De Europese Unie blaast haar samenwerkingsakkoord met Syrië nieuw leven in. Het vormt opnieuw "een duidelijk politiek signaal dat de EU vastbesloten is de banden met Syrië weer aan te halen en het economisch herstel van het land te ondersteunen", luidt het in een persbericht.
De lidstaten stemden er vandaag mee in om een einde te maken aan de gedeeltelijke opschorting van het samenwerkingsakkoord uit 1978. De handelsafspraken in dat akkoord, onder meer over de tariefvrije invoer van industriële producten uit Syrië, waren in 2011 geschorst vanwege de harde repressie van de protestbeweging door het regime van president Bashar al-Assad.
De heractivering van het akkoord moet de politieke transitie en de heropbouw van Syrië ondersteunen na de val van het regime van Assad eind 2024. Voor de start van de burgeroorlog in 2011 was de handelsrelatie tussen de EU en Syrië ongeveer 7 miljard euro waard. Tegen 2023 was dat gezakt tot amper 368 miljoen euro. Vorig jaar schrapte de EU ook al een waaier aan economische en financiële sancties tegen Damascus.
"Historische dag"
Naast de reactivering van het samenwerkingsakkoord vindt de eerste politieke dialoog op hoog niveau plaats. "Een historische dag" voor de relaties tussen de EU en Syrië, zo begroette Eurocommissaris voor het Middellandse Zeegebied Dubravka Suica de beslissing op een persbriefing met de Syrische buitenlandminister Asaad al-Shaibani.
Suica wees erop dat de EU Syrië voor dit en volgend jaar een steunpakket van 620 miljoen euro heeft toegewezen en intussen ook werkt aan de oprichting van een hub in Damascus, waar de Syrische autoriteiten terechtkunnen voor technische expertise bij de heropbouw van openbare instellingen en diensten.
Associatie-akkoord
Suica bevestigde voorts dat de EU bereid is om het samenwerkingsakkoord op te schalen naar een ambitieuzer associatie-akkoord, mits het overgangsregime van president Ahmed al-Sharaa essentiële hervormingen voor de versterking van de rechtsstaat, de politieke inclusie van alle bevolkingsgroepen en een transparant beheer van de overheidsfinanciën kan waarmaken.
Op de achtergrond speelt de wens van een aantal lidstaten om Syrische vluchtelingen te laten terugkeren naar hun thuisland. Suica beklemtoonde dat de EU niemand wil dwingen. "Indien het vrijwillig, veilig en waardig is, dan kunnen ze naar huis", stelde de commissaris. Ook Al-Shaibani toonde zich voorzichtig. "Als Syriërs die in het buitenland wonen, vinden dat de omstandigheden gunstig zijn om terug te keren, kunnen ze dat doen", zei hij.
