En hoe komt het dat vooral kwetsbare minderjarigen hier slachtoffer van worden? VRT NWS Pano trok op onderzoek.

Lees ook

  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"
  • general.player.loading"