In Australië is het ijzermijnbouwbedrijf Fortescue veroordeeld voor illegale mijnbouw op het land van een inheemse bevolkingsgroep. Het bedrijf moet 150 miljoen Australische dollar schadevergoeding betalen, de grootste vergoeding ooit voor inheemse grondeigenaren.
Australisch bedrijf moet schadevergoeding betalen voor illegale mijnbouw op land van inheemse bevolking
De rechtszaak gaat over de Solomon Hub-mijnen, die gebouwd zijn op het land van de Yindjibarndi-gemeenschap in het noorden van West-Australië.
Het mijnbouwbedrijf moet hen van de rechter een schadevergoeding van 150 miljoen Australische dollar betalen (meer dan 92 miljoen euro).
Volgens de rechter heeft het bedrijf de inheemse cultuur beschadigd. Door de mijnen konden inwoners niet meer naar 240 heilige plekken gaan en werden zeker 124 plaatsen "compleet verwoest".
Geen toestemming
Sinds 2013 haalt Fortescue zonder toestemming honderden miljoenen ton ijzererts uit het gebied van de Yindjibarndi-gemeenschap. Hoewel er jarenlang gesprekken waren, vonden bedrijf en gemeenschap geen akkoord en ging het bedrijf toch verder met de mijnbouw, na toestemming van de deelstaatregering.
Fortescue zou hiermee miljarden Australische dollars hebben verdiend. "De schadevergoeding van 150 miljoen dollar is een schijntje vergeleken met de miljarden die de ijzerertsmijnen hebben opgeleverd. De Yindjibarndi-stam eiste een compensatiebedrag van bijna 2 miljard Australische dollar", zegt Australië-correspondent Meike Wijers bij de Nederlandse omroep NOS .
De inheemse bevolking is ondanks het recordbedrag dan ook zeer teleurgesteld, zegt Wijers. "Ruim 2 decennia lang vochten ze voor erkenning als rechtmatige eigenaren van het land."
